Turbulente zomer zet nieuwe norm

Donderdagavond sloot de transfermarkt. De financiële kloof tussen de Europese voorhoede en de middenmoot woekert verder.

F.C. Barcelona presenteert Ousmane Dembele, die voor 105 miljoen euro van Borussia Dortmund werd gekocht. Foto Albert Gea/Reuters

Exorbitant lijkt de nieuwe standaard, als de transfermarkt dat al niet was. Plafonds zijn doorbroken, nieuwe referentiepunten gezet. De 222 miljoen euro van Paris Saint-Germain voor Neymar. En de 180 miljoen voor het achttienjarige Franse talent Kylian Mbappé, de deal kwam donderdag rond. PSG huurt hem eerst voor een seizoen van Monaco, om hem volgende zomer vast te leggen – zo is het plan.

Deze constructie is opgezet om de UEFA-regels rond ‘Financial Fair Play’ te omzeilen, klinkt het. De overgang van Mbappé telt niet mee dit boekjaar, dat met de financiering van Neymar al tegen de grenzen van het betamelijke aanloopt.

De Europese transfermarkt sloot donderdagavond na een turbulente zomer, met ook de 105 miljoen die Barcelona betaalde voor Ousmane Dembélé van Borussia Dortmund. De inflatie blijft fors stijgen, constateert Raffaele Poli, hoofd van CIES Football Observatory, een onderzoeksgroep die is gelieerd aan de universiteit van Neuchâtel in Zwitserland. Hij baseert dit op een voorlopige analyse van de bedragen van uitgaande transfers van de vijf grote competities: Engeland, Spanje, Italië, Duitsland en Frankrijk. Hij verwacht dat de inflatie uitkomt op 25 procent, ten opzichte van vorig jaar. Tussen 2011 en 2016 was de inflatie 80 procent, vertelt Poli. „Vergeleken met zes jaar geleden is de prijs van een speler verdubbeld.”

Tv-gelden en miljoeneninjecties

Een aantal factoren komt samen, zoekend naar oorzaken voor de groei. De tv-gelden die Premier League-clubs ontvangen zijn van grote invloed op de markt; 6,9 miljard euro krijgen de Engelse clubs in totaal over de periode 2016-2018. Verder terug gaat de trend van investeerders uit Rusland, China en de Golfstaten die voet op Europees gras zetten. Nieuw, nieuw in de mate waarin – zijn de miljoeneninjecties van de Qatarese eigenaar van PSG, dat met financieel powerplay oprukt in de rangorde.

Groot zijn de zorgen over de groeiende financiële kloof tussen de Europese voorhoede en de middenmoot – en alles wat daaronder zit. Voorbeeld van twee clubs die elkaar treffen in de Champions League, vergeleken op basis van de omzet van 2016: Manchester City met 424 miljoen euro, tegen Feyenoord met 60 miljoen. Ongelijke strijd. Drie experts geven hun visie op de transfermarkt.

Wim Lagae, sporteconoom van de KU Leuven

„Het is casinokapitalisme. Het recht van de rijkste geldt. Het werkt competitieontwrichtend. De Europese sportsector is nauwelijks gereguleerd. En regulering komt meestal too little too late.

„De UEFA heeft met de Financial Fair Play-regels een paar tandjes moeten terugschakelen vanwege juridische claims. Ze konden uitspraken niet altijd hard maken, er werd tegen ze geprocedeerd. Het is extra wrang dat PSG, dat drie jaar geleden een boete van 20 miljoen kreeg (vanwege een opgeblazen sponsordeal), nu een megatransfer noteert. Ik denk wel dat ze bij de transfer van Neymar binnen de kaders zijn gebleven. „Vraag is of sponsorcontracten van de topclubs marktconform zijn. Volgens de regels van Financial Fair Play wordt dat pas geanalyseerd als de lopende uitgaven de inkomsten overtreffen. De controle komt altijd markt post factum. Voor de regulator moet dat frustrerend zijn. Of hij wordt juridisch teruggefloten of hij kan zijn instrumenten alleen met vertraging inzetten.”

Andrew Orsatti, hoofd communicatie van spelersvakbond FIFPro

„Het is een beest, de transfermarkt. Het is out of control. Het onderstreept de urgentie tot volledige hervorming van het systeem. Deze is in 2001 ontworpen en is verouderd.

„Een klein aantal clubs kan zich enorme transfersommen veroorloven. Voor de rest is er een barrière om binnen te komen. Het is game over. Je kunt alleen van de zijlijn toekijken.

„Het voetbal moet in de spiegel kijken: waarom dit transfersysteem waarmee topclubs worden geholpen, en waarom doen we niet meer om de middelgrote en kleinere clubs te helpen? Er is nu enorme rijkdom, maar de rijkdom zit gevangen tussen een paar competities en een paar clubs.”

Raffaele Poli, hoofd van CIES Football Observatory

„Er is nu sprake van monopolievorming. Hervormen zou kunnen door meer solidariteit bij transfers. Nu ontvangen clubs waar spelers in het verleden voetbalden 5 procent van de som, bij een internationale transfer. Je moet dat ook nationaal doen. En meer, bijvoorbeeld 20 procent. De hele keten van clubs zou beloond moeten worden voor de transfers. Dat zou een grote stap zijn.”