duurzaamheid

Raad van State: provincie mocht plaatsing windturbines in Amsterdam weigeren

De provincie Noord-Holland mocht de aanvragen voor windturbines in het havengebied en bij de NDSM-werf afwijzen. Dat heeft de Raad van State woensdag geoordeeld in een procedure die was aangespannen door de gemeente Amsterdam, het Havenbedrijf en NDSM Energie.

De drie stapten naar de hoogste bestuursrechter omdat zij vinden dat de provincie niet mocht beslissen over de plaatsing van windturbines op Amsterdamse grond. Daarnaast vinden zij dat de provincie strengere regels hanteert voor Amsterdam dan op landelijk niveau gelden. Noord-Holland eist bijvoorbeeld dat voor elke nieuwe windturbine twee oude, minder efficiënte windmolens verwijderd worden en dat de windmolens in één rechte lijn staan, en minstens 600 meter van woningen vandaan.

Volgens de Raad van State heeft de provincie wel degelijk inspraak, omdat de windturbines ook zichtbaar zijn buiten Amsterdam, en zijn de regels van de provincie niet in strijd met de landelijke.

Wethouder Abdeluheb Choho (duurzaamheid, D66) vindt het besluit „een grote teleurstelling. Wij willen zo snel mogelijk een energietransitie maken.”

Provincie en gemeente botsen al langer over de bouw van windmolens. Maar pas toen de provincie vorig jaar 23 aanvragen voor windturbines in het havengebied en op de NDSM-werf weigerde, stapte de gemeente naar de rechter. Een woordvoerder van Choho: „Ons doel was om in 2020 100 megawatt aan energie op te wekken, de teller staat nu op 65 megawatt. De 23 turbines hadden dat met 54 megawatt kunnen verhogen.”

Tien aanvragen – samen goed voor 10 megawatt – keurde de provincie wel goed.

Uit onderzoek van bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek eind vorig jaar bleek bijna driekwart van de Amsterdammers positief over meer windmolens in het havengebied. De gemeente zoekt nu naar nieuwe locaties ervoor.