Steely Dan-gitarist Walter Becker (67) overleden

Necrologie Gitarist Walter Becker moest in juli al verstek laten gaan bij een aantal Steely Dan-concerten. Zondag is hij overleden.

Walter Becker (links) en Donald Fagen tijdens een optreden van Steely Dan op het Rotterdamse North Sea Jazz festival in 2007. Foto Robert Vos / ANP

Walter Becker, de medeoprichter, gitarist en bassist van de Amerikaanse band Steely Dan, is zondag overleden. Hij werd 67 jaar oud. De aankondiging van zijn dood valt te lezen op zijn website. Een oorzaak is niet gegeven. De gitarist moest in juli al verstek laten gaan bij een aantal Steely Dan-concerten wegens een operatie. In een reactie liet Steely Dan-bandmaat Donald Fagen weten dat hij van plan is „de muziek die we samen creëerden levend te houden zolang ik kan met de Steely Dan-band.”

De muziek van het New Yorkse duo Steely Dan, gevormd in de jaren zeventig, was van hoge kwaliteit. De sterk door de jazz beïnvloede, autodidacte Walter Becker (gitaar, bas en zang) maakte met Donald Fagen (keyboards en zang) intelligente popmuziek met in toegankelijke ritmes ingebedde jazzy ondertonen, rock- en funk elementen en een ruime dosis ironie in de scherpe teksten.

Melodisch en harmonisch staken die nummers geraffineerd en intelligent in elkaar, met Becker als voornaamste componist. Steely Dans muziek klonk beschaafd in kalme tempo’s, maar was toch niet te glad omdat elk nummer wel een onverwachte wending of verborgen grap herbergde – van die typisch New Yorkse, slimme inside-jokes. Fagen en Becker deelden naast jazz, soul en sciencefiction een passie voor Beat Generation-literatuur; hun bandnaam Steely Dan kwam van een rubberen dildo uit William S. Burroughs’ boek The Naked Lunch.

In 1972 brachten ze met Steely Dan hun debuutalbum uit, Can’t Buy a Thrill. Knap gestileerd zijn nummers als ‘Do It Again’, ‘Rikki Don’t Lose That Number’, ‘Hey Nineteen’, ‘Aja’ en ‘Reelin’ In The Years’. Becker en Fagen lieten zich altijd door uitmuntende sessiemuziekanten uit de periferie van pop en jazz omringen, er werd met gemak en lichtheid gemusiceerd.

Dat hun jazzpopmuziek hoog door kenners werd aangeslagen stond haaks op hun afzijdige, wat eigenwijze houding; ze toerden niet graag, hadden hun foto’s niet op hun hoezen, maakten geen clips. Populariteit had weinig met muziek te maken, gnuifden ze. In 1980 brak het duo op, al zeiden ze zelf ‘niets’ van een breuk te weten. Terwijl Donald Fagen succesvol solo ging met het album The Nightfly in 1982, liet Becker lang op zich wachten. Hij had even genoeg van de muziekbusiness, verhuisde naar Maui in Hawaï en liet zich pas na jaren van stilte horen als producer van albums. Zijn eerste soloalbum was 11 Tracks of Whack in 1994.

Dat Fagen en Becker in 1993 weer bij elkaar kwamen om opnieuw onder de naam Steely Dan te gaan toeren en platen te maken was verrassend. Ruim twintig jaar na het voorlaatste sterke Steely Dan-album Gaucho was het frappant hoe makkelijk ze de draad weer oppakten. Het was een opwindend en vertrouwd weerzien met het titanenduo dat de publiciteit altijd zo schuwde.

Two Against Nature (2000) had een herkenbare sound en werd onderscheiden met maar liefst vier Grammy’s. Daarna volgde het indrukwekkende Everything Must Go (2003) en Donald Fagans soloalbum Morph The Cat. Ook de optredens stonden weer, met een knisperend soepele mix van materiaal uit de jaren 70 en meer solowerk. Tien jaar geleden op North Sea Jazz sprong Fagen er swingend in zijn element achter de Fender Rhodes of retro op de melodica uit, terwijl zijn kunstbroeder Becker er droogjes tekst en uitleg bij gaf.