Meer studieruimte, talen en horeca in de OBA

Verbouwing Centrale OBA

Tien jaar na opening van de centrale bibliotheek aan de Oosterdokskade gaat het pand intern rigoureus op de schop. Bezoekers hebben nu andere behoeftes.

De OBA in het centrum wordt grondig verbouwd. In januari moet het klaar zijn. Foto’s Olivier Middendorp

„Meteen vanaf de eerste dag liep het storm: bezoekers kwamen niet alleen uit Amsterdam, maar vanuit de hele wereld”, zegt Martin Berendse, directeur van de Centrale OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam) op het Oosterdokseiland. En die grote toeloop bleef: gemiddeld ontvangt het gebouw 5.000 bezoekers per dag. Reisgidsen als Lonely Planet en kranten als The Washington Post en The New York Times prijzen de ‘Public Library’ bezoeken aan als ‘een van de tien dingen die je beslist moet doen in Amsterdam’.

Op 7 juli 2007 opende het markante gebouw, ontworpen door Jo Coenen, zijn deuren. Maar nu, tien later, is het aan een ingrijpende verbouwing toe. ‘OBA Bouwt’ staat met grote letters bij de entree. Groot onderhoud is noodzakelijk. Maar er is meer.

„Een stad als Amsterdam kent 180 nationaliteiten en een veelheid aan talen”, zegt Berendse. „Daarvan vind je te weinig terug in de bibliotheek. We weerspiegelen niet de internationalisering van de samenleving. Een van de belangrijkste vernieuwingen is een Wereldbibliotheek. Het idee is om tal van mensen van uiteenlopende nationaliteiten en afkomst te vragen hun top-50 van belangrijkste boeken te geven.” Deze Wereldbibliotheek zal er in december komen. Eerder worden nieuwe zalen opgeleverd (september) en wordt een grand café geopend (november). In januari zijn de werkzaamheden voltooid.

De bibliotheek van vroeger was er een van boeken uitlenen. Dat is niet meer zo. De cd- en dvd-uitlening is teruggelopen, dus die verdieping zet de OBA in voor digitale cursussen en tal van nieuwe studieplekken. Berendse noemt dat de ‘innovatiezone’. Veel bezoekers beschouwen de OBA als hun werkplek. Ze komen er om te werken of in kleine groepen te overleggen.

De verbouwing is geheel ontworpen door het bureau van Coenen; Thomas Offermans is de verantwoordelijke architect. We lopen door het gebouw, van boven naar beneden. Vanaf het begin was duidelijk dat de publieksstromen op de 7de verdieping, met restaurant en theaterzaal, botsen. Nu geeft een royale, nieuwe trap tussen de 6de en 7de etage entree tot het theater.

Berendse en Offermans wijzen op nissen met aansluitende raampartij in de westgevel. Die hebben nu geen functie. Nieuwe trappen en galerijen maken ze toegankelijk voor individuele bezoekers of kleine groepen. „Ook is er”, aldus Berendse, „behoefte aan een auditorium voor kleinere gezelschappen, zoals de Vestdijk Kring en het Boudewijn Büch Genootschap. De bibliotheek gaat samenwerken met EYE, de Volksuniversiteit en het Spinozacentrum. Voor al deze initiatieven scheppen we nieuwe faciliteiten.”

Meer doorzicht

Offermans: „Wat we willen bereiken is meer doorzicht in het gebouw. Er zijn bezoekers die halverwege de entreeruimte zijn en eigenlijk geen idee hebben dat ze zich in een bibliotheek bevinden. De boeken van de Wereldbibiotheek vormen straks een sterk visueel kader.” Hij vervolgt: „Kijk, hier staat een nogal massieve wand van kranten en tijdschriften die het zicht op de ruimte erachter ontneemt. Het doet pijn, maar die wand gaat weg. Straks komt er een open blik op het nieuwe grand café, waar nu een koffiebarretje is.”

Offermans spreekt over de bibliotheek als een ‘ontdekkingsreis’. „Het hele gebouw moeten we flink door elkaar schudden en ruimtes die nu gescheiden zijn sterker met elkaar verbinden. De OBA biedt op tal van plekken een spectaculair zicht op de stad: dat willen we benadrukken door wanden weg te halen. Alsof de stad het gebouw binnendringt.”

Offermans werkte voor architecten Cruz y Ortis aan de verbouwing van het Rijksmuseum: „Ik heb van hen geleerd dat je op een slimme manier nieuwe architectuur in een bestaand gebouw kunt vervlechten. Elke bezoeker, of die nu een toerist is, architectuurliefhebber of daadwerkelijke gebruiker, moet het idee hebben dat het altijd al zo geweest is. Ook al is de ingreep gloednieuw.”