Magische dieren maken wereld echt beter

Hyena’s in Ethiopië die boze geesten opeten of slangen op Madagaskar die in een speer veranderen – voor veel mensen zijn dieren magische wezens. Dat geloof in sprookjesdieren helpt om de natuur te beschermen.

Irene Goede

Ze sluipen door bossen en moerassen, glijden door meren en zeeën, wonen zelfs in onze schuren en kelders. Je ziet ze meestal niet, maar ze zijn er altijd: sprookjeswezens zoals eenhoorns, kabouters en het monster van Loch Ness. Ze brengen geluk of juist ongeluk.

Jij gelooft er niet in, zeg je? Ze bestaan niet echt? Wie weet. Maar één ding is zeker. Ze laten ons op een andere manier rondkijken. Ze bepalen waar we ons thuis voelen. En dat heeft weer invloed op welke dieren we willen beschermen. Daarom moeten we ze écht serieus nemen. Dat schrijven Engelse onderzoekers in een wetenschappelijk tijdschrift.

De Engelsen hebben het niet alleen over sprookjesdieren (‘mythische dieren’). Ze schrijven ook over ‘echte’ dieren met toverkrachten (‘magische dieren’). Zoals hyena’s in Ethiopië die boze geesten opeten. En slangen op het eiland Madagaskar die ’s nachts in een speer veranderen. Die speerslangen laten zichzelf uit bomen vallen om mensen en vee te doorboren. Op Madagaskar leeft ook het vingerdier, een wonderlijk halfaapje. Het ziet eruit als een heksje met héél lange middelvingers. Veel mensen zijn bang voor het vingerdier, want het brengt de dood naar de dorpen. Zeggen ze.

Nu komt het gekke: sommige mythische en magische wezens helpen de natuur écht. Nou ja, misschien niet de wezens zelf, maar wel het geloof erin. Neem nu Loch Ness: dankzij het monster is daar nu de wijde omgeving beschermd. Op sommige plekken in IJsland mag je geen huizen of wegen bouwen omdat er huldufólk woont: een vriendelijk kaboutervolkje. En ook de geesten-etende hyena’s van Ethiopië zijn beschermd. Mensen werpen ze vaak lekkere hapjes toe.

Maar soms worden dieren juist de dupe van tovergeloof. De mensen van Madagaskar doden veel slangen en vingerdiertjes. En op sommige Caribische eilanden jagen mensen op uilen, omdat dat boze geesten zouden zijn. Arme toverdieren.

Als je ergens de natuur wilt beschermen, schrijven de Engelsen, dan moet je eerst de mensen begrijpen die daar wonen. Je moet weten wat de natuur voor ze betekent. Dat geldt in Nederland ook. Wij beschermen mooie fiets- en wandelgebieden. En plekken die voor onze cultuur belangrijk zijn, zoals de duinen en de Waddenzee. In Ethiopië en Madagaskar is dat niet anders. Daar is het bijgeloof deel van de cultuur. Het is hartstikke echt. Of de toverwezens zélf nu wel of niet bestaan.

Bron: Oryx – The International Journal of Conservation, 24 augustus