Column

Waar blijft de Europese burger-lobbyist?

Commentator Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa

Brussel is ondemocratisch, zeggen mensen. Ze zeggen ook: Brussel luistert alleen maar naar grote bedrijven. Brussel zit inderdaad vol corporate lobbyisten, meer dan dertigduizend. Zij hebben ontdekt dat je veel invloed kunt hebben op Europese besluiten als je er vroeg genoeg bij bent. In de ontwerpfase kun je beleid sturen. Later kun je alleen nog details schrappen of invoegen. Consumentengroepen en ngo’s hebben veel minder lobbyisten in Brussel: zo’n drieduizend. Zij hebben weinig geld en minder specialisten dan de zakenlobby. Dat is funest, vertelt een Europees ambtenaar die na de bankencrisis regels hielp opstellen om de financiële sector in te tomen: „Voor we voorstellen maken, houden we consultatierondes met alle mogelijke experts en betrokkenen uit heel Europa. Banken en hedgefondsen waren er als de kippen bij. Maar consumentengroepen moest ik soms opbellen, omdat ze niet op uitnodigingen reageerden. Dan zeiden ze: „Sorry, we hebben twee mensen. De één zit morgen bij een belangrijke milieubespreking, de ander is bezig met de chemicaliënrichtlijn.”

Je kunt klagen over de corporate lobby in Brussel. Maar de oplossing is niet om die de nek om te draaien. Het is beter om te zorgen dat burgers óók aan tafel zitten met een sterk verhaal. Veel belangrijke thema’s zijn grensoverschrijdend: migratie, energie, dataprotectie. De politiek wordt daardoor steeds Europeser. Bedrijven en overheden hebben dat allang begrepen. Zij investeren in Brussel. Maar burgers gaan in een hoek staan klagen dat ze zo weinig invloed hebben. Die mentaliteit moet veranderen. In plaats van tegen bedrijven, regeringen en ‘Brussel’ aan te trappen, moeten burgers in actie komen. Als ze niet willen dat het Europese debat wordt gedomineerd door bedrijven, moeten ze dat rechttrekken. Er moeten méér Europese burger-belangengroepen komen. Het is te gek voor woorden dat die groepen vooral op milieu, mensenrechten of voedselveiligheid focussen en verder weinig expertise in huis hebben. Ze moeten meer geld krijgen en meer specialisten om voor de Europese publieke zaak te vechten.

Democratie vereist geen apathie maar participatie, schrijft Alberto Alemanno in zijn boek Lobbying for Change; Find Your Voice to Create a Better Society. Alemanno, hoogleraar Europees Recht in Parijs, was vroeger politiek passief. Tot hij betrokken raakte bij handtekeningenacties voor het afschaffen van roamingtarieven in Europa, een van de eerste ‘burgerinitiatieven’ onder het Lissabonverdrag. Ze kregen te weinig handtekeningen. Toch pakte de Europese Commissie het meteen op. Nu zijn de tarieven afgeschaft. Max Schrems won de rechtszaak tegen Facebook, die zijn gegevens doorspeelde aan de Amerikaanse overheid en bewerkstelligde een kentering in het Europese beleid. Twee Duitsers bedachten een plan om Europese scholieren na hun eindexamen gratis interrailkaarten te geven. Daar is de EU nu mee bezig. Alemanno heeft ‘The Good Lobby’ opgezet, een netwerk van Europese professionals die hun kennis met Brusselse ngo’s willen delen.

Wij leven in een indirecte democratie: wij kiezen politici om ons land en Europa namens ons te besturen. Maar burgers houden de macht. Wíj moeten politici controleren en bijsturen. Daarvoor is een constructieve ‘counterdemocracy’ nodig. Als burgers die serieus nemen, moeten ze de politici kennen. Weten waar ze mee bezig zijn. Zich verdiepen in het politieke spel, ook in Brussel. En dan een issue volgen dat hen aanspreekt.

Veel Nederlanders kennen het verschil tussen de Raad en de Commissie niet eens. Hoog tijd dat ze dat boek van Alemanno eens lezen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa