Opinie

Wat kan de waarde van het leven zijn, ook als het leven niet meevalt?

Zou in een land met betere zorg en naastenliefde de vraag naar een zachte dood niet later gesteld worden, vragen de predikanten en zich af.

Foto: ANP XTRA / Roos Koole

Toen Kees van der Staaij de hele wereld in Nederland over zich heen kreeg omdat hij de vuile was in Amerika te drogen had gehangen in plaats van hier het maatschappelijke debat te zoeken, hadden wij een merkwaardige ervaring. Hoewel we compleet aan de andere kant van het kerkelijke spectrum staan – remonstranten kunnen zelfs geen lid worden van de SGP – hadden we toch enig begrip voor de zorgen die hij uitsprak over het huidige euthanasiasme in Nederland.

Dat was een wonderlijke ontdekking voor onszelf. Wij zijn predikanten in een zelfbenoemd vooruitstrevend kerkgenootschap. In 1915 werden bij ons vrouwen tot het ambt toegelaten. In 1986 werd besloten tot het zegenen van homorelaties. En we hebben heel veel begrip voor de autonomie van de mens. Bij onze kerk zijn relatief weinig principiële tegenstanders van euthanasie. Ons kerkgenootschap is gebouwd op ruimte voor menselijke autonomie, om te beginnen met Jacobus Arminius in de zeventiende eeuw, die geloofde dat een mens echt wel wat zelf had mee te brengen voor zijn eigen heil.

Maar toch. Rond de zich ontwikkelende euthanasie in Nederland begint ons een ongemakkelijk gevoel te bekruipen. Begrijp ons goed, we zijn zeker niet principieel tegen. Geen haar op ons hoofd die denkt dat onze lieve Heer beslist wil dat de zure beker van het lijden tot het einde moet worden leeggedronken. Als het leven als geschenk ontvangen al bijna voorbij is en de dood alleen nog maar als vriend en niet als vijand kan komen, is het een daad van barmhartigheid wanneer een arts wil en mag helpen het onvermijdelijke te versnellen. Maar tegelijkertijd vrezen we voor een kille en onbarmhartige samenleving wanneer de gewenste dood een al te gemakkelijke oplossing wordt voor een wereld die niet altijd liefdevol is.

De veelbesproken documentaire, vorig jaar, van de Levenseindekliniek heeft ons laten schrikken. Getoond werden drie casussen van de moderne euthanasiepraktijk. Een vrouw van honderd jaar die het leven moe was, een psychiatrisch patiënt en een zwaar afatische vrouw die met ‘huppakee weg’ zou bedoelen dat het leven ondraaglijk was geworden. Opvallend was dat twee van de drie nog leken te genieten van het leven: een tocht naar de schaatsbaan en het strand. Als toeschouwer kon je denken: zou dit vaker gebeuren, dan zou de wens van een snelle dood wel verdwijnen.

Praten over wat de waarde van het leven kan zijn, ook als het leven niet meevalt

Het gaf ons het verdrietige gevoel dat we met elkaar verloren hebben hoe om te gaan met de moeilijke en donkere kanten van het leven. Zou in een samenleving met betere zorg (als predikant komen we regelmatig op bezoek in allerlei zorginstellingen) en warmere naastenliefde de vraag naar een zachte dood niet later gesteld worden? Nu lijkt het soms een al te vanzelfsprekende oplossing voor wat eigenlijk een ander probleem is. Niet het uitzichtloze lijden, maar het gebrek aan warmte en betrokkenheid.

Waar in het debat tot voor kort alleen aan christelijke kant een fundamentalistisch standpunt (tegen!) werd ingenomen, lijken sommige seculiere partijen even fundamentalistisch (voor!) te zijn. De zelfgekozen dood aan het einde van het leven verwordt tot een heilig moeten.

Het wordt tijd voor een maatschappelijk debat over wat de waarde van het leven kan zijn, ook als het leven niet meevalt. Hoe warmte, liefde en betrokkenheid een plek moeten krijgen in het debat. Mensen lijken fysieke en mentale pijn veel beter te kunnen dragen wanneer ze door liefde worden omringd.

Opnieuw: wij zijn niet mordicus tegen euthanasie, ook niet als er sprake is van een ‘voltooid leven’. Maar kan het soms niet anders? En zou dat niet getuigen van een grotere liefde voor de mensen, juist als het leven zwaarder is geworden?

Voor ons zijn dat de waarden die gebracht zijn door Jezus van Nazareth. Maar ook voor onze postchristelijke samenleving die zich baseert op de joods-christelijk-humanistische traditie zou dat een uitgangspunt moeten zijn.