Column

Opmars anti-Poetinpoetinisten biedt kansen voor Porosjenko

Rusland haten en Europa uitdagen. Warschau en Kiev vinden elkaar in de rol van anti-Poetin-Poetinist, schrijft Hubert Smeets.

De Oekraïense president Porosjenko op de Dag van de Nationale Vlag vorige week. Foto Genya Savilov/AFP

Anti-Poetinpoetinisten? Ja, ze bestaan en zijn in opmars. Zie de Poolse leider Jaroslaw Kaczynski die Rusland haat en lid wil blijven van de EU, maar intussen geen kans onbenut laat Europa uit te dagen.

Ook aan de Bankovastraat 11 in Kiev wordt deze trend met argusogen gevolgd. Hier resideert president Petro Porosjenko, die Oekraïne zegt te hervormen. Dat is hem geraden. Hij is in 2014 immers gekozen op de vleugels van de Euromaidan, de burgerbeweging die ervoor vocht dat Oekraïne de Europese weg zou inslaan die voorganger Janoekovitsj eind 2013 op de valreep afsneed.

Polen was toen binnen de EU dé pleitbezorger van het associatieverdrag met Oekraïne. Omgekeerd was Polen hét voorbeeld voor Oekraïne. Toen de Muur in 1989 viel, was de economie van Oekraïne omvangrijker dan die in Polen. Een kwart eeuw later was het Poolse nationaal inkomen drie keer groter dan het Oekraïense. Rara hoe kon dat, vroeg de Euromaidan. Dat lag aan Europa, wist dezelfde Maidan. Europeanisering bood dus dubbel perspectief: meer welvaart én meer rechtsstaat.

In 2014 was Porosjenko stellig. Er zou hervormd worden, en snel ook. Het loopt nu anders. Zijn beleid heeft meer weg van Lenins boutade ‘een stap voorwaarts, twee stappen terug’. Net als Janoekovitsj heeft Porosjenko zijn eigen zakelijke belangen zelfs bij een brievenbusfirma in Nederland geparkeerd.

Geen misverstand. De Bankova- straat zit niet stil. Er komt een publieke omroep, gemodelleerd naar Duits model, die tegenwicht moet bieden aan al die andere media van de oligarchen. De politie is gedecentraliseerd en minder corrupt. Openbare aanbestedingen worden niet meer zo vaak in achterkamertjes geregeld. De energiesector, waar het Kremlin tot 2014 aan de touwtjes trok, is hervormd. Zo ook het bancaire systeem. Privat Bank van oligarch Igor Kolomojski, een bank die fungeerde als privékas, is onder druk van het IMF genaast. En het leger, tot de oorlog in de Donbass meer een filiaal van Moskou dan een soevereine krijgsmacht, is sterker geworden.

Maar Porosjenko talmt ook. De staatsveiligheidsdienst SBOe, net als het leger na 1991 nooit losgekoppeld van de KGB/FSB, is een soort staat in de staat die zijn eigen rekeningen kan vereffenen. Boeren in de florerende agrarische sector zijn hun zaak niet meer zeker. Het aantal raids – gewapende overvallen op boeren om hun land in te pikken – is verdubbeld, zonder dat justitie veel doet. En Kolomojski, nog steeds aandeelhouder bij Ukraine International Airlines, lobbyde met succes dat Ryanair géén landingsrechten in Oekraïne kreeg. Deze voorbeelden wekken de indruk dat de oligarchische structuur zich kan handhaven.

Zulke halfslachtigheid is niet uniek Oekraïens. Gecamoufleerd door formele praatjes in feite op de oude voet doorgaan, dat is kenmerkend voor bijna alle post-Sovjetstaten. Niet alleen Rusland is een patronagemaatschappij gebleven, waar de mens geen staatsburger mag zijn maar cliënt moet blijven.

Analytisch verklaarbaar of niet, zo’n dubbele agenda is niettemin wel in strijd met de Europese agenda die Porosjenko pretendeert te hebben.

Hier nu komt Kaczynski om de hoek kijken. Voor hem is Oekraïne geen democratisch ontwikkelingsproject meer, maar een geopolitiek object: een buffer tegen aartsvijand Rusland. Dat komt Porosjenko goed uit. Zolang Kaczynski ten strijde trekt tegen Brussel kan zijn nieuwe ancien regime zijn oude gang gaan.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.