Mazelenprik beschermt toch niet tegen andere infecties

Vaccinatie

Bieden sommige vaccinaties bescherming tegen álle infectieziekten? Foto Bart Maat/ANP

Een mazelenvaccinatie lijkt kinderen toch niet tegen andere infectieziekten dan de mazelen te beschermen. Die conclusie uit onderzoek door het RIVM onder ruim een miljoen Nederlandse kinderen staat tegenover die van Deense onderzoekers. Dat schrijven de Nederlanders in een woensdag gepubliceerd artikel in The BMJ.

De Denen verrasten in 2015 de vaccinwereld toen ze lieten zien dat Deense kinderen die als laatste vaccin een mazelenprik hadden gehad 16 procent minder vaak voor infectieziekten naar het ziekenhuis moesten.

Die bescherming van vaccinaties tegen andere infectieziekten was in landen met een gemiddeld (erg) laag inkomen eerder aangetoond. Maar dat het ook aantoonbaar was in landen met hoge inkomens, en lage kindersterfte, was een verrassing.

Het zou een mooi argument zijn in discussies met vaccinweigeraars. Die debatten zijn vooral hevig rond het mazelenvaccin. Er was ooit onderzoek waaruit kwam dat het mazelenvaccin autisme veroorzaakt. Dat was gefraudeerd, maar heeft sporen nagelaten.

De claim van de Denen was dat een mazelenvaccin beter tegen andere infectieziekten beschermt dan een DKPT-Hib-prik. Dat zou komen door verschil in opgewekte afweerreacties, wat weer zou komen doordat het mazelenvaccin verzwakt, maar levend virus bevat, terwijl in de DKTP-Hib-prik alleen brokstukken van ziekteverwekkers zitten. Die prik tegen difterie, tetanus, kinkhoest, polio en Hib wordt in Nederland vier keer gegeven aan kinderen van 2 tot 11 maanden oud. De eerste mazelenprik krijgen kinderen van 14 maanden.

Over het Deense resultaat was meteen discussie. Was die niet het gevolg van een bekend verstorend effect, het gezonde-gevaccineerdeneffect?

Dat effect kan ontstaan doordat de vaccinatie van kinderen die zó ziek zijn dat hun lichaam misschien geen vaccinatie kan verdragen (een vaccinatie zet het afweersysteem tijdelijk flink aan het werk) wordt uitgesteld of afgelast. Het is waarschijnlijk dat die zwakke kinderen relatief vaak in een ziekenhuis worden opgenomen. Dan lijkt het alsof vaccinatie tegen ziekenhuisopname beschermt.

Zolang er geen gerandomiseerd onderzoek wordt gedaan, waarbij het lot bepaalt of kinderen wel of niet worden gevaccineerd, is dat effect moeilijk te meten. Maar gerandomiseerd vaccinonderzoek is onethisch, dus dat gebeurt niet.

De RIVM-onderzoekers reproduceerden het Deense onderzoek, zochten krachtig naar het gezonde-gevaccineerden-effect en vonden het. Na een mazelenprik waren er 38 procent minder ziekenhuisopnamen door infecties, maar ook 16 procent minder door ongelukken. En na de vierde vervolgprik voor DKTP-Hib waren er 31 procent minder ziekenhuisopnamen. De onderzoekers concluderen: hoewel we niet weten hoe groot het gezonde-gevaccineerden-effect is moeten we toch twijfelen aan eerdere conclusies dat het mazelenvaccin beschermt tegen andere infectieziekten dan mazelen.