Lachen met Sedaris of oud worden zoals Cicero

Pas verschenen Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn uitgekomen en kiest er steeds zes om kort te bespreken.

Boudewijn Chabot stond ruim twintig jaar geleden al voor de rechter de zelfbeschikking over het levenseinde te bepleiten. Maar, zo stelt de psychiater nu in De weg kwijt, we zijn doorgeslagen en de wet wordt uitgehold en opgerekt omdat euthanasie ook binnen de dementie en psychiatrie zijn intrede heeft gedaan. In een bundeling van essays van hemzelf en de hoogleraren Jim van Os en Anne-Mei The wordt aan de hand van voorbeelden uit de praktijk opgeroepen tot bezinning. Dat de vraag om euthanasie stijgt en men zich ook kan richten tot de levenseindekliniek, heeft volgens de schrijvers te maken met de financiële uitkleding van de zorg voor psychiatrische en dementie-patiënten. Verplichte literatuur dus voor de onderhandelaars aan de formatietafel want, zo vraagt Chabot zich af, wie kan er anders nog op de rem gaan staan?

Boudewijn Chabot: De weg kwijt. De zorgelijke staat van de euthanasiewet. Nijgh & Van Ditmar, 80 blz. €11,99

Daar mooi op aansluitend is de herdruk van De kunst van het oud worden, van de grote Romeinse politicus en denker Marcus Tullius Cicero (106-43 vChr). Dat meer dan tweeduizend jaar geleden al werd stilgestaan bij het oud worden, mag een troost zijn voor lezers die erover aan het piekeren zijn. Cicero schreef het boek aan het einde van zijn leven, toen de ouderdom hem omsingelde en hij zich buitenspel gezet voelde. Moraal van zijn verhaal: laat je niet wegzetten maar toon onder meer ‘je ruime voorraad herinneringen’ – de ouderdom heeft namelijk geen vast eindpunt. Of, schrijft hij: ‘Terwijl het lichaam door oefeningen vermoeid raakt en zwaar wordt, maakt oefenen de geest juist licht’. Zo noemt hij als goede oefening het elke avond repeteren wat je die dag hebt gezegd, gehoord of gedaan.

Cicero: De kunst van het oud worden. Oorspronkelijke titel: De senectute. Opnieuw vertaald en toegelicht door classicus Vincent Hunink, Athenaeum, 96 blz. €9,99

Van dezelfde Vincent Hunink verscheen ook de vertaling van enkele brieven van de Romeinse schrijver Plinius (ca 62- ca 113). Volgens Plinius hoeft een brief niet per se een belangrijke inhoud te hebben – het is een teken van leven en van waarde voor het nageslacht. Plinius publiceerde in totaal 247 brieven in negen verschillende boeken. In Mijn landhuizen schrijft hij over zijn villa’s en zijn landgoederen. De uitvoerige of juist heel korte beschrijvingen geven aan dat bezit niet zaligmakend is. Zo blijkt Plinius weinig plezier te beleven aan zijn moeders bezittingen want ze leveren te weinig op of vergen te veel onderhoud. Umbrië beschrijft hij als ‘mijn Etrusken’ en aan ‘mijn Comomeer’ heeft hij zowel een Tragedie-huis als een Komedie-huis. Het is jammer dat Plinius alleen zijn eigen brieven verzameld heeft, want bij sommige brieven ben je benieuwd naar het antwoord. Zoals die aan zijn vriend Septicius, die hij bruut verwijt niet te zijn komen opdagen bij een etentje.

Plinius: Mijn landhuizen. Brieven over Romeinse villa’s. Vertaald en toegelicht door Vincent Hunink. Athenaeum, 116 blz. €9,99

De Amerikaanse schrijver en komiek David Sedaris bracht ‘bijna’ acht miljoen woorden die hij vanaf zijn twintigste handmatig of op de typemachine in zijn dagboek schreef, terug tot een overzichtelijk geheel in Gestolen voorwerpen. Dagboeken 1977-2002. Over zijn eigen gevoel schrijven leek Sedaris moeilijk, schrijft hij in de inleiding, maar voor een dagboek kun je daar niet omheen. Naast grappen over en van anderen vertelt hij droog hoe zijn vader hem vraagt te vertrekken en nooit meer terug te komen. ‘Ik moest huilen en daar ben ik blij om.’ Voor de derde keer treedt Sedaris op in Carré (25 september) met de gelijknamige voorstelling Theft by finding: Diaries (1977-2002).

David Sedaris: Gestolen voorwerpen Dagboeken 1977-2002. Oorspronkelijke titel: Theft by finding: Diaries (1977-2002). Vert. Gerda Baardman e.a., Lebowski, 512 blz. € 24,99

De liefhebbers van In de ban van de ring kunnen hun hart ophalen aan de laatste toevoeging aan het omvangrijke oeuvre van J.R.R. Tolkien (1892-1973): Beren en Lúthien is postuum uitgekomen met hulp van Tolkiens derde zoon Christopher, die zelf inmiddels al 92 jaar oud is. Christopher werd door zijn vader aangesteld als literair executeur en wijdt zijn hele leven al aan het redigeren en publiceren van onuitgegeven werk. Het romantische verhaal van Beren en Lúthien is eerder gepubliceerd als onderdeel van De Silmarillion maar is nu een op zichzelf staand verhaal geworden met aanpassingen van Christopher, die zich daar in de tekst keurig voor verantwoordt en zegt zich te baseren op persoonlijke herinneringen en andere geschriften van zijn vader. Daarmee is het verhaal puurder geworden, ontdaan van afleidende subplots. En die vervaarlijke weerwolven blijken eerst grote katten te zijn geweest. Prachtige illustraties van Alan Lee.

J.R.R. Tolkien: Beren en Lúthien. Oorspronkelijke titel: Beren and Lúthien. Vert. Niels van Eekelen en Renée Vink. Bezorgd door Christopher Tolkien. 292 blz. Boekerij, €19,99

In navolging van de Zwitserse uitgever Diogenes geeft Athenaeum de drie voltooide thrillers van de Zwitserse schrijver Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) opnieuw uit. Na De verdenking is nu De rechter en zijn beul verschenen. In 2018 volgt De belofte. Het gaat om een klassieke misdaadroman (moord, onderzoek, dader) maar Dürrenmatt legt nog veel meer spanning in zijn oorspronkelijk in 1952 verschenen boek. Hij speelt in op het gemoed van de lezer alsof hij vraagt: wat is gerechtigheid eigenlijk in deze zaak, die schittert door drie lagen van misdaad? Daarmee wordt het boek naast spannend ook filosofisch, al werd dat door leerlingen op de middelbare school niet altijd begrepen wanneer zij Der Richter und sein Henker op hun literatuurlijst-Duits zetten omdat het zo lekker dun was.

Friedrich Dürrenmatt: De rechter en zijn beul. Oorspronkelijke titel: Der Richter und sein Henker. Vert. Ria van Hengel. Athenaeum, 136 pagina’s, €17,50