Wat de topbestuurder ervan vindt, weet niemand

Onzichtbaarheid

Bestuursvoorzitters van grote bedrijven vrezen kritiek op hun salaris. Dus mijden ze het publiek debat.

Foto: Olivier Middendorp

Altijd maar weer die kritiek op hun salaris. Altijd maar weer die publieke verontwaardiging. Angst voor vervelende vragen over hun beloning is één van de redenen dat bestuursvoorzitters van grote Nederlandse bedrijven afzien van publieke optredens.

Dat zeggen oud-bestuurders en commissarissen tegen NRC. Huiver voor pijnlijke confrontaties maakt topbestuurders weinig zichtbaar in het publieke debat. Hoe denken ze over onderwerpen als de flexibele arbeidsmarkt, immigratie, en de loonkloof? Het Nederlandse publiek heeft geen idee.

De Nederlandse topmannen en – vrouwen zijn onbekend bij het publiek, zo blijkt uit recent wereldwijd onderzoek van marketingbureau Edelman. 71 procent van de Nederlandse respondenten kon geen enkele bestuursvoorzitter bij naam noemen. Dat was het hoogste percentage in alle 28 onderzochte landen. Het vertrouwen van het Nederlandse publiek in de leiders van grote bedrijven ligt ver onder het gemiddelde: 35 procent tegenover 47 gemiddeld in de onderzochte landen.

Waar zijn ze bang voor? „Bestuurders denken: als ik een mening geef, begint men onmiddellijk over mijn salaris”, zegt Sietze Hepkema, commissaris bij SBM Offshore en VolkerWessels. „Dat maakt ze terughoudend.” Hun beloning wordt er in hun beleving om de haverklap bijgehaald, ze voelen zich bij voorbaat op achterstand gezet. Topbestuurders ervaren de houding van het publiek als: „zij hebben makkelijk praten, want ze verdienen zóveel”, zegt Tom de Swaan, commissaris bij chemieconcern DSM.

Ook de angst voor reputatieschade weerhoudt de top ervan zich te mengen in het publieke debat, zeggen gesprekspartners. Niets doen is veiliger, dan kan het ook niet misgaan. Bestuursvoorzitters laten het liever over aan hun lobbyorganisaties, zoals VNO-NCW. Tegelijkertijd willen de leiders van multinationals wel dat de politiek en samenleving aan hun kant staan als het erom spant. Toen AkzoNobel en PostNL ongewenst dreigden te worden overgenomen, profiteerden ze gretig van het politieke sentiment tegen de buitenlandse opkopers.

Hun onzichtbaarheid botst met hun goede voornemens. Want het is wél belangrijk dat zij zichtbaar zijn, daar is nagenoeg iedereen het over eens. Zichtbaarheid is noodzakelijk voor publiek vertrouwen. „Je kunt geen vertrouwen hebben in wat je niet kent”, zegt topman Rob van Wingerden van bouwer BAM.

Alleen praten over je eigen bedrijf, is niet genoeg. Je zo en nu dan laten horen over maatschappelijke onderwerpen is ook van belang, zegt topman Kees van Dijkhuizen van ABN Amro. „Over zaken die, los van geld verdienen, belangrijk zijn.”

Het publiek verwacht dat ook in toenemende mate, meent Arent Jan Hesselink, manager van Edelman in Nederland. In plaats van een „onzichtbare, onpersoonlijke, zakelijke leider” willen mensen een „zichtbare, menselijke en authentieke leider met wie zij zich kunnen identificeren”. Topman Wiebe Draijer van Rabobank ziet het al wat verbeteren: men wordt geleidelijk wat minder schuchter. Al maakt Draijer zich „geen illusies” dat de aandacht voor topbeloningen zal afnemen. „Je kríjgt ook heel veel betaald. Je moet uitleggen waarom dat verantwoord is.”