Commentaar

Overbodige crisistaferelen slecht voor aanzien politiek

De binnenlandse politiek is deze week een staatkundige primeur bespaard gebleven. Geen breuk in een kabinet dat reeds vijfeneenhalve maand demissionair is. Tijdig zijn de betrokken partijen weer bij zinnen gekomen. De gekozen formule om de vrede te bewaren roept de vraag op waar alle ophef eigenlijk voor nodig was. VVD en PvdA wisten zich te verenigen op het woord inspanningsbelofte voor extra onderwijsuitgaven. Vrijblijvender kan het haast niet.

De bron van de controverse is terug te voeren op PvdA-leider en demissionair vice-premier Lodewijk Asscher. Terwijl elders in Den Haag werd onderhandeld over de vorming van een nieuw kabinet dreigde hij in juni met zijn partij uit het kabinet te stappen als in de begroting voor komend jaar geen salarisverhoging voor de leraren in het basisonderwijs zou zijn terug te vinden.

Een onredelijk of exceptioneel verlangen was de salarisverhoging voor onderwijsgevenden geenszins. Nagenoeg alle partijen spraken zich hiervoor tijdens de verkiezingscampagne uit. Financieel hoeft het ook geen probleem te zijn. Een begroting maken bestaat vanzelfsprekend altijd uit het maken van keuzes, maar anders dan andere jaren valt er als gevolg van de voorspoedige economische groei weer het een en ander te verdelen.

Dat de besprekingen desondanks zo moeilijk verliepen, inclusief de crisisachtige taferelen, heeft alles te maken met het heersende politieke klimaat waarbij elke millimeter op elkaar bevochten moet worden. De toon is verhard en partijpolitiek prestige is leidend. Dan is de ruimte voor bewegen miniem. Niet voor niets is op dit moment de op één na langst durende kabinetsformatie sinds de invoering van het algemeen kiesrecht (voor mannen) in 1917 bezig. En dat in een land waar de politieke verschillen en op te lossen problemen vergeleken met veel landen in het buitenland zeer overzichtelijk zijn.

In de kern draaide het begrotingsconflict van de afgelopen weken om de vraag wie straks met de eer van een verhoging van de onderwijssalarissen mag gaan strijken. Is dat de nieuwe coalitie als deze eindelijk is aangetreden, of kan deze aan de PvdA – die de ‘eis’ deponeerde – worden toegerekend. Een vraag die overigens vooral de mensen op de vierkante kilometer van het Binnenhof bezighoudt.

Lees ook: Als Samsom even triomfantelijk kan opwerpen: ‘Zeg, missen jullie me al?

PvdA-leider Asscher zette in juni onterecht hard in met zijn dreigement van een kabinetscrisis. Een demissionair kabinet past bescheidenheid bij het opstellen van een nieuwe begroting. Extra geld uittrekken voor het onderwijs kan niet meer gerekend worden tot de categorie afhandelen van lopende zaken. Tegelijk kan de partijen die nu over een nieuw kabinet praten verweten worden dat zij de ruimte voor Asscher hebben geschapen, door zo lang de tijd nemen voor het in elkaar zetten van een regeerakkoord. Daarmee hebben zij de kans laten lopen om zelf invloed uit te oefenen op de begroting die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd.

Het compromis is nu dus de ‘inspanningsbelofte’ van de VVD dat er extra geld zal komen, maar een bedrag hoeft niet al in de begrotingstukken te staan. Deze formule had eerder en zonder politieke haarkloverijen bedacht kunnen worden. Dat was in elk geval beter geweest voor het aanzien van de politiek dat door de tergend trage en zich in totale beslotenheid afspelende kabinetsformatie toch al aan het afbladderen is.

De komende week komt de Tweede Kamer terug van reces. Van een vol werkprogramma is in afwachting van de komst van een nieuw kabinet vooralsnog geen sprake. Het is zelfs de vraag of de Algemene Beschouwingen, het jaarlijkse grote politieke debat direct na Prinsjesdag, bij gebrek aan een volwaardig kabinet zal worden gehouden.

Dit zou een verkeerd signaal zijn. Dat vier partijen beschikkend over een minieme meerderheid van één zetel nu al tijden in afzondering leven, hoeft niet te betekenen dat de andere negen partijen zich daar naar moeten gedragen. Hoewel het soms anders lijkt, de politiek betreft meer dan een regeerakkoord.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.