Column

Ontwapenende Heel Holland Bakkers ontstijgen leedvermaak

Zap In Tegenlicht blijkt het bij het broodfonds, een zzp-vereniging, net zo te gaan als in de echte samenleving. Misschien kunnen de zzp’ers iets leren van de bakkers in Heel Holland Bakt.

Bakkerspaar licht keuze voor broodfonds toe.

Natuurlijk vond ook ik het zondagavond door de NOS live gestreamde TVDuell tussen Merkel en Schulz een verademing van inhoudelijkheid, ernst en beschaving. Maar ik ga niet net doen of ik het heb uitgekeken. Rond negenen zat ik klaar om me bezig te houden met die andere tegenstelling van de zondagavond. „Als het volk geen brood heeft, dan eet het maar cake.” Die uitspraak schreef Jean-Jacques Rousseau ooit toe aan ‘een hoge prinses’. Brood of cake? Want recht tegenover de seizoensaftrap van Heel Holland Bakt (MAX) stond een uitzending van VPRO Tegenlicht over broodfondsen: Ons dagelijks brood.

Eerst het brood. Ons dagelijks brood was luchtig genoeg bereid om de uitzending te laten beginnen met een bakkerspaar dat vanachter de toonbank uitlegde waarom ze waren toegetreden tot een broodfonds. Dat zijn verenigingen van enkele tientallen zzp’ers (van wie tachtig procent geen arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft) die samen geld inleggen waaruit vervolgens geput wordt als iemand ziek is. Er zijn inmiddels bijna 300 broodfondsen in Nederland. Tegenlicht bekeek er drie: in Eindhoven, in Oost-Groningen en in Amsterdam.

Het enthousiasme van de broodfondsers was hartveroverend. Het centrale begrip was vertrouwen, een woord dat je op televisie voornamelijk hoort van politici die erom vragen. Ons dagelijks brood zat vol met mensen die vertrouwen wilden geven. Want het is de bedoeling dat als iemand vraagt om geld uit het broodfonds, hij dat ook gewoon krijgt: het is aan de zieke zelf om te beslissen of hij niet kan werken. Het programma bevatte veel beelden van vergaderingen (waarvan één met een taart die leek te zijn overgestoken van Heel Holland Bakt op het andere net), waardoor je het idee kreeg dat die bijeenkomsten soms een doel in zichzelf zijn. Zzp’ers zijn ook wel eens Zelfstandigen Zonder Aanspraak.

Intussen bleek het in een broodfonds net zo te gaan als in de echte wereld: in de mini-samenleving ontstaat op een gegeven moment een verlangen naar regelgeving. (Inderdaad, Rousseau had dit ook interessant gevonden.) Want mag het bestuur van het broodfonds vragen wat je precies mankeert? Informeren naar een ziektegeschiedenis voordat je lid wordt? En wat is ziek? In Amsterdam vond iemand liefdesverdriet voldoende voor een uitkering, in Groningen werd het verhaal van de jonge vader Niesko zorgvuldig in beeld gebracht. Hij kreeg na de dood van zijn vrouw vier en een halve maand geld uit het broodfonds. Dat vond niet iedereen terecht, ook al omdat hij nog een andere inkomstenbron bleek te hebben. Moeilijke vragen, want over één ding zijn de broodfondsers het eens: hun fonds mag geen verzekering worden.

De cake van Heel Holland Bakt werd het toetje van de avond, met in elk geval één onvergetelijke opmerking van een man die nog moest wennen aan zijn nieuwe apparatuur: „Ik praat tegen mijn oven.” Er bliezen harde windvlagen door de tent waarin het programma wordt opgenomen. Dat leverde vooral tijdens het poedersuikerstrooien fraaie momenten op voor de catastrofegeoriënteerde bakkijker. De ‘technische opdracht’ was het maken van acht chocoladezoenen en leverde een epische kliederboel op. Leedvermaak is een belangrijk onderdeel van de aantrekkelijkheid van het programma, maar de deelnemers zijn zo ontwapenend aardig dat je je daar direct voor schaamt. En juist daardoor blijf je kijken. Toen een van de Heel Holland Bakkers zijn chocolade aan stukken liet vallen, schoten zijn concurrenten onmiddellijk toe om hem hun restjes aan te bieden. Misschien zitten ze allemaal samen in een broodfonds.