Recensie

Koortsachtig schrijven in woelige tijden

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: een groot schrijver van verhalen is Boris Pasternak (1890-1960) niet. Met iemand als Anton Tsjechov kan hij zich dan ook in de verste verte niet meten. Zo heeft hij geen gevoel voor spanning of humor en lijkt hij niet te weten wat een plot of een verhaallijn is. Wel giet hij ieder berkenbosje of spoorlijntje in aanstellerige, soms koortsachtige metaforen, waardoor je soms moeite hebt te begrijpen wat hij zeggen wil.

En toch blijkt deze combinatie van eigenschappen in Pasternaks verhalen, die onlangs in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot verschenen, allerminst dodelijk te zijn. Net als in Dokter Zjivago, zijn meeslepende epos uit 1958 over de Russische revolutie, moet je je namelijk eerst ergens overheen zetten en zinnen als ‘Gietijzer werd wakker, pijnlijk geraakte kettingen krijsten het uit’ zo snel mogelijk vergeten. Pas daarna beland je in een wereld die in de eerste plaats de autobiografie is van een schrijver in de roerige eerste twintig jaar van de twintigste eeuw. Want zo kun je deze door Froukje Slofstra briljant vertaalde verhalen het beste lezen. En als je dat doet, kom je van alles tegen wat de moeite waard is, zoals een verslag van de volksoploop rond het stationnetje van het dorp Astapovo waar in 1910 Tolstoj op sterven ligt, een beschrijving van de deprimerende beslommeringen van een jonge intellectueel in de Russische provincie, of het relaas van Pasternaks jaren in het Duitse Marburg, waar de schrijver filosofie studeerde.

Indringend schetst Pasternak het Rusland aan de vooravond van zowel de Eerste Wereldoorlog, als de revolutie van 1917 en de daaropvolgende burgeroorlog. De aanstellerige metaforen maken hier plaats voor krachtige, gewone taal, waardoor de sfeer van de naderende ondergang veel sterker wordt.

Als schrijver lijkt Pasternak eindelijk in vorm te komen. Zo zet hij in ‘Patriks notities’ (1937), een fragment van een onvoltooide roman over de revolutie van 1905, het dagelijkse leven van jonge intellectuelen zo beklemmend neer dat je beseft dat het tsaristische regime geen lang leven meer beschoren is. Het smachten naar verandering komt nog sterker naar voren in ‘Een verhaal’ (1924), dat je een voorstudie van Dokter Zjivago kunt noemen, al was het maar omdat het allerlei autobiografische elementen bevat die je ook in die roman tegenkomt.

Het meest valt er nog te genieten van Pasternaks beschrijvingen van zijn geboortestad Moskou en zijn ontmoetingen met beroemde kunstenaars zoals de dichters Vladimir Majakovski en Marina Tsvetajeva. Voor hen die de Russische hoofdstad kennen, rijst er ineens een heel andere, intiemere wereld op, waar het bruist van de creativiteit. En tegelijkertijd verschijnen aan de hemel de donkere wolken van de terreur van de bolsjewieken, die het lot van Pasternak en zijn vrienden drastisch zal bepalen.