Column

Als Samsom even triomfantelijk kan opwerpen: ‘Zeg, missen jullie me al?’

Deze week: Den Haag mist Diederik Samsom – maar niemand die het hardop zegt.

Ofwel: hoe de schappelijkheid uit de politiek verdwijnt.

In de VS zag ik deze zomer posters en T-shirts van Obama met daaronder de tekst: Miss me yet? Een variatie op een thema. Vlak na de verkiezing van Obama in 2008 had je dezelfde shirts met het beeltenis van George W. Bush.

In Den Haag dacht ik deze week ineens: hoelang zal het duren voordat een Nederlandse variant de ronde doet? Diederik Samsom die recht de camera inkijkt: ‘Zeg, missen jullie me al?’

In de VVD-top zeggen ze al een half jaar onder elkaar: was Samsom er nog maar. In andere partijen (de PvdA inbegrepen) zijn ze minder expliciet, maar ook daar begrijpen ze de heimwee van de VVD maar al te goed.

Het probleem is nu eenmaal dat Den Haag, zoals het nu is, snakt naar een politicus die méér durft te zijn dan zijn verkiezingsprogramma. Een politicus die niet geremd wordt door de zogenoemde ‘lessen van Rutte II’, die erop neer zouden komen dat compromisbereidheid en schappelijkheid genadeloos door kiezers worden afgestraft.

Zodoende zitten we nu al een half jaar in een formatie die zich voltrekt alsof het 50Plus-bestuur gaat mountainbiken: remmen bij elk kuiltje. Stilstand als prestatie.

Deze week kwam daar de bijna-val van het demissionaire Rutte II bij, een opgelierd conflict over lerarensalarissen tussen de kandidaat-coalitiepartners en de PvdA.

Het probleem is nu eenmaal dat Den Haag, zoals het nu is, snakt naar een politicus die méér durft te zijn dan zijn verkiezingsprogramma

En het onheilspellende, zelfs in de ogen van sommige nieuwe coalitiepartners, was dat ook Rutte, de rasbestuurder die persoonlijke relaties altijd goed houdt, deze keer niet terugschrok voor escalatie van het conflict met Asscher.

Precies het omgekeerde van wat hij en Samsom de afgelopen jaren deden: precies het omgekeerde van wat Den Haag nu nodig heeft.

Intussen werkt de bureaucratie gewoon door, in het vertrouwen dat Rutte III uiteindelijk een keer op het bordes komt.

Woensdagmiddag zag ik de secretarissen-generaal (SG’s), de hoogste ambtenaren van de departementen, het ministerie van Algemene Zaken in wandelen voor hun wekelijkse overleg, het ‘SGO’ in Haags jargon. Op veel ministeries handelen de SG’s nu de lopende zaken af.

Denk niet dat dit altijd eenvoudig is. Een van de fascinerendste verhalen die ik laatst in diplomatieke kringen opving, gaat terug naar een onthulling van The New York Times op 1 maart.

Hier was het destijds verkiezingscampagne, dus het kreeg weinig aandacht dat de Times voor Nederland een brisante onthulling bracht: de regering-Obama zou in zijn nadagen, na Trumps verkiezing, vanuit Europa informatie hebben ontvangen over „ontmoetingen in Europese steden tussen Russische autoriteiten – en andere connecties van president Poetin – en bondgenoten van Trump”.

En het punt was: die informatie kwam volgens de Times onder meer van Nederland. Gezien Trumps enorme weerzin tegen het onderzoek naar zijn Russische contacten, is dat voor een klein landje uit diplomatiek oogpunt geen erg aantrekkelijk gegeven.

Zeker niet nu intussen duidelijk is dat toonaangevende Britse journalisten proberen de Nederlandse rol uit te diepen: hernieuwde aandacht kan zeer schadelijk zijn voor de reputatie van Nederland in de Amerikaanse regering.

Met dit soort dossiers op tafel heb je wel topambtenaren nodig die van wanten weten.

Tegelijk merk je dat binnen partijen en op ministeries de belangstelling voor nieuwe bewindslieden toeneemt. Op Buitenlandse Zaken verwachten ze dat Hennis komt. Zuiderlingen in het CDA vestigen hoop op promotie naar Den Haag voor de Brabantse Commissaris van de Koning Wim van de Donk.

Op Veiligheid en Justitie vertellen ze veelbetekenend dat minister Stef Blok meedoet aan de ‘zijtafel’ van de formatie waarin de V&J-woordvoerders van de formerende partijen nieuw beleid uitstippelen. Blok liet eerder weten dat hij wil vertrekken, maar zijn deelname aan het formatieoverleg voedt speculaties dat hij misschien aanblijft.

Intussen zitten de Haagse terrassen op zonnige dagen vol met vertrekkende ministers die sarcastisch klagen over de trage formatie. Een oud-informateur appte me deze week: ‘Het is blijkbaar makkelijker op compromissen af te geven dan ze te sluiten.’

Dit laatste sloeg ook op het gedoe tussen de PvdA en de onderhandelende partijen over lerarensalarissen. Een kinderlijk conflict, aangezien alle partijen weten dat er volgend jaar geld voor basisschoolleraren bijkomt.

De VVD staat voor een precaire keuze: naar het midden blijven bewegen, zoals de natuur van Rutte is, of accepteren dat de partij haar klassiek-rechtse profiel moet versterken?

Op zich was ieders positie te begrijpen. Irritatie over Asscher die zijn verkiezingsnederlaag (en afzijdigheid bij de formatie) negeerde. Irritatie over VVD, CDA, D66 en CU die het begrotingsoverschot opeisten hoewel ze nog geen kabinet hebben. Naijver van alle kanten.

Daarbij kreeg je niet de indruk dat de formerende partijen het onderling eens waren. Vorige week leek de VVD nog uit op een schappelijke deal met de PvdA. Vanaf maandag, toen de PvdA had besloten het kabinet overeind te houden, werd Asscher het vel over de neus getrokken.

Dus moest de PvdA-leider, ondanks eerdere grote woorden, genoegen nemen met een vage toezegging. Een gewaagde keuze, aangezien de nieuwe coalitie met haar één zetel meerderheid nog wel eens naar steun van de PvdA zal verlangen.

In de VVD vergoelijkten ze dat Asscher uiteindelijk netjes behandeld wordt: als later het exacte bedrag voor leraren bekend wordt, zal blijken, zeiden ze, dat ze hem niet afschepen met een fooi.

Maar er speelde meer. De afgelopen jaren, terwijl Samsom loyaal en redelijk bleef, haalde Asscher in coalitie-onderhandelingen vaak het onderste uit de kan: wat dat betreft is Asscher altijd zakelijker geweest. Harder.

Het verklaart mede de heimwee naar Samsom in de VVD. Het verklaart ook waarom de VVD-top uiteindelijk geen pardon voor Asscher had: dit was ook een beetje een afrekening. Een late herziening van de werkwijze – elkaar iets gunnen – die Rutte II zolang overeind hield.

Nu ontstond die werkwijze niet zomaar: het was een reactie op de lessen van Rutte I (2010-2012) én Balkenende IV (2007-2010). Twee bleke coalities die gevangen zaten in moeizame onderhandelingen en slechte persoonlijke verhoudingen, met veel stroperigheid en een zwakke output als resultaat.

En naar dit klassieke duw- en trekwerk in Nederlandse kabinetten dreigen we nu terug te keren: het eindigt meestal in een voortijdige val.

Er komt één verschijnsel bij, vooral van belang voor de VVD. Door de krimp van de PvdA en de opkomst van Thierry Baudet naast Wilders, wordt het voor de VVD de komende jaren meer van belang de concurrentie op rechts met die twee partijen aan te gaan.

Schappelijkheid voor de PvdA (of D66) is dan geen aantrekkelijke optie meer. Polarisatie met progressieve partijen juist wél.

Dat is de precaire keuze waarvoor de VVD komt te staan: naar het midden blijven bewegen, zoals de natuur van Rutte is, of accepteren dat de partij haar klassiek-rechtse profiel moet versterken?

Diederik Samsom zei deze zomer, in een fraai dubbelinterview in deze krant, dat hij onder het nieuwe kabinet een rol hoopt te vervullen bij de uitvoering van het klimaatbeleid. Een terugkeer als politicus lijkt uitgesloten.

Rutte is zodoende de enige partijleider die eerder liet zien dat hij het grootse politieke gebaar aankan: eigen standpunten opgeven om een coalitie cachet te geven, zodat daarna ook coalitiepartners ruimte voor grootse gebaren hebben.

Het nadeel kennen we: dat die coalitiepartijen een verpletterende nederlaag dreigen te lijden, zoals de PvdA in maart.

Maar als ze allemaal verkrampt zijn, zoals nu het geval is, hebben we straks coalitiepartijen die alléén nog bezig zijn met het eigen gezicht. Niet met het gezicht van de regering. Dan hebben we zóveel coalitiepartijen met een eigen gezicht dat we het gezicht van de regering amper nog kunnen zien.

Dus ja: ik denk dat Samsom zeer gemist wordt – in deze formatie, en in de komende jaren. Maar het zou me verrassen als ook maar één van de regerende partijleiders dit openlijk waagt toe te geven.