‘Wat doen papa’s?’ ‘Afwassen, koken, Jonas in de walvis spelen’

Arnon Grunberg wordt vervangvader

Arnon Grunberg (46) houdt ernstig rekening met de mogelijkheid dat hij nog vader wordt. Als ‘vervangvader’ in een gezin hoopt hij te kunnen oefenen. Tientallen gezinnen reageerden op een oproep in NRC. In dit artikel beschrijft hij het keuzeproces.

Illustratie Romina/NRC

Mijn vader was 59 toen ik geboren werd. Op straat en in winkels werd hij vaak aangezien voor mijn opa. Hij deed voorkomen alsof het vanzelfsprekend was dat vaders voor grootvaders werden aangezien. Met de opvoeding bemoeide hij zich nauwelijks, alsof hij stiekem echt grootvader was.

Hij was afwezig en aanwezig tegelijk, afwezig in zijn aanwezigheid, want hij was altijd thuis, hij zat in de woonkamer aan de eettafel naar de radio te luisteren.

De leeftijden van mijn ouders waren geheim. Ook dat hield ik voor vanzelfsprekend. Ik dacht dat alle ouders hun leeftijd, en misschien nog meer, voor hun kinderen verborgen hielden. De behoefte om er stiekem achter te komen hoe oud mijn ouders waren had ik niet. Als ik zou weten hoe oud mijn ouders waren, zou ik beseffen hoe snel hun dood zou komen.

Zelf ben ik inmiddels 46 en ik houd ernstig rekening met de mogelijkheid dat ik nog vader word, bij voorkeur vóór ik 59 ben. Tegelijkertijd erken ik dat een kind mij meer angst aanjaagt dan vrijwel al het andere. Een eigen kind lijkt me een existentiële bedreiging. Toch kan ik een onbestemd verlangen naar die bedreiging niet ontkennen.

En wat is een eigen kind? Waarin verschilt dat van andermans kind waarvoor gezorgd wordt?

In 2004 werd mijn petekind Mayu geboren. Voor hem ben ik feitelijk al een vader. Zoals mijn vader afwezig was in zijn aanwezigheid, zo hoop ik voor hem aanwezig te zijn in mijn afwezigheid. Een paar jaar geleden vroeg hij of ik minder van hem zou houden als ik een eigen kind had. Een hartverscheurende vraag. Ik zei dat ik nooit meer van iemand zou houden dan van hem. Al besefte ik dat er een dreiging boven ons hoofd hing: het ‘eigen kind’.

Het ‘vervangvaderschap’ leek me veilig om mee te beginnen. Als leven oefenen is, al weet je vaak niet waarvoor, zou ik dan ook niet moeten oefenen voor het vaderschap? Om misschien te concluderen: geen talent.

En bedreigend wordt het daar waar de onvervangbaarheid begint.

Ik krijg nog een rondleiding. ‘We slapen met zijn allen in één bed,’ zegt Marjolein. ‘Daar moet jij dan ook in gaan liggen, we hebben niet veel plaats’

Ik deed een oproep dat ik vervangvader wilde worden. In veel gezinnen is de vader vaak op reis of anders met vrienden fietsen. Ik bood aan zijn taken tijdelijk over te nemen. Uiteraard zou ik er ook over schrijven, dat is namelijk wat de schrijver doet. Hij schrijft over alles.

Tientallen moeders, en soms ook vaders, meldden zich. Uiteindelijk bleven acht gezinnen over die serieus in aanmerking leken te komen. In het late voorjaar en de vroege zomer bezocht ik die gezinnen. Een soort date. Passen wij bij elkaar? Wat wordt er van de vervangvader verwacht? Waar moet hij slapen? Loopt hij halfnaakt door het huis of draagt hij een badjas?

  • Yu Lian en Niels, Amsterdam

    Yu Lian schreef: „In de zomer wonen we in de weekenden op het strand van Castricum waar we een strandhuisje hebben. De samenstelling van ’t gezin is: mijn (tweede) echtgenoot en ik, dochter (13, uit mijn eerste huwelijk), dochter (6) en dochter (4). Ik werk fulltime dus er wordt veel verwacht van de huisvader (met hulp van oppasmeisjes)…”

    Ik zit in een mooie, lichte woonkamer in de buurt van Artis. De twee jongste dochters, Lauren en Alexa, zijn aanwezig. Alexa draagt een gehoorapparaat. „Ze heeft wat gehoorproblemen,” zegt Yu Lian, „en we maakten ons een tijd zorgen om haar woordenschat, maar het gaat goed. We hebben allemaal gebarentaal geleerd.”

    De vader, Niels, is ook aanwezig, maar hij zegt weinig.

    Yu Lian laat foto’s zien van het vakantiehuisje. „Wat verwachten jullie van de vervangvader?” informeer ik.

    „Ja, wat doen papa’s?” vraagt Yu Lian aan haar dochters. „Afwassen, koken, Jonas in de walvis spelen.”

    Dan komt Lila uit het eerste huwelijk binnen. Ze heeft gezwommen met haar hockeyteam. Lila zegt tegen haar moeder: „Mijn vriendinnen vinden hun moeder heel stom, maar ik vind jou zo leuk.”

    Bij het weggaan zegt Yu Lian tegen mij: „Ik wil je laten zien hoeveel schoonheid erin zit, in het gezin.”

  • Bernadette en Maxim, Amstelveen

    Het huis heeft een mooie tuin met een huisje achterin. Op tafel staat een schaal met fruit. Ze hebben twee jongens, Pierre en Benjamin. Pierre is bij een vriendje.

    „Ja,” zegt Bernadette, „daar kunnen de ouders van Maxim ooit in. In dat huisje. Als ze toe zijn aan mantelzorg. Maar er moet nog een wc komen.”

    De moeder van Bernadette is een Franssprekende Vlaamse, haar vader was burgemeester in een dorpje in Zuid-Limburg. Maxim is in 1980 met zijn familie uit Rusland gevlucht. Op maandag komen de ouders van Maxim. Zij spreken Russisch en ze schaken met de kinderen en lezen Russische boeken met hen.

    „Waarom zochten jullie een vervangvader?”

    „Maxim werkte voor Soros toen jij je oproep deed en was toen veel weg. We zouden weleens met vreemde ogen naar ons eigen gezin willen kijken. Maxim is nu veel thuis, maar als jij komt gaat hij gewoon bij een vriend zitten, dat is het punt niet.”

  • Marjolein en Rini, Zutphen

    Marjolein schreef: „We wonen zoals ik al schreef in een vakantiepark.”

    Op een zondagmiddag in juni arriveer ik in het vakantiepark. Volgens de taxichauffeur wonen hier veel gescheiden vaders en drugsdealers. Marjolein vertelt dat ze ter ere van mijn komst taart heeft gebakken. Of ik een stukje wil. Er zijn vier kinderen, allemaal meisjes, Ronja (5), Thura (4), Layla (2) en Zora (9 maanden). De oudste ligt ziek op de bank, de anderen eten met smaak de chocoladetaart. „De eerste was bewust gekozen”, zegt Marjolein. „Ja, we weten wel hoe anticonceptie werkt, maar we doen vooral aan periodieke onthouding.”

    Onder de tafel lijkt een van de kinderen mij als een poes een kopje te geven.

    Hij is 53, zij 31.

    „Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?” vraag ik.

    „Ik belde aan bij een woongroep in Den Haag,” zegt Rini, „ik belde aan bij de verkeerde en hapte letterlijk naar adem”.

    Marjolein: „Hij verklaarde mij de liefde en ik antwoordde: ‘Dat vind ik leuk om te horen, maar ik ben lesbisch en ik wil geen vriendschap met mannen want die worden allemaal verliefd op me.’”

    Ik krijg nog een rondleiding. „We slapen met zijn allen in één bed”, zegt Marjolein. „Daar moet jij dan ook in gaan liggen, we hebben niet veel plaats.”

    Marieke, Utrecht

    Dit is een eenoudergezin, maar de ware vervangvader sluit ook de eenoudergezinnen niet uit, al zou het vervangvaderschap in een dergelijk gezin langdurig kunnen worden.

    Marieke had geschreven dat ik mijn borst mocht nat maken. „Mijn dochter zit vol in de puberteit.”

    Ik neem plaats in de kleine tuin van een rommelige maar gezellige nieuwbouwwoning. Marieke heeft een tweeling van 16, Khadra en Kilian. Khadra draagt een beugel en wil naar de kleinkunstacademie, Kilian wil geneeskunde gaan studeren, de psychiatrie interesseert hem.

    „Khadra is opstandig,” zegt Marieke, „laatst moest ik op school komen om te praten met een leraar. Toen vroeg ik aan haar, ‘wat is er toch aan de hand?’. Antwoordde zij: ‘ja, dat eerste uur Frans slaapt zo lekker’.”

    We gaan naar binnen. Khadra haalt Nabokovs Lolita uit de boekenkast. „Mag ik dat lezen?” vraagt ze. „Ik heb er veel over gehoord.”

    „Dat mag,” antwoordt Marieke, „maar dan moet ik eerst een gesprek met je voeren”.

    „Wat voor soort vervangvader zoeken jullie?” vraag ik nog.

    Marieke kijkt naar haar tweeling. „We zoeken een ander soort vader”, zegt ze.

    Marieke en Roel, Utrecht

    Leidsche Rijn, de Vinex-wijk. Het is zondagavond, ik word hartelijk ontvangen. Of ik wil mee-eten. Marieke schrijft columns voor het Utrechts Nieuwsblad, lang deed ze dat onder de naam Vinexvrouwtje. Roel is planoloog. „We waren 27 en anders dan onze vrienden”, zegt Marieke. „Zij wilden naar Thailand, wij wilden kinderen. Als Roel om tien voor zes komt aanfietsen met zijn bezwete hoofd, een beetje verwilderd. Dat vind ik mooi.”

    Marieke en Roel hebben vier kinderen, Aart (13), Joost (11), Dieuwertje (8) en Emiel (4).

    „Mijn vader was beroepsmilitair,” zegt Marieke, „we zaten op Kreta. Dat was een geweldige tijd voor hen. Enorme feesten. Toen moesten ze terug naar Nederland, kwamen ze in Veenendaal terecht, daar zijn ze nooit meer gewend. Roel ziet er naar uit dat je komt, dan gaat hij met zijn vrienden fietsen.”

    „En de kinderen”, informeer ik.

    „Die maken zich een beetje zorgen. Die vragen: ‘Waar moet papa slapen als die meneer komt?’”

    „Wat zijn de taken van de vader?”

    „Een vader is praktisch”, antwoordt Marieke. „Het gaat niet om wat je zegt, maar om wat je doet.”

    Anouck en Jeroen, Eindhoven

    Anouck doet open. Jeroen geeft me taart, vandaag viert hun oudste dochter, Elin, haar zevende verjaardag. Er is ook nog een meisje van 5, Stine.

    „Het moest een snoepfeestje worden”, zegt Anouck. „Drophappen, een speurtocht.”

    „Waarom hebben jullie gereageerd?” informeer ik.

    „Hij is veel op reis voor zijn werk”, zegt Anouck. „Op het hoogtepunt, toen Stine nog maar net bij ons was, konden we elke hulp gebruiken en toen zagen we jouw oproep. Een nanny. Een au pair. Alles was welkom. Elke mogelijkheid tot oppas grepen we aan.”

    Ik eet mijn taart en vraag: „Kun je kinderen aanbevelen?”

    „Je bent nooit meer alleen”, zegt Anouck. „Je bent altijd een kudde.”

    Op dat moment dringt het tot me door wat er van het vervangvaderschap wordt verwacht. De vervangvader is herder en stier tegelijkertijd. Hij geeft, hoe tijdelijk ook, structuur aan de kudde.

    Hannie en Peter, Elst

    Nieuwbouw. Een warme middag. Hannie lijkt een kind in bedwang te houden. „Die is niet van mij”, zegt ze. „Is een leenjongen. Ja, een vriendin heeft me aangemeld.”

    We gaan in de tuin zitten.

    „We hebben Mark van 8, Robin van 6 en Laura van 4. Een bonusje. Die was niet gepland.”

    Hannie. zegt: „We zijn burgerlijk geworden. Vroeger was dat anders, als je vrijgezel bent. Feesten. Maar dan komen de kinderen. Ik was zeven jaar thuis voor de kinderen. Dat was killing. Ik hoorde dat door schulden je IQ omlaag gaat, want je denkt alleen maar korte termijn, nou door kinderen gaat je IQ ook omlaag.”

    Ik denk aan de kudde.

    „Je krijgt er zoveel voor terug, zeggen ze altijd,” zegt Hannie, „dat hoor je mij niet zeggen. Maar je bent wel op slag verliefd op je kinderen.”

    Agnita en Bob, Arnhem

    „Trap niet op de baby”, roept Bob, een man met een baard, als ik binnenkom in de volle maar gezellige woning.

    Wieke, een paar maanden oud, ligt op een kleedje op de grond. Bob maakt samen met zijn dochter Moira van vier kettinkjes.

    In de zomer is Bob veel weg, dan is er ruimte voor een reservevader.

    „Ik was net afgestudeerd,” zegt Agnita, „aan de kunstacademie. Ik wilde naar Londen. Toen werd ik verliefd.”

    Bob: „O, het is mijn schuld dat je niet naar Londen bent gegaan?”

    Agnita: „Ik ben de middelste van drie kinderen, thuis was ik gelukkig, op school werd ik gepest. Vanwege mijn flossige, rossige haar, ik was dik. Komt het je bekend voor?”

    „Hoe zou het voor jullie zijn als ik hier vervangvader word?”, vraag ik.

    „Voor mij is het niet zo spannend”, zegt Bob. „Ik ben niet jaloers.”

    „Als ik met jou samen ben,” zegt Agnita, „dan kan ik misschien weer dingen aan Bob gaan waarderen.”

    Ik reis terug naar Amsterdam. In elk gezin zou ik wel vervangvader willen zijn, maar er moet gekozen worden. Die avond besluit ik vervangvader te worden bij Marjolein in Zutphen. Juist als vervangvader mag je de kudde niet op discrete afstand houden, ik moet mijn comfort zone verlaten. Ik zal grazen waar de kudde graast, slapen waar de kudde slaapt, leven waar de kudde leeft.

    De serie ‘Vervangvader Arnon Grunberg’ verschijnt vanaf maandag twee weken lang dagelijks in de cultuurbijlage.