Een schijn van opleving biedt weinig hoop

Het Nederlands elftal won met 3-1 van Bulgarije en heeft nog enige hoop op WK-deelname. Concurrent Zweden won met 4-0 van Wit-Rusland, Frankrijk speelde verrassend genoeg met 0-0 gelijk tegen Luxemburg.

De 3-1 overwinning op Bulgarije was zeker geen wedstrijd om te lachen, maar Dick Advocaat deed het toch. Grinnikend om zijn eigen grappen maakte de bondscoach op de afsluitende persconferentie duidelijk dat de vragen hem niet bevielen. „Dus jij hebt die kans vlak voor rust niet gezien? Dan zat je zeker al aan de koffie.”

Eens zou de bondscoach zich misschien wel mateloos hebben opgewonden op persconferenties als deze. Rode wangen, stoom uit de oren. Bekvechten. Maar de bondscoach is relaxter geworden en zette na een moeizame winstpartij een wapen in dat hij zich de voorbije jaren eigen heeft gemaakt: sarcasme, vermengd met cynisme. „Als jullie op zoek zijn naar negativisme, moeten jullie dat lekker doen”, zei Advocaat na afloop. „Ik ben optimistisch.”

Toch is dat steeds moeilijker voor te stellen. Ja, het Nederlands elftal had gewonnen, maar waar Oranje donderdagavond het geluk had dat Zweden verloor van Bulgarije, was het nu andersom. De grote concurrent om de tweede plek in poule A won in Minsk met zulke overtuigende cijfers van Wit-Rusland (4-0) dat de uitgangspositie van Oranje des te benauwder is geworden. Daar deed de 3-1 zege op Bulgarije niets aan af.

Haalbaar is het WK in Rusland nog steeds, maar inmiddels zou je je kunnen afvragen of voetbalminnend Nederland zich niet vastklampt aan een mathematische mogelijkheid die in werkelijkheid een illusie is?

Zeker, het was goed nieuws dat Nederland zich revancheerde op Bulgarije, na het fiasco in Sofia dat Danny Blind zijn baan kostte. Maar in de Arena bleek eens te meer dat Oranje bij vlagen zo moeizaam voetbalt dat je heus geen pessimist hoeft te zijn om een groot aantal beren te zien op weg naar het WK 2018 in Rusland. Daarover later meer.

Schwung

Eerst de wedstrijd, waarin Oranje de schijn van een opleving wekte voordat het verviel in kansarm combinatiespel zonder vaart. In de zevende minuut was die schwung er nog wel, toen Daley Blind doorbrak op links en Davy Pröpper bediende, de vervanger van de gepasseerde Wesley Sneijder die perfect voor zijn man kwam om 1-0 te maken. Erna zweepte Arjen Robben het publiek op. Hoe meer doelpunten, hoe groter de kans dat Oranje concurrent Zweden zou kunnen achterhalen in de slotronde van de kwalificatiecampagne.

Dat lukte nauwelijks. Oranje kwam weliswaar nog twee keer tot scoren, via Arjen Robben en opnieuw Pröpper, maar incasseerde ook nog een treffer van Georgi Kostadinov, in een fase dat de Bulgaren zomaar gelijk had kunnen maken. Typisch Oranje. Net als je denkt dat meer doelpunten op komst zijn, toont het team zich van zijn meest kwetsbare kant. Instortingsgevaar is er altijd.

Doelsaldo

De pijn schuilt in het aantal treffers: want in een tijd dat het doelsaldo van levensbelang kan worden, in het meest gunstige scenario, komt Oranje uitermate moeizaam tot aanvallen die een doelpunt kunnen opleveren. Alle ballen op spits Vincent Janssen is het devies, maar hij schiet zo vaak uit een onmogelijke hoek dat zijn ijver veel wegheeft van wanhoop. Het wil maar niet lukken. Robben komt continu naar binnen, maar zijn acties worden ook voorspelbaar.

Ondanks de snelle voorsprong stond het bij rust pas 1-0 in de Arena, waarna in de kleedkamer doordrong dat Zweden met 3-0 leidde in Minsk. Die stand had Advocaat zorgen kunnen baren omdat Zweden kennelijk wel op dreef was, maar de bondscoach koos geen moment in de wedstrijd voor een aanvallendere speelstijl. Had hij bijvoorbeeld geen extra spits kunnen inbrengen, met Bas Dost, die zo vaak scoort in de Portugese competitie. „Dus jullie vonden dat wij niet vol voor die goals gingen? Ja, ik win ook liever met 6-1 maar ik vind 3-1 ook goed. Het is ook altijd wat, hè. Soms breng je geen extra spits in.”

Met dat cynisme wapende de bondscoach zich tegen vragen die de suggestie wekten dat de zege te weinig perspectief biedt voor de rest van de campagne. Hij sprak het tegen, maar de vrees dat Nederland het WK in Rusland gaat missen is meer dan gegrond. Met nog twee duels te gaan is de situatie penibel.

Door de zege van Zweden in Minsk is het verschil in doelsaldo opgelopen tot +6 in het voordeel van Zweden. Voorafgaand aan de onderlinge wedstrijd begin oktober in de Arena kunnen de Zweden hun doelsaldo verder opvijzelen in de thuiswedstrijd tegen Luxemburg, terwijl Oranje überhaupt maar moet zien te winnen bij Wit-Rusland. Als Oranje daar wint, is de kans groot dat het met 3-0, 4-0 of misschien wel met 5-0 moet winnen van Zweden om uitzicht te houden op het WK. Ja, uitzicht. Want zelfs dan is er niets zeker.

Zelfs de angstgegners van Oranje zijn nog ver weg

Het is verleidelijk om te benadrukken dat het statistisch allemaal mogelijk is, maar zelfs als Nederland in oktober afrekent met Zweden, is het nog maar de vraag of de ploeg genoeg punten heeft verzameld om als een van de beste acht nummers twee deel te nemen aan de play-offs. Die kans is bepaald niet groot. Mocht Nederland dat wonderwel voor elkaar krijgen, dan volgt nog een laatste loodzware missie: een tweeluik tegen misschien wel Portugal, IJsland of Ierland, landen die momenteel in andere poules tweede staan en zich al eerder verpopten tot angstgegners van Oranje.

Heus, zo’n overwinning op Bulgarije stemt tevreden en het is begrijpelijk dat Advocaat de drie punten koestert. In deze schrale tijden is elke overwinning van Oranje er een. Zolang er hoop is, leeft Oranje, zoals Quincy Promes vorige week benadrukte, maar het koord waaraan de ploeg bungelt is beslist niet meer zo sterk. Ironisch genoeg werd het zondagavond alleen maar dunner.