Column

Recreatief rouwen

Ook dood zijn doe je tegenwoordig biologisch. En dan niet zerk aan zerk op een knekelveldje tussen het plebs. Nee, jij kiest jouw bloedeigen stekje uit in het groen. Boomschijf als gedenkteken, ecologisch afbreekbaar kistje: hélemaal opgaan in de natuur! Wordt dit de trend? Bij Natuurmonumenten gokken ze daar kennelijk op. Met het commerciële bedrijf Natuurbegraven Nederland gaan ze het aantal gebieden voor ‘eeuwige grafrust in de natuur’ uitbreiden. Een groeimarkt voor verarmde adel met een achterstallig landgoedje. En ook voor Natuurmonumenten, dat na grote bezuinigingen nieuwe verdienmodellen moest zoeken.

In het Noord-Hollandse Geestmerambacht gaf de rechter onlangs toestemming voor een recreatiegebied met plek voor 5.500 graven, naast een woonwijk. Bij Hoek van Holland kocht hetzelfde uitvaartbedrijf 128 hectare van de Bonnenpolder. Daar praat de gemeenteraad binnenkort over. Want overal waar dit recreatieve rouwen opduikt, verzetten omwonenden zich fel, zoals vorige week bij een thema-avond over de Bonnenpolder.

Naast het Staelduinse bos is die polder even schitterend als onverwacht, tussen alle kassen, industrieterreintjes en de vrachtwagens die dit gebied domineren. Anderzijds: die polder zelf is nu amper toegankelijk, achter hekken en slootjes. In plaats van omheinde landerijen en onbegaanbare vlaktes krijgen bewoners straks vrije wandelnatuur voor iedereen. Met hier en daar een rouwmonumentje, van plantaardig materiaal dat vanzelf weer moet verdwijnen.

De protestgroepen hiertegen doen me sterk denken aan die tegen windmolens of asielzoekerscentra. Kenmerkend aan not in my backyard-activisten is dat ze veel met cijfers en feiten strooien – de grond moet opgehoogd worden, het lijkvocht van medicijngebruikers is vervuilend, de dieren raken van slag – terwijl het echte bezwaar daaronder schuilt, principiëler maar ook abstracter: het vóélt gewoon niet goed.

Het fietst en wandelt gewoon niet lekker, ’s zondags met de kinderen, tussen die graven, treurende nabestaanden op bankjes en rouwstoeten. De doden hebben bezit genomen van de grond en een gewijde fluistersfeer verspreid. Indrukwekkend, maar ik snap best dat je dit niet bij je woonwijk wilt.

Wat ik niet begrijp: wat is hier precies het verdienmodel? Exacte cijfers maakt men niet bekend, maar begraven is op z’n retour en het aantal natuurbegrafenissen wordt geschat op jaarlijks amper een paar honderd. Waarom dan zo verbeten het aantal locaties willen uitbreiden van de zestien bestaande naar mogelijk meer dan vijftig? Komt er massale sterfte onder eigenzinnige natuurliefhebbers? Dit soort dwaze commercie krijg je als je natuurbeheer in de armen van de vrije markt jaagt. Hopelijk kan een nieuw kabinet deze dreigende flater in onze ruimte ordening voorkomen en praten we nergens meer over. Zand erover.