Recensie

‘150 Psalms’ haakt geslaagd in op actualiteit

Klassiek Mammoetproject ‘150 Psalms’ benadrukt met een actuele inslag de tijdloosheid van de psalmteksten.

Vijandschap, watersnood, vreemdelingenangst – gebrek aan urgentie kun je de teksten van de 150 psalmen niet verwijten. Dat maakt het mammoetproject 150 Psalms van het Nederlands Kamerkoor en drie collega-koren in alle eenvoud briljant: 150 psalmen in zettingen van 150 componisten van Hildegard tot heden klonken vrijdag en zaterdag in festivalachtige setting – de tijdloze relevantie van het repertoire onderstrepend door nadrukkelijk op de actualiteit in te haken. Met als extra besef: verticaal luisteren naar acht eeuwen koormuziek is óók een exclusief genoegen van onze tijd.

Lekenpreken

Het idee van Kamerkoor-directeur Tido Visser, geïnspireerd op een oude monnikentraditie de psalmen in marathonsessie te zingen, overtuigde mede door de muzikale invulling van musicoloog (en oud Kamerkoordirecteur) Leo Samama en de randprogrammering (lezingen, kunst) van de Balie en Rabiaâ Benlahbib. Samama verdeelde de psalmen in zes themaconcerten met elk een veelvoud aan muzikale stijlen. De Balie toonde zich een gewiekste liaison tussen leek en preek door onder anderen schrijvers als Désanne van Brederode en Oek de Jong te engageren voor korte reflecties voorafgaand aan de muziek.

Met lekenpreken kun je gemakkelijk verdrinken in een moeras van tegeltjeswijsheden, maar de bespiegelingen van De Jong en Van Brederode deden het tegenovergestelde: ze vergrootten de collectieve sensitiviteit voor de psalmen door breed aan te knopen op de poëzie en de antipoëzie van het heden („laat ons van volgers weer vrienden worden”), met de thema’s van de muzikale programma’s als kapstokjes.

Het tweedaagse programma, later herhaald in Brussel (half) en New York (heel), begon vrijdagochtend met het Nederlands Kamerkoor. Voor de eerste sessie werd muzikaal zwaar geschut ingezet. Onder chef Peter Dijkstra klonken in wisselende bezetting uitstekend gezongen psalmen van Bach, Tallis, Schütz en Monteverdi én twee wereldpremières: ‘Shelter’ (Psalm 5) van Michel van der Aa en ‘Diversions’ (Psalm 14) door Mohammed Fairouz. Psalm 14 is poëtisch en grimmig, door Fairouz gevangen in een eclectisch, volstrekt overtuigend amalgaam van stijlen: van een op Bach aanknopend begin via parlando gemurmel tot een indringende, voorzangachtige solo. Ook de psalm van Van der Aa overtuigde direct met schurende akkoorden, een ijle stem die door het plafond van dat weefsel heen prikt en tekstschilderend gedijengetrommel – als rotte appelen die op de grond ploffen.

Lees ook het interview met koordirigent Peter Dijkstra: ‘Er wordt in Nederland weinig op écht hoog niveau gezongen’

Muzikaal was het optreden van het Trinity Choir of Wall Street met zijn grote klank daarna iets minder subtiel, al bleek het vergelijken van vier koortradities ook onderdeel van de charme van het project. Niets minder dan een revelatie was Det Norske Solistenkor onder Grete Pedersen: strak, zuiver, elastisch en met name in het timbre van de alten en sopranen van onovertroffen warme helderheid.