Italianen willen groeien in Nederlands openbaar vervoer

Openbaar vervoer

De overname van Qbuzz door de Italiaanse spoorwegen is afgerond. De topman ziet veel ruimte voor groei in Nederland.

Het straks Italiaanse Qbuzz verzorgt het bus- en tramvervoer in de regio Utrecht onder de naam U-OV. Foto Sem van der Wal / Novum Regiofoto

De Italiaanse spoorwegen willen een belangrijke speler worden in het Nederlandse openbaar vervoer. Dochterbedrijf Busitalia heeft Qbuzz, een dochterbedrijf van NS, gekocht voor 30 miljoen euro. Qbuzz, dat onder de eigen naam in twee regio’s blijft rijden, moet flink groeien. Zodra bus- of treinvervoer in andere regio’s beschikbaar komt, zal Busitalia meedoen aan de aanbesteding.

Dat zei Renato Mazzoncini, topman van Ferrovie dello Stato Italiane (FS Italiane), donderdag in Den Haag. Hij bezocht de Italiaanse ambassade om de overname van Qbuzz te vieren. De koopovereenkomst tussen de twee spoorbedrijven met busdochters was al gesloten, nu is de overname ook goedgekeurd door de Autoriteit Consument en Markt. Busitalia (4.000 werknemers, omzet 350 miljoen euro) behoudt het bedrijfsmodel van Qbuzz, voor personeel en klanten verandert er voorlopig niets.

Qbuzz (2.400 werknemers, omzet 190 miljoen euro) stond te koop sinds juli 2016. Na het debacle rond de aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg, toen bleek dat directieleden van Qbuzz betrokken waren bij bedrijfsspionage, besloot NS het busvervoer af te stoten. De verkoop is onderdeel van een nieuwe strategie waarbij NS zich beperkt tot kernactiviteiten. Stationswinkels worden verkocht, en NS biedt niet meer mee op vergunningen voor regionale spoorlijnen.

Net als Connexxion loopt Qbuzz voorop in Europa bij de introductie van elektrische bussen. Vanaf 6 september rijden tien elektrische bussen op de Utrechtse lijn 1. Qbuzz verzorgt busvervoer in Groningen (provincie en stad) en Drenthe. Onder de naam U-OV verzorgt het bedrijf bus- en tramvervoer in de stad Utrecht en in acht gemeenten in de regio Utrecht.

Voor Mazzoncini is de aankoop een stap op weg naar verdere internationalisering van FS Italiane. „Wij kijken naar kansen in heel Europa. We willen een Europees bedrijf zijn, geen Italiaans bedrijf.” Het bedrijf is marktleider in Griekenland, nummer drie in Duitsland en ook actief in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De ambities zijn groot: de omzet moet van 9 miljard euro nu naar 17 miljard in 2026. De omzet van Busitalia moet naar 2,2 miljard euro in 2026.

Veel buitenlandse spelers

Mazzoncini voorziet grote veranderingen op de Europese markt. „Spoorvervoer is al geconsolideerd, met een handvol grote spelers. Busvervoer is versplinterd en vaak in handen van gemeenten, wat eerlijke concurrentie bemoeilijkt. Daar gaan we ook naar een paar grote spelers.”

In Nederland zijn al veel buitenlandse bedrijven actief. Arriva is van Deutsche Bahn, Transdev (Connexxion, Hermes, Veolia) is voor 70 procent bezit van de Franse staatsbank CDC, Keolis (Syntus) is voor 70 procent van het Franse staatsspoorbedrijf SNCF. EBS, actief in Noord-Holland, is van de Israëlische transportonderneming Egged Group. In dat rijtje komt Italië er dus bij.

FS Italiane is ook het moederbedrijf van Trenitalia, koper van de Fyratreinen die door Nederland werden afgedankt. Mazzoncini: „Die problemen waren beperkt tot de deuren, in de winter. Daar hebben we in Italië geen last van. We moeten alleen de kleuren aanpassen, jullie hadden het interieur oranje en roze geschilderd.” De Fyra’s worden onder meer ingezet in Griekenland tussen Thessaloniki-Athene. „Dat is een nieuwe spoorlijn, daar past een nieuwe trein op.”