Recensie

Vechten om het succes te kunnen claimen

James Salter heeft nooit mooier over zijn carrière als gevechtspiloot geschreven dan in Burning the Days, zijn memoires uit 1997. Gedistantieerd, maar toch met liefde en enige nostalgie naar zijn dagen op West Point en de periode waarin hij zijn missies boven Korea uitvoerde. Nadat hij vrij abrupt een punt achter zijn militaire loopbaan had gezet om te gaan schrijven, leverden zijn ervaringen hem zijn eerste twee romans op: het van Koude Oorlogskilte doortrokken Cassada en het nu in vertaling verschenen De jagers, zijn debuut.

Het boek speelt tijdens de Koreaoorlog, op een basis in Zuid-Korea; het is het verhaal van de tergend langzame neergang in status van kapitein Cleve Connell en zijn innerlijke verwerking daarvan. Het is het verhaal van de camaraderie die heerst onder de piloten, maar ook van de keiharde concurrentie waar het gaat om het claimen van successen: wie vijf vijandelijke MiG’s heeft neergehaald, is een ace en wordt dienovereenkomstig onderscheiden.

Connell is een ervaren vlieger, maar voelt zelf als eerste aan dat hij, de dertig gepasseerd, niet meer de scherpte heeft van vroeger. Zijn ogen gaan achteruit, en telkens opnieuw keert hij terug van een missie zonder resultaat te hebben behaald. Zijn zelfvertrouwen krijgt deuk na deuk wanneer zich een nieuweling aandient, tweede luitenant Ed Pell, aan wie hij onmiddellijk een instinctieve hekel cultiveert. Niet alleen vanwege diens snoeverige gedrag, maar vooral omdat Pell in korte tijd de ene na de andere MiG neerhaalt en, roekeloos als hij is, zijn medevliegers in gevaar brengt.

Dat Pell al snel de ace–status verwerft, is voor Connell onverdraaglijk. ‘Hij haatte hem op een manier die geen andere emotie toeliet (….) Hij wist dat als Pell zou winnen hijzelf niet kon overleven.’ En dus probeert hij als commandant Pell af te remmen in zijn competitieve gang naar de top – maar dat pakt in zijn nadeel uit.

Opvallend is de, voor een debuut, al zo robuuste stijl; de gelouterde, zo kenmerkende manier van schrijven die Salter later zou ontwikkelen is hier nog niet echt te bespeuren, maar als hij al op zoek was naar die eigen stem is dat ‘zoeken’ voor de lezer nauwelijks waarneembaar. Meesterlijk, en uniek in de literatuur, zijn de beschrijvingen van de luchtgevechten, die triomfen kunnen opleveren, maar ook, zoals blijkt, soms met de dood moeten worden bekocht. Desondanks overheerst voor de schrijver de euforie, preluderend op de afloop: ‘Er bestond geen groter geluk dan het leiden van een eenheid […] Cleve voelde een zuivere voldoening. Voor dit soort momenten was geen prijs te hoog.’