Zeventig jaar Ferrari: het racemerk met religieuze status snakt naar succes

Formule 1

Op het roemruchte circuit van Monza werd dit weekeinde het zeventigjarige bestaan van Ferrari uitgebreid gevierd. Een schets van het beroemdste team in de autosport aan de hand van drie citaten van oprichter Enzo Ferrari.

Italiaanse fans met een groot Ferrari-spandoek bij de huldiging op Monza, waar Ferrari-coureur Sebastian Vettel genoegen moest nemen met de derde plaats, achter de coureurs van concurrent Mercedes. Foto Max Rossi/Reuters

Een groen-wit-rode brij van strepen papier wordt uit elektriciteitskabels boven het circuit gehaald, als Sebastian Vettel in de persconferentiezaal even stilvalt. Waarom het juist dit weekend minder ging met Ferrari, was de vraag. De Mercedessen van Lewis Hamilton en Valtteri Bottas waren veel te snel geweest, het verschil was nog niet zo groot dit jaar. Vettel werd derde, op grote afstand. Maar alle kritiek ging langs hem heen. „Sorry, ik ben nog steeds onder de indruk van die podiumpresentatie.”

Op het asfalt van de trots van Italië, tussen de bomen van het Parco di Monza, had even daarvoor een menigte in een walm van rode rook zijn naam gescandeerd. Het was alsof alle 93.000 mensen die zondag ergens rond de baan hadden gezeten er stonden. Dit waren de tifosi op hun machtigst. Twee groepen in de buurt van het podium spanden grote doeken met daarop Ferrari en il cavallino rampante, het steigerende paard, een herkenbaardere afbeelding in de autosport vind je niet. Ze joelden naar de Brit Hamilton, maar die wist dat dat er in Monza bij hoorde. „Ik waardeer de passie van de mensen hier”, zei hij.

Het werd zondag niet de winst voor eigen publiek waarop de tifosi al sinds de race van Fernando Alonso in 2010 wachten. Maar het feit dat die vooraf realistischer was dan in de afgelopen seizoenen geeft iedereen met een Ferrari-hart hoop. Want Ferrari is dit jaar terug en Vettel kan zomaar de eerste wereldtitel voor het team winnen sinds 2007. En zo hoort het ook, vinden de Italianen, want Ferrari mag nooit een bijrol spelen. Daar is het veel te groot voor.

Het automerk met het roemruchte verleden is in en buiten Italië een begrip. Een schets van Ferrari aan de hand van drie citaten van de man met wie het ooit allemaal begon: oprichter Enzo Ferrari.

De laatste negen overwinningen van Ferrari op Monza:

  1. „Vraag een kind een auto te tekenen, en ik weet zeker dat hij hem rood maakt.”

    Bij de ingang van het Museo Enzo Ferrari, niet ver van het huis in Modena waar hij in 1898 geboren werd, staat de auto waarmee Ferrari ooit zijn eerste grand prix won. Silverstone 1951, de 375 F1, Jose Froilan Gonzalez zat toen achter het stuur. Althans, de bovenkant is te zien, gemonteerd op een boot. Die ging ooit 242 kilometer per uur over het meer van Iseo, zo staat er op het bordje.

    In het jonge museum is Enzo Ferrari een god. Met hem begon het in 1947, drie jaar voordat de Formule 1 er was. Hier in Modena, zo’n tweehonderd kilometer ten oosten van het circuit in Monza, werd een van de bekendste en waardevolste merken ter wereld geboren.

    In een spierwitte hal staan Ferrari’s uit alle decennia van het bestaan smetteloos gepresenteerd opgesteld. Een van de suppoosten, een kleine vrouw van in de twintig, vertelt dat er niet één bolide staat die ze niet mooi vindt. Kijk die 430 Scuderia daar, zegt ze het ene moment, wijzend op de rode auto met twee zwarte strepen op de motorkap, mede gebouwd door Michael Schumacher. Het was het kindje van de Duitser die Ferrari vijf wereldtitels schonk en 78 grand-prixoverwinningen, hij zorgde eigenhandig voor de wederopstanding van het merk begin jaren 2000.

    De suppoost is nog geen vijf minuten terug naar haar plek bij de ingang van de zaal gelopen, of de lichten gaan uit en het leven van Enzo Ferrari schiet rondom op de muren en een scherm in het midden in het kort voorbij. Je ziet een jonge Enzo, je ziet hem zelf rijden in tijden dat één verkeerde beweging op het circuit het einde van je leven betekende, je ziet de nadagen. Alles vergezeld door bombastische muziek, applaus tot slot en een bedankje van „heel Italië” als de lichten langzaam weer aan gaan en de bordjes bij de auto’s weer zichtbaar worden met daarop het ene na het andere superlatief – het heeft bijna totalitaire trekjes.

    Zeventig jaar bestaat Ferrari dit jaar. Het is er sinds het begin van de Formule 1 in 1950 bij en nu zijn we zestien constructeurstitels en vijftien coureurstitels verder. Geen team was succesvoller, mede daardoor krijgt Ferrari nog steeds het grootste deel van het jaarlijkse prijzengeld.

    Ook in Monza ontkwam je niet aan de historie. Oude auto’s werden tentoongesteld voor de fans en de coureurs werden op de mediadag, donderdag, gevraagd naar hun mooiste herinnering. Ze hadden er allen wel een band mee. Vettel vertelde hoe hij vroeger al met auto’s speelde en de rode altijd won, alsof het zo hoorde. En coureur Sergio Perez van Force India herinnerde zich dat hij voor Ferrari mocht testen. „Ferrari is het team dat we allemaal bewonderen”, zei Perez.

  2. Een documentaire over het leven van Enzo Ferrari:

  3. „Je kunt de passie niet beschrijven, je kunt haar alleen leven.”

    In Maranello, twintig kilometer ten zuiden van Modena, is alleen het water niet rood. Maranello is Ferrari. De cavallino siert de rotondes, auto’s die slechts voor een uurtje betaalbaar zijn rijden rustig over de straten waar achter hekken het fabriekscomplex van Ferrari schuilt. Ferrari is een religie en Maranello het bedevaartsoord.

    Het Museo Ferrari, vijf minuten lopen van de fabriek, is een product van de passie, voor de passie. Beelden van historische Formule 1-races worden getoond en er staan meerdere legendarische auto’s: die waar Niki Lauda de titel in won in 1975, die waar Kimi Raikkonen in won in 2007. Een van de suppoosten vertelt dat hij al sinds geboorte Ferrari-fan is. Vader en opa waren het en brachten al petjes en tassen voor hem mee. Bovendien woonde hij vlak bij het huis in Modena waar Enzo Ferrari geboren werd. Het is drukker in het museum dit jaar, merkt hij. „Nu Ferrari het weer goed doet. Ze willen succes. Al is dat vooral belangrijk voor de wat gematigder fan.”

    Hoe zichtbaar Ferrari ook is in de buitenwereld, als het op de officiële zaken aankomt, blijkt hoe geheimzinnig het kan zijn. Als de suppoost naar de collega’s bij de simulatoren verwijst voor de „echte kennis van de Formule 1”, zeggen zij dat ze niets kunnen zeggen. Dat mag niet zonder toestemming van Ferrari. Ook de suppoost had eigenlijk zijn mond moeten houden. „Sommige mensen werken hier nog niet zo lang.”

  4. „De mooiste overwinning is die die nog behaald moet worden.”

    Het lijkt alsof ze in het museum in Maranello bewust een mooi wit stukje muur open hebben gehouden waar de jaren met titels nu op staan geverfd. Sinds 2007 won geen Ferraricoureur de wereldtitel, het team won sinds 2008 geen constructeurstitel meer. Ze waren een paar keer dichtbij – onder meer met Fernando Alonso in 2010 en 2012 – en een paar keer ver weg. Te ver weg. Ferrari miste de slag toen het tijdperk van de hybridemotoren begon in 2014. Huidig Ferrari-baas Sergio Marchionne zei destijds: „Een niet-winnende Ferrari is niet des Ferrari’s.”

    2016 was een recent dieptepunt, toen Ferrari niet alleen het ongenaakbare Mercedes moest laten gaan, maar ook Red Bull, dat met Max Verstappen en Daniel Ricciardo de enige twee niet-Mercedes-overwinningen wist te behalen. Het team gaf het meeste uit van iedereen, maar kreeg er per saldo amper iets voor terug. Daarom was de opluchting groot, toen tijdens de testdagen in Barcelona begin dit jaar bleek dat Ferrari de zaken eindelijk op orde had. Vettel won de eerste race, de eerste voor Ferrari sinds de herfst van 2015, en won er vervolgens nog drie. In Monza loste Hamilton hem voor het eerst af in de strijd om de titel, maar de drie punten achterstand zijn te verwaarlozen. Geen team waarvoor succes zo belangrijk is, zo bleek ook uit wat Marchionne zei: „Als Ferrari in de Formule 1 geen succes heeft, tast dat het merk aan.”

In een eerdere versie van dit artikel stond dat Fernando Alonso in 2010, 2012 en 2013 dicht bij een titel voor Ferrari was. In 2013 werd hij wel tweede, maar was het gat met nummer één Sebastian Vettel, toen Red Bull, te groot om ‘dicht bij’ te noemen.