‘Kennelijk besteden rijke mensen hun geld niet aan taart’

De eerste baan

Ingrid de Graaf (48) is directielid bij Aegon. Aan het begin van haar carrière werkte ze tien jaar lang bij een banketbakker. „Ik wilde mijn zorgverzekering betalen, maar ook mooie kleren kunnen kopen.”

Foto Lars van den Brink

Terwijl een bejaarde dame de gebakjes in de etalage bekijkt en een andere klant naar de aanbieding van de dag vraagt, komt een lange vrouw op roze naaldhakken met ferme stappen de bakkerswinkel binnenlopen. Ingrid de Graaf is een opvallende verschijning in het winkelcentrum. Ze is directielid bij verzekeringsmaatschappij Aegon en genomineerd als topvrouw van 2017. Maar zodra ze de aardbeientaarten, schuimpjes en krakelingen in de vitrines ziet liggen is ze weer even het meisje van veertien dat op zaterdagen en in vakanties in de bakkerij werkte.

„Strijken jullie de verpakkingen nog steeds?”, vraagt ze meteen aan de bakker. Er ontstaat een collegiaal gesprek over banketbakkersrituelen, de houdbaarheid van taarten en vaste klanten. „Ik maakte er een sport van de favoriete producten van vaste klanten klaar te zetten, nog voor ze de toonbank hadden bereikt”, vertelt de Graaf enthousiast. Die vaste klanten vond ze het leukst: „Ik heb ook vrij lang in de McDonald’s gewerkt. Daar doe je vier uur lang je werk en gaat dan weer weg. Je kijkt mensen er niet eens echt in de ogen.”

Ik leerde de tafel van 46, want zoveel cent kostte een broodje, maar vooral ook discipline

Veertig gulden aan paaseieren

Achter de toonbank van de bakker zag ze daarentegen hoe eenzaam sommige klanten waren. Of hoe dikke mensen vier gebakjes kozen, om maar niet de indruk te wekken dat ze het alleen voor zichzelf kochten. Veel vooroordelen bleken ook niet te kloppen: „Dan zag ik een student aankomen en dacht ik: die wil vast niet meer dan een halfje volkoren. Om hem vervolgens voor veertig gulden aan paaseieren te verkopen.” En juist de banketbakker naast de villawijk bleek slecht te lopen. „Kennelijk besteden rijke mensen hun geld niet aan zoiets vergankelijks als taart.”

Zelf komt ze uit een middenstandsfamilie van bloemisten en monteurs, waarin het als vanzelfsprekend gezien werd hard te werken voor je geld. „Ik wilde mijn zorgverzekering betalen, maar ook mooie kleren kunnen kopen.” Pas later realiseerde ze zich hoeveel ze eigenlijk in die banketbakkerij geleerd heeft: „De tafel van 46, want zoveel cent kostte een broodje, maar vooral ook discipline.” Ze begon om zes uur ’s ochtends en stond dan anderhalf uur in de kou van de vriezer gebakjes te sorteren. Ze herinnert zich de stress van de bruidstaarten en hoe ze op gênante momenten peperduur banket uit haar handen liet vallen.

Opklimmen

Tot haar afstuderen in 1993 werkte De Graaf tien jaar lang bij verschillende banketbakkers. Ze studeerde renaissance letterkunde en communicatie, maar op dat vakgebied was er nauwelijks werk te vinden. Dus werd ze secretaresse bij het Afval Overleg Orgaan. Bij de bakker had ze zich altijd dienstbaar opgesteld, maar eenmaal secretaresse bleek ze ook goed in leidinggeven. Toen ze als communicatieadviseur de managers van Shell en Unilever adviseerde dacht ze: volgens mij kan ik dat zelf ook! En zo klom ze op naar topfuncties bij grote bedrijven als Delta Lloyd, ABN Amro en Aegon.

Dit najaar starten we weer met een nieuwe serie ‘De eerste baan’. Lees ook de laatste editie van voor de zomer: ‘Als dit het leven is, dan denk ik dat ik mensen ga vermoorden’