Anti-immigratiepartij AfD bevrijdt zich uit isolement

Duitse Bondsdagverkiezingen

In een tv-debat voor kleine partijen meed de AfD de confrontatie.

FDP-leider Christian Lindner voorafgaand aan het tv-debat voor kleine partijen. Foto John MacDougall/AFP

De AfD heeft maandagavond in een Duits tv-debat de kans gekregen, en gegrepen, om zich verder uit haar isolement te bevrijden. De anti-immigratiepartij, die door andere partijen veelal wordt gemeden, kon aan het debat als volwaardige partij deelnemen, en werd niet harder aangevallen dan de andere partijen.

Een dag na het debat tussen Angela Merkel (CDU) en Martin Schulz (SPD) debatteerden maandag aanvoerders van de vijf kleinere Duitse partijen: twee van de oppositie (de Groenen en Die Linke), twee die nog niet in de Bondsdag zitten (de liberale FDP en de AfD), ook nog één regeringspartij: de Beierse CSU, die samen met zusterpartij CDU in de Bondsdag een gemeenschappelijke fractie heeft.

Over een kleine drie weken, op 24 september, zijn er verkiezingen voor de Duitse Bondsdag. De in 2013 opgerichte AfD zal dan naar verwachting voor het eerst in het parlement komen en kan zelfs de op twee na grootste partij worden.

Het debat is belangrijk voor de kleine partijen, omdat ze minder makkelijker de belangstelling van de media krijgen dan de grote partijen.

Voor de AfD nam de econoom Alice Weidel aan het debat deel, een van de twee aanvoerders van de partij in de verkiezingscampagne (de andere is de omstreden Alexander Gauland, die zich herhaaldelijk heeft moeten verdedigen tegen verwijten van racisme). Weidel gebruikte het podium dat de tv-uitzending haar bood niet zozeer om de confrontatie met haar rivalen aan te gaan of te provoceren, maar om rustig enkele thema’s van haar partij te onderstrepen, zoals kritiek op het vluchtelingenbeleid van de regering-Merkel en het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB).

Toen Sahra Wagenknecht, leider van Die Linke, haar vroeg hoe ze zich voelt in een partij die halve nazi’s in haar gelederen duldt, antwoordde Weidel dat haar partij zich onderscheidde door een hoog percentage academisch geschoolden – implicerend dat een hoge opleiding extreem-rechtse sympathieën uitsluit. Weidel erkende wel dat er in elke partij buitenbeentjes zijn - zoals Wagenknecht volgens haar bij Die Linke een hoogst zeldzame vertegenwoordiger van het gezond verstand zou zijn.

Het debat is belangrijk voor de kleine partijen, omdat ze minder makkelijker de belangstelling van de media krijgen dan de grote partijen. Bovendien zal de partij die bij de verkiezingen als grootste uit de bus komt één of meer coalitiepartners nodig hebben om te regeren – vooral de FDP, maar ook de Groenen hopen regeringsverantwoordelijkheid te kunnen gaan dragen.

Lees ook over het debat tussen Schulz en Merkel: meer een duet dan een debat

Tussen deze twee partijen laaide een felle woordenwisseling op, aangezwengeld door FDP-leider Christian Lindner. Lindner was afgelopen weken fel bekritiseerd omdat hij had voorgesteld de Russische annexatie van de Krim voorlopig maar voor lief te nemen om de banden met Rusland te kunnen aanhalen. Cem Özdemir van de Groenen, die Lindner daarover gehekeld had, kreeg van hem nu de vraag hoe consequent hij was in zijn opstelling tegenover de Russische president Poetin – hoe stond hij tegenover de Amerikaanse kernwapens die in Duitsland liggen, nu Poetin zijn bewapening opvoert?

Özdemir antwoordde zoals verwacht dat hij tegen kernwapens is en dat ze dus weg moeten, maar dat de annexatie van de Krim niet geduld mag worden.

Namens de CSU sprak de Beierse minister van Binnenlandse Zaken Joachim Hermann, die zich onderscheidde met pleidooien voor een steviger veiligheidsbeleid – al zei hij niet overal toezichtcamera’s te willen plaatsen. Hermann wordt getipt als mogelijk minister in een nieuwe regering-Merkel.