Column

Laveren tussen China en Amerika

De Noord-Koreaanse raket boven Japan houdt de gemoederen hier in Zuidoost-Azië flink bezig. Hoe loopt het af, wie houdt Kim Jong-un in toom? Vooral de rol van China en de provocatie van Amerika zetten de zaak op scherp, en niet de nabijheid van de lanceerinstallatie. De afstand Singapore–Tokio is zo’n 5.000 kilometer, vergelijkbaar met Amsterdam–New York, dus er landt hier niet morgen een raket. Zoals we in de Koude Oorlog in Europa alle buitenlandpolitiek – en zelfs veel binnenlandse – lazen door de bril van het Amerikaanse–Russische conflict, zo leest men vandaag in Zuidoost-Azië alles door de lens van de verhouding Amerika–China. Elk frictiepunt, elke verschuiving wordt uitvergroot en becommentarieerd.

Neem de merkwaardige botsing, tien dagen geleden, van een Amerikaans oorlogsschip met een olietanker, in Singaporese wateren. Natuurlijk ging het pagina’s lang over reddingsacties en de tien gesneuvelde mariniers; over het ontslag van de Amerikaanse commandant; over de mogelijke oorzaak – domme onoplettendheid of cyberaanval? Maar de botsing kreeg haar betekenis in het grote verhaal van Amerika’s neergang als zeemacht in de Pacific. Wat een vernedering: een trotse US missile destroyer die hinkend de haven van Singapore binnenvaart, na recent ook al een dodelijke botsing voor de Japanse kust. Leedvermaak in de Chinese pers: „Terwijl de US Navy een gevaarlijk obstakel in Aziatische wateren wordt, werkt China met de landen in Zuidoost-Azië (ASEAN) aan een gedragscode voor de Zuid-Chinese Zee en bouwde het vijf vuurtorens voor veilige koersbepaling”, aldus de China Daily. „Ieder kan zien wie schuld heeft aan de militarisering van de wateren en wie het gevaar vormt voor de veiligheid.”

Tijdens mijn Singaporeverblijf deed zich nog een merkwaardig incident voor – geen wereldnieuws, maar hier onderwerp van intense speculatie. Begin augustus werd een succesvol academicus van Chinese komaf met Amerikaans paspoort, expert Amerikaans-Chinese relaties, ervan beschuldigd namens een „vreemde mogendheid” Singapores buitenlandpolitiek te beïnvloeden, door het toespelen van geheime informatie aan regeringskringen. Het land bleef ongenoemd maar alles wees op China. Vorige week moest de man Singapore verlaten. Vast en zeker overschreed hij een rode lijn. Maar wat wilde de regering met de hoogst zichtbare uitzetting zeggen? Een commentator in de South China Morning Post leest ook deze episode in het licht van China’s opkomst. Het kleine Singapore huisvest weliswaar een Amerikaanse marinebasis, maar is afhankelijk van de goede wil van en economische relaties met China. Kwetsbaar in het strategische krachtenveld, wil het toch voor zijn soevereiniteit op de bres staan. Ook voor andere landen in de regio is het lastig laveren; voor je het weet sta je in Washington te boek als pro-Chinees, in Beijing als pro-Amerikaans. „Waar olifanten vechten, lijdt het gras pijn.”

Voor ons in Europa lijkt het ver weg, maar zulke dilemma’s komen onze kant op. Ook wij belanden in het spanningsveld tussen terugtrekkende Amerikaanse militaire macht en opkomende Chinese macht (voor ons vooralsnog enkel economische). Te meer daar China in staat is die economische macht strategisch aan te wenden, zoals met Xi’s fameuze megaproject One Belt, One Road, dat de Zijderoute tussen het Verre Oosten, Zuidoost-Azië en Europa nieuw leven inblaast, zestig landen raakt en duizenden miljarden dollars investeringen behelst. Voorlopig blijft het bij besmuikt minderen van kritiek op China’s mensenrechtenschendingen om het handels- en investeringsklimaat in Europa niet te belasten. Maar de afwegingen worden pijnlijker, de verleiding van bilaterale deals groter, het belang van een gesloten Europees front vitaler.

is politiek filosoof. Hij verbleef de maand augustus aan de Lee Kuan Yew School of Public Policy van de Nationale Universiteit van Singapore.