Recensie

Eilandgevoel en muziek uit alle hoeken op Into The Great Wide Open

Festival Voor bezoekers en meefeestende vrijwilligers was Into The Great Wide Open opnieuw een avontuurlijke fiets- en wandelvakantie. Het popprogramma van het festival pakte dit jaar beter uit dan ooit.

Zangeres Mahalia op het podium Bij de IJsbaan tijdens Into The Great Wide Open. Foto Linde Verbaas

Beschenen door een welwillende nazomerzon en heldere maan nam het pop- en kunstenfestival Into The Great Wide Open (ITGWO) voor de negende keer een lang weekend bezit van het wonderschone Vlieland. De oostkant van het anders zo rustige eiland vormde het decor voor een uitstalling van geluids- en lichtsculpturen, theatrale optredens, dwaaltochten door de natuur en een popprogramma dat dit jaar beter uitpakte dan ooit.

Wie zich ’s avonds in het donker te voet verplaatste tussen podia met voor zich sprekende namen als Bij de IJsbaan en De Open Plek, kon plotseling geconfronteerd worden met gesnuif en gegrom in het bos. De kans om oog in oog te staan met een wild zwijn was kleiner dan de optie dat het om een verdekt opgesteld audiokunstwerk ging. Het hele eiland deed mee, tot en met de middenstand die garen spon bij de extra omzet en die duizenden huurfietsen liet aanrukken van de andere Waddeneilanden.

Into The Great Wide Open was voor de 6.500 betalende bezoekers en de 2.000 meefeestende vrijwilligers een avontuurlijke fiets- en wandelvakantie, waarbij de vrije natuur inspireerde tot meer dan alleen een gezellig popfestival met een nachtelijk dansprogramma binnen de muren van de campingkantine De Bolder.

Sterke openingsavond

Uitdagende muziek was er genoeg, van de gelauwerde Schotse componiste Anna Meredith tot de opzwepende minifanfare Brass Rave Unit die geen podium nodig had om het Sportveld op de lome zaterdagmiddag in vuur en vlam te zetten. Na een sterke openingsavond met de gepolijste Afrofunk van de Soedanees-Amerikaanse Sinkane en de doorgetripte Beatlesvariaties van The Lemon Twigs stond ook vrijdag in het teken van maximale variatie. Degelijke indierock van Moss, geëngageerd Vlaams muziekdrama van Het Zesde Metaal en confronterende garagerock van The Orwells boden de perfecte ouverture voor het theatrale spektakel van de band Foxygen, die de hele pophistorie overhoop haalde voor een zinnenprikkelende ode aan de Stones, Bowie en Amerikaanse filmmusicalkitsch.

Wat ITGWO anders maakt dan andere festivals is het eilandgevoel: mensen die met elkaar afgereisd zijn naar het eiland gunnen elkaar de ruimte en laten geen vuilnis en lege bierbekers achter in het landschap. Kinderen zijn welkom en met hun blauwe koptelefoons als gehoorbeschermers bieden ze een vriendelijk aanzicht tussen geconcentreerd luisterende of uitbundig feestende popliefhebbers.

De Amerikaan Bill Callahan maakte ten volle gebruik van de serene omgeving waarin hij zijn droge stem tussen de statige dennenbomen alle expressie meegaf. De veelgebruikte rookmachine op de Open Plek bleef voor één keer ongemoeid bij de voormalige zanger van de groep Smog.

Fresku kwam in een bos vol springende kids pochen dat hij alleen nog kreeft eet

Liederencyclus

Een wandeling langs de gezichtsbepalende, van Vlielandse ansichtkaarten bekende vuurtoren voerde naar een duinpan die een natuurlijk amfitheater vormde voor de première van de liederencyclus The Secret Diary of Nora Plain van Morris Kliphuis en Lucky Fonz III. Zangeres Nora Fischer bracht hemelse zang met subtiele begeleiding van het Ragazze Quartet in „het klassieke equivalent van een conceptalbum”, aldus Lucky Fonz bij zijn introductie. Zoveel subtiliteit was er niet bij de stampende elektrodisco van Hercules and Love Affair en de platte kermisdreun van My Baby. Het contrast kon niet groter zijn bij de verstilde liedjes van de engelachtige Julie Byrne, die met haar prachtig introverte verschijning bijna oploste in de haar omringende natuur. Niets van die bescheidenheid bij rapper Fresku, die in een bos vol springende kids lekker kwam pochen dat hij zo rijk is dat hij tegenwoordig alleen nog kreeft eet.

Dreunende geluidsmix

Veel werd verwacht van de zaterdagse hoofdact Belle and Sebastian, die de aantrekkingskracht van hun orkestrale liedjes met ontwapenende sixtiesinslag de mist in lieten gaan door een dreunende geluidsmix. Veel beter verging het de oude soullegende Don Bryant, tot nu toe vooral bekend omdat hij de klassieker ‘I Can’t Stand the Rain’ schreef voor zijn echtgenote Ann Peebles. In de rug gesteund door de onmiskenbare, stuwende soulsound van het Hi-label pakte Bryant het Sportveld in met zijn ontwapenende show en een stem als een met fluweel beklede misthoorn.

Into The Great Wide Open is de natuurlijke habitat van singer-songwriters en americana-zangers die het niet moeten hebben van een publiek dat zoekt naar het hipste van het hipste. De opgeruimde Nieuw-Zeelander Marlon Williams, de morsige Amerikaan Ryley Walker en de excentrieke artiest Perfume Genius vonden op Vlieland een aandachtig publiek dat zich op slippers of wandelschoenen verplaatste in een praktisch ongerept natuurgebied. Een gedurfde keuze op het grote podium was accordeonist Mario Batkovic, een indringende performer die zijn trekzak liet grommen en huilen. De Engelse dichteres Kate Tempest en een beheerst met poppoëzie strooiende Spinvis sloten zondag een festival af dat schitterde door alle liefde die in programma en aankleding waren gestoken.