Somberheid in een verbrokkeld voetballandschap

Nederlands elftal

De 4-0 nederlaag tegen Frankrijk weerspiegelde de broze gesteldheid van het Nederlands elftal. Een duel dat vragen opriep, niet alleen over de toekomst van Oranje, maar ook over het Nederlandse voetbal.

Van boven naar beneden: bondscoach Dick Advocaat, Tonny Vilhena (16) en Arjen Robben. Foto’s ANP/Reuters
  1. Zijn we nu dichter bij het WK dan voor het duel met Frankrijk?

    Feitelijk niet. Maar dat het zo voelt, komt doordat een nederlaag in Frankrijk was ingecalculeerd en de verwachting was dat de voornaamste concurrent om de tweede plaats, Zweden, niet zou verliezen in Bulgarije. Zie het gezicht van Arjen Robben toen hij van Bert Maalderink hoorde dat Bulgarije had gewonnen. Alsof hij een levenskus had gekregen. „Een ongelooflijke kans die we met beide handen moeten aangrijpen”, zei Robben. „Drie keer winnen en dan ben je er, denk ik.”

  2. Kunnen de 3-0 en 4-0 Oranje duur komen te staan?

    Ja, voor Zweden was dat een lichtpuntje op een donkere avond in Sofia. Tegelijk waren de twee goals misschien wel onvermijdelijk in een fase dat de tien overgebleven spelers zich staande moesten houden tegen een Franse wervelwind.

    Feit is dat er nauwelijks was nagedacht over de consequenties van die twee goals. Stefan de Vrij begon te stamelen toen hem ernaar werd gevraagd. Robin van Persie had er evenmin aan gedacht. „Tegen dit soort jongens kan dat ook gebeuren, hè”, zei Van Persie. „Nee, in het veld wisten we niet dat Bulgarije voor stond. We waren met onszelf bezig. Die wedstrijd had ook nog kunnen kantelen.”

    Arjen Robben na de 4-0 verloren WK-kwalificatiewedstrijd Frankrijk tegen Nederland in het Stade de France nabij Parijs.
    Foto Vincent Jannink/ANP
    Quincy Promes en Tonny Trindade de Vilhena na de 4-0 verloren WK-kwalificatiewedstrijd Frankrijk tegen Nederland in het Stade de France nabij Parijs.
    Foto Vincent Jannink/ANP
    Foto’s Vincent Jannink/ANP

    Zweden staat drie punten voor op Oranje, maar in het meest rooskleurige scenario – Nederland wint vanaf nu alles – kan de ploeg bij winst op Zweden in de laatste speelronde alsnog langszij komen dankzij een beter doelsaldo. Zweden staat op +4 ten opzichte van Oranje. Bij grote zeges van Zweden op Wit-Rusland en Luxemburg verslechtert het perspectief, maar zelfs dan is er hoop wegens een tweeledig effect als Nederland de Zweden verslaat: bij elk doelpunt verschil loopt Oranje twee doelpunten in. Bij 3-0 is een verschil van -6 in één klap verdwenen.

    Mocht Oranje tweede worden, dan hoeft het niet te vrezen om als slechtste nummer twee te worden buitengesloten voor de play-offs. De negentien punten die Oranje bij drie zeges heeft, zullen volstaan om te strijden voor de laatste vier (Europese) tickets voor het WK.

  3. Waarom staat er geen moderne toptrainer voor de groep?

    Kwestie van schaarste, een gemiste kans en geringe salariëring – relatief dan. Schaarste omdat Nederlandse trainers al een tijd uit de mode zijn. Dat hangt samen met geringe successen van eredivisieclubs waarmee ze hun carrières kunnen lanceren en de tactische scholing die in andere landen – Duitsland, Portugal, Spanje – verder ontwikkeld is. Alleen Ronald Koeman en Peter Bosz werken nu bij topclubs, dat was het wel.

    Of Koeman Oranje wel naar het EK 2016 had kunnen loodsen is de belangrijkste ‘wat-als’-vraag in de recente Nederlandse voetbalgeschiedenis. Hij was, eind 2013, de laatste trainer die daadwerkelijk wilde en ook het kaliber leek te hebben voor de baan. Maar de KNVB-directie koos voor een dubbelbenoeming met eerst oudgediende Guus Hiddink (tot en met het EK 2016) en daarna Danny Blind, die als hoofdcoach nog altijd indruk moet maken.

    Er is na het ontslag van Blind afgelopen maart niet heel serieus werk gemaakt van een buitenlandse trainer. Dat is begrijpelijk: het ligt niet voor de hand dat een internationale topcoach zou instappen in het Oranje-gewoel. Het salaris van een Nederlandse bondscoach is maximaal iets meer dan 1 miljoen euro, niet bepaald een lokkertje voor een trainer op de weg omhoog.

    Bondscoach Dick Advocaat reageert tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd Frankrijk tegen Nederland in het Stade de France nabij Parijs.
    Foto Vincent Jannink/ANP
    Foto Vincent Jannink/ANP
    2017-08-31 21:45:08 SAINT-DENIS - Bondscoach Dick Advocaat reageert tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd Frankrijk tegen Nederland in het Stade de France nabij Parijs. ANP VINCENT JANNINK
    Bondscoach Dick Advocaat reageert tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd Frankrijk tegen Nederland in het Stade de France nabij Parijs.
    Foto’s Vincent Jannink/ANP

    Zo viel na het ontslag van Blind de keuze op Dick Advocaat, zelfverklaard ‘vijftiende keus’ en coach in zijn nadagen. Hij overtuigde niet tegen Frankrijk, zoals hij Oranje ongewapend het strijdperk in Stade de France liet betreden.

  4. Is het de schuld van Danny Blind dat Oranje er zo slecht voor staat?

    Hij is vaak bekritiseerd, maar de naam van Danny Blind zal de komende tijd blijven rondzingen in de gelederen rond Oranje. Met name door die wanprestatie in Sofia. Ja, het was zijn enige verliespartij in de WK-kwalificatiecampagne, maar er ging die avond meer kapot dan alleen zijn reputatie. Nadat Oranje deels onder zijn leiding Euro 2016 was misgelopen, bevestigde hij in de daaropvolgende kwalificatiereeks opnieuw dat zijn keuzes zelden gelukkig uitpakten.

    Toch was het niet louter zijn schuld. Want de spoeling is dun, zoals Blind altijd eerlijk zei. Ook Advocaat zei donderdag nog dat sommige spelers problemen hebben om mee te komen op topniveau. Doordat Advocaat twee verwachte resultaten boekte – winst op Luxemburg, verlies in Frankrijk – kan hem pas iets worden verweten als Oranje de komende drie duels punten blijft morsen. Dan draagt ook hij verantwoordelijkheid voor het fiasco dat het missen van een WK is.

  5. Waarom presteert Kevin Strootman ondermaats?

    „De scheidsrechter was van hetzelfde niveau als ik was”, zei Kevin Strootman na afloop in Parijs. Het was een memorabele quote die grappiger klonk dan hij was bedoeld. Want Strootman wist het zelf ook: hij had dramatisch gespeeld. Weer. Net als eind maart in Bulgarije.

    Diezelfde Strootman werd in 2014 juist nog geprezen door Louis van Gaal. Na het oplopen van een ernstige knieblessure in een oefenduel met Frankrijk, in hetzelfde stadion waar hij donderdag traag voor de dag kwam, veranderde Van Gaal resoluut van tactiek. Strootman zou een sleutelrol krijgen op het WK in Brazilië, maar zonder hem leek het de bondscoach beter om veel defensiever te spelen. Zo ontsproot de beruchte 5-3-2 formatie aan zijn brein.

    De stabiliserende rol die Van Gaal hem toedichtte en die Strootman bij AS Roma heeft, kan de speler niet bij Oranje vervullen. In Zweden maakte hij naar eigen zeggen een „ongelooflijke blunder” die tot een tegentreffer leidde, terwijl hij zowel tegen Bulgarije als Frankrijk zeer vlak en traag speelde. Los van het feit dat zijn tweede gele kaart in Parijs onterecht was.

  6. Waarom staat er geen goede generatie klaar?

    Dit is een van de grote, zo niet het grootste Nederlandse voetbalvraagstuk van het moment. Waar zijn ze? Waar blijven ze? Hoe kan het dat er in de jaren 1985-1995 geen enkele voetballer is geboren die uitgroeide of nog zal uitgroeien tot Europese topspeler, maar dat in de twee jaar daarvoor internationale grootheden Robin van Persie, Wesley Sneijder en Arjen Robben ter wereld kwamen?

    Genoemd decennium bracht internationale subtoppers voort als Jasper Cillessen, Daley Blind, Georginio Wijnaldum, Stefan de Vrij. Al jaren vaste waarden in Oranje. Derde op het WK 2014, maar tegelijkertijd vaandeldragers van een verloren voetbalploeg. In de kracht van hun carrière, maar geen twintiger in Oranje momenteel haalt het niveau dat je van ze mag verwachten.

    En wat komt daar weer achter? Jelle Goes, inmiddels voormalig technisch manager van de KNVB, zei vorig jaar in NRC dat Nederland in potentie goed genoeg is. Hij somde een lijst op van talenten: Bazoer, Depay, Riedewald, Tete, Vincent Janssen, Jorrit Hendrix, El Ghazi, Ramselaar, Kongolo. Daarachter Bergwijn, Van de Beek, Nouri. „Maar goed”, zei Goes. „Dat noemen wij dan top, maar het is nog geen top. Want ze spelen niet wekelijks op hoog niveau. Dus is de vraag: maken ze nu de goede keuzes? Waar je speelt is belangrijk, maar dát je speelt is het allerbelangrijkst.”

    Het tragische lot van Abdelhak Nouri uitgezonderd is de potentie van deze groep nog steeds aanwezig. Tegelijkertijd is niemand van hen in de verste verte zo goed als Sneijder, Van Persie en Robben waren op die leeftijd. Kunnen spelers zich nog pijn doen? Kijken ze in de spiegel? Kunnen ze over lijken gaan?

    Het is te hopen dat één, misschien twee van hen een ster worden. Een dragende kracht voor Oranje, maar er is veel verbeeldingskracht voor nodig.

  7. Is Nederland een groot of klein voetballand?

    Een groot voetballand. Per hoofd van de bevolking telt Nederland het hoogste aantal voetballers van Europa, zo blijkt uit het rapport ‘Winnaars van Morgen’ dat de KNVB in 2016 presenteerde. Tegen de grote vier landen Engeland, Frankrijk, Duitsland en Italië legt Nederland het af, maar qua absolute aantallen telt Nederland bijvoorbeeld meer geregistreerde voetballers dan het veel succesvollere Spanje. Bedenk daarbij dat elke Nederlander gemiddeld 1.575 meter van een voetbalclub woont en je kunt onmogelijk zeggen dat Nederland een onderontwikkeld voetballand is. Zorgelijk is wel dat het aantal voetballers onder de achttien jaar daalt. Minder uitstroomt betekent dat meer talent behouden blijft.

  8. Is de zwakte van de eredivisie doorgeëtterd naar Oranje?

    Inmiddels wel. In de basiself van Oranje donderdagavond tegen Frankrijk stond geen enkele speler die nog in de eredivisie speelt, dus in die zin kan je zeggen dat het verband niet te leggen is. Maar het punt is dat Nederlandse voetballers al beginnen met een achterstand, juist omdat de eredivisie zwak is en het weerstandsniveau relatief laag.

    Het maakt wel uit of je je vormende jaren doormaakt in de grotemannenwereld van de Premier League en Bundesliga, of dat je in de relatieve veiligheid van de Nederlandse eredivisie je eerste profvoetbalmeters maakt. Vrijwel elke Nederlandse voetballer heeft een jaar nodig om de overgang naar een buitenlandse competitie te verteren, omdat het tempo zo veel hoger ligt. Vaak (Vincent Janssen, Memphis Depay) volgt dan ook een periode van kwakkelen. Bankzitten, verhuur, nieuwe transfer naar een niveau lager. Kortom: stagnatie.

    Dat de eredivisie zwakker en zwakker wordt heeft weer alles te maken met de jaarlijkse uitholling onder druk van de beperkte financiële slagkracht. Elke zomer wordt de competitie ontdaan van zijn toppers, waardoor het niveau en de mate van weerstand weer wat inboeten. Positief: veel kansen voor jeugdspelers in hun tienerjaren. Negatief: reeds doorgebroken twintigers met honger naar meer moeten weg om door te groeien.

    De eredivisie hobbelt op veel terreinen achteruit. Snelheid van omschakeling, tactische variatie, fysieke diepgang. Terwijl het internationale voetbal een chaotisch en onvoorspelbaar karakter heeft gekregen, blinkt Nederland uit in ingebakken patronen van opbouw en via statisch geschuif naar de flank en terug. Recente uitzonderingen was Phillip Cocu die PSV met een pragmatisch defensief strijdplan bijna de kwartfinale Champions League inloodste. En Ajax dat het onder Peter Bosz met moderne pressing tot de Europa League-finale schopte.

    Het zijn incidenten.

  9. Hebben we wel de juiste mentaliteit?

    Pas op, hier volgt een containerbegrip. Vooropgesteld: iedereen die in het voetbal boven komt drijven heeft jaren van selectie overleefd in een veeleisende prestatie-omgeving waar zwakte genadeloos afgestraft wordt. Dus ja, winnaarsmentaliteit te over. Het WK 2010 en 2014 toonde aan hoe Oranje, in ieder geval toen, tot veel in staat was met collectieve wil.

    Maar in relatie tot leeftijdsgenoten elders leggen Nederlandse jeugdelftallen het vaak af in directe confrontaties met Portugezen, Spanjaarden, Duitsers. Hoe zij duels aangaan, compact houden, een wedstrijd killen. Voor de vorige maand teruggetreden technisch directeur van de KNVB Hans van Breukelen is het niet kunnen ‘doodmaken’ van een wedstrijd een van de grote Nederlandse tekortkomingen. Een resultaat eruit slepen, een wedstrijd over de streep trekken. Het verdedigen van standaardsituaties, van voorzetten.

    Er is niet voor niets een centraal punt van gemaakt in het beleidsplan ‘Winnaars van Morgen’ van de KNVB. Bijvoorbeeld als het gaat om verdedigen: „Waar wij in Nederland soms goed in positie komen, maar vlak bij de tegenstander inhouden, wordt er op een hoger niveau doorverdedigd op de tegenstander met de bal, die hierdoor minder tijd heeft en gedwongen wordt een keuze te maken, of eerder een fout maakt. Ook hebben andere spelers in het team last van het gebrek aan druk op de bal, waardoor zij ook noodgedwongen meer ruimte weg moeten geven.”

  10. Hoe erg is het missen van een WK?

    Erg. Het is een aanzienskwestie die doorwerkt op alle niveaus in het Nederlandse voetbal. Niet alleen loopt de KNVB een bedrag mis dat vergelijkbaar is met de deelnamepremie van het WK 2014 (ruim negen miljoen euro), het heeft ook effect op sponsordeals. Nike heeft zich na het succesvolle vorige WK weliswaar tot 2024 aan de KNVB verbonden, maar de sponsor zal niet blij zijn als Oranje straks weer op een eindtoernooi ontbreekt. Andere partijen zullen minder snel instappen. Geen bedrijf wil de hoofdprijs betalen voor steun aan een voetbalnatie in verval, hoewel de bond aan de andere kant enig profijt zal hebben van het EK-succes van de Nederlandse vrouwen.

    Een misgelopen WK heeft ook consequenties voor de spelers, die zich op zulke momenten kunnen meten met de top. „Die ervaring is geweldig voor de ontwikkeling van voetballers”, kan oud-bondscoach Bert van Marwijk niet vaak genoeg benadrukken. Een geslaagd toernooi leidt vaak tot transfers. Na het WK 2014 vertrok Stefan de Vrij naar Lazio Roma, Bruno Martins Indi naar FC Porto, Daley Blind naar Manchester United en Daryl Janmaat naar Newcastle United. Klinkende transfers waarmee het Nederlandse voetbal goede sier maakte. De gedachte is dat zij elders, in betere en hardere competities, ervaring opdoen die het Nederlands elftal weer ten goede komt.

    Hoewel dat momenteel niet blijkt uit de huidige prestaties van Oranje. Want veel spelers die samen derde werden in Brazilië, waren erbij toen Oranje het EK miste en maken nu nog deel uit van de selectie die op weg is om Rusland 2018 te gaan missen. Wat rest is de vraag waarom hun progressie stokte.

  11. Is er nog hoop?

    Zo ja, dan is die op weinig gebaseerd. Dat velen – gelukkig ook de spelers – er nog steeds van uit gaan dat we het WK halen, is in zekere zin tekenend voor het blinde optimisme. Dat ouderwets ‘wij zijn uiteindelijk toch beter’, ook al is het al drie jaar weinig tot niets geweest.

    Grote landen benutten inmiddels maximaal hun potentieel, kleinere landen als België en Portugal zijn Nederland in vrijwel alle opzichten voorbijgestreefd. De problemen zijn groot: een kwijnende competitie, een falend vertegenwoordigend elftal. Een verbrokkeld voetballandschap waar een voorstel als de teruggang naar zestien clubs in de eredivisie op conservatisme en eigenbelang stuit.

    Waar het afstaan van jeugdspelers aan vertegenwoordigende elftallen voortdurend tot onwil leidt bij grote clubs.

    Waar vooralsnog geen aanvallende supertalenten rammelen aan de poort, waar de vertegenwoordiging in de absolute Europese top nog één man is: de 33-jarige Arjen Robben.

    Het ziet er somber uit.