Column

Wil de echte topman nu opstaan?

Er was een tijd dat de topman tot de verbeelding sprak, dat hij of zij nog niet het zorgvuldig afgeschermde pr-beeldhouwwerk was dat de topman nu wel is. Over heel lang geleden heb ik het niet: de jaren negentig en nul. Voor een verslaggever over het bedrijfsleven viel er in die jaren veel te genieten. Een greep uit mijn herinneringen:

KPN-topman Ad Scheepbouwer die op live televisie in felle discussie gaat met de toezichthouder op de telecomsector en dus ook op KPN, Opta-leider Jens Arnbak.

Content-oprichtster Sylvia Tóth die niet alleen naar Zomergasten gaat maar zich ook nog tijdens een beeldfragment verkleedt in een nog opvallender jurk. „Als de kijkers zich vervelen, hebben ze tenminste een heel ander plaatje om naar te kijken”, zei ze tegen presentator Adriaan van Dis.

Haar affaire met Philips-topman Cor Boonstra, ook al zo’n figuur over wie je kon blijven schrijven. Een man die totaal niet bang was om camera’s dichtbij te laten. In 2013 zond omroep Max een heerlijke documentaire uit over de toen 75-jarige Boonstra, die uiteindelijk was teruggegaan naar zijn vrouw. Zij zegt daarin over de affaire: „Ceo’s leven op zo’n plateau dat ze vaak denken dat ze zich alles kunnen permitteren.” Met betraande ogen vertelt Boonstra hoe het weer goed was gekomen. Voor een jaarvergadering stuurde zijn vrouw een briefje: „Ik wens je veel succes vandaag. En kom dan maar weer naar huis.” Boonstra: „En toen ben ik naar huis gegaan.”

Ik herinner me topmannen die bij een programma als Buitenhof kwamen vertellen hoe het land bestuurd moest worden. Ahold-topman Cees van der Hoeven die zich, mét zijn nieuwe vrouw, door Astrid Joosten laat interviewen over zijn leven. Als ik het op een rijtje zet, denk ik: hoe weinig zichtbaar is de topman dan nu.

Topmannen van grote bedrijven zijn allang geen helden meer

Wat is er veranderd? In de jaren negentig was de topman uitgegroeid tot de held die overal ter wereld bedrijven opkocht. Mannen met de geschiedenis aan hun zijde: niet de overheid maar de markt rulezzz. De topman was ook een zonnekoning die dreigde zijn hoofdkantoor te verplaatsen als die klachten over topsalarissen aanhielden. Die tijd eindigde mede door de boekschoudschandalen bij grote bedrijven als Ahold. De topman had zich teveel gepermitteerd.

Nu staan de grote bedrijven en hun leiders in een hoek waar het guur is. Topmannen van grote bedrijven zijn allang geen helden meer. De kleine ondernemer, dáár houdt iedereen nu van. Die grote bedrijven moeten eens behoorlijk belasting betalen, en hogere lonen, en minder mensen ontslaan.

In die vijandige omgeving is de topman van nu een zorgvuldig afgeschermd persoon geworden. Rafels zijn er nauwelijks meer. Tv-optredens zijn zeldzaam. Als ze naar buiten treden, is het vaak geregisseerd: om te zenden. Ja, Paul Polman, de topman van Unilever laat zich veel zien, maar je hoort eindeloos dezelfde afgetimmerde boodschap: Unilever zet zich in voor duurzaamheid.

Angst voor reputatieschade maakt bestuurders huiverig voor publieke optredens, blijkt uit achtergrondgesprekken van NRC met topbestuurders.
Lees ook: De topbestuurder wil wel zichtbaar zijn, maar durft niet

Dat mag natuurlijk, van mij hoef je niet aan iedereen je onhebbelijkheden of nieuwe liefde te laten zien. Maar de topman gaat óók nauwelijks meer in discussie, bemoeit zich zelden nog met het publieke debat. Terwijl je achter de schermen wel klachten hoort dat er van alles niet deugt aan dat debat. De discussie is te eenzijdig, hun argumenten zijn onderbelicht. Maar wat verwacht je als je niet mee doet?

Ja, de wereld is kritischer geworden. Het applaus is weg. Dan kan je als bedrijfstopper concluderen: in gesprek gaan heeft geen zin, deze wedstrijd valt niet te winnen. Ik zou een andere conclusie trekken: als je het gesprek aan je voorbij laat gaan, word je makkelijk ieders favoriete boeman.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke zaterdag op deze plek over politiek en economie