Interview

‘Ik wantrouw de verhalen die we onszelf voorhouden’

Nicole Krauss In de nieuwe roman van deze Amerikaanse schrijfster draait alles om het verlangen te ontsnappen aan een leven dat al vastligt, en herboren te worden als een ander. „Literatuur biedt een reflectie op ons leven die echter is dan onze alledaagse ervaringen.”

Nicole KraussFoto: Frank Ruiter Frank Ruiter

Kafka stierf niet. Althans niet in 1924 in Oostenrijk, zoals zijn officiële biografische gegevens luiden. Dat was een afleidingsmanoeuvre. Franz Kafka – Jood, met interesse in het zionisme – emigreerde in dat jaar in het geniep naar Palestina. Hij overleefde er de tuberculose waaraan hij volgens de overlevering zou zijn overleden en werd herboren als een tuinman met de naam Ansjl Peleg. Kafka stierf in 1956, vredig in zijn slaap.

Een literaire complottheorie van de bovenste plank – en kolder, voor wie rationeel realisme als maatstaf hanteert. Maar zekerheden worden aan het wankelen gebracht door de manier waarop Nicole Krauss de theorie in haar nieuwe roman Donker woud onderbouwt: met verwijzingen naar Kafka’s geheime lot, uit zijn biografie en zijn literaire werk.

Het verhaal is slechts een motief in Donker woud, maar het vat samen waar het verhaal over gaat: het verlangen om te ontsnappen aan een leven dat al vastligt, en herboren te worden als een ander. Dat verhaal delen de hoofdpersonen, een advocaat die al zijn bezittingen weggeeft en een vrouwelijke schrijver die vastzit in haar leven en haar werk. Beiden vertrekken naar Israël. Detail: zij heet Nicole.

Dus we moeten het toch even vragen. Als we het over de vrouwelijke hoofdpersoon hebben, praten we dan over ‘Nicole’ of over u, Nicole Krauss? „Normaal gesproken zeg ik: ‘Nicole-in-het-boek’. Ik ben het niet.”

Dertig katten

Nicole Krauss (1974) is auteur van onder meer de bestseller De geschiedenis van de liefde. Deze week verscheen haar vierde roman, Donker woud, een ideeënrijk, zoekend boek dat een lans breekt voor onzekerheid en openheid. Ze was kort in Nederland, voor twee optredens voor volle zalen, met ertussenin een dag gevuld met interviews. Eenzelfde beroemdheid geniet Nicole-in-het-boek – zoals er wel meer overeenkomsten zijn. „Ik heb nog maar een paar interviews gegeven, maar iedereen begint met: hoeveel van jou zit er in Nicole, wat is er echt? Die vragen roept het boek natuurlijk op. Maar gedurende de roman moet je toch opvallen dat we het domein van de fictie betreden. Tenzij je gelooft dat Kafka niet stierf in 1924 en in Palestina doorleefde als hovenier.”

Aangekomen bij die passages móét je je als lezer wel afvragen wat echt is en wat niet – zoals Nicole-in-het-boek ook doet, als zij in Tel Aviv door Eliëzer Friedman, een wat spookachtige literatuurprofessor annex Mossad-agent, op Kafka’s spoor gezet wordt. Samen gaan ze er langs de Spinozastraat, waar een huis staat met betraliede ramen. Daar zou een onbekend deel van Kafka voortleven: onuitgegeven manuscripten, die hij in 1924 overdeed aan zijn vertrouweling Max Brod, die zich in Tel Aviv vestigde en er delen van publiceerde, en later Kafka’s biograaf werd. Het ongepubliceerde deel bewaart Brods erfgename daar, in een huis dat ze deelt met dertig katten.

Dat is niet eens onwaar: er is al jaren een rechtszaak gaande over het eigendom van de paperassen. Zo zijn er meer historische sporen te determineren in Donker woud. „Mijn beginpunt was mijn diepe wens om een verhaal te situeren in het Hilton-hotel in Tel Aviv. Ik begon die obsessie te documenteren, inclusief mijn gedachten en herinneringen. Ik merkte toen dat ik meteen ging componeren, ontwerpen, veranderen, waardoor ik snel in het domein van de verbeelding belandde.”

Dit stelde haar voor een vraagstuk: waarom vinden we een verhaal levendiger, overtuigender, betekenisvoller als het echt is? Krauss: „We weten dat onze herinneringen grotendeels vervormd zijn. Als jij me nu je levensverhaal vertelt, vertel je me een grotendeels gefictionaliseerde versie. En de versie die je je moeder, je broer of je vrienden vertelt, zou fundamenteel anders zijn, conflicterend zelfs. Waar eindigt de werkelijkheid dan en waar begint het verzinsel?”

Daarom mogen we het ‘echte’ best een beetje wantrouwen, vindt Krauss. „Als iemand die professioneel verhalen vertelt, sta ik wantrouwig tegenover de verhalen die we onszelf voorhouden – daar gaat dit boek over. Het menselijk brein neigt naar coherentie. Neurologen die studie doen naar hersenbeschadiging weten: hoe beschadigd ook, de hersenen doen alles om coherentie te creëren, ook al is die strijdig met de werkelijkheden van anderen. We moeten dus accepteren dat de constructie van ons ‘zelf’ een verdichting is, en daarmee ook bevragen waarom we het ‘echte’ prioriteit geven. De verhalen die we onszelf vertellen over wie we zijn, van wie we houden en aan wie we ons committeren, moeten we óók als constructies zien, niet als waarheden. Want zulke verhalen kunnen ook schadelijk zijn.”

Ze kunnen onze vrijheid beknotten. Nicole ziet haar huwelijk stranden, en trouwens: Krauss beëindigde haar huwelijk met schrijver Jonathan Safran Foer (in wiens laatste roman de scheiding ook langskwam). Maar: „Dit is geen boek over het stuklopen van een huwelijk”, zegt Krauss. „Het boek is niet geïnteresseerd in de vraag wat er dán gebeurt, na een scheiding. Het gaat over dat moeilijke gesprek met jezelf over wie je bent, over de vorm die je leven heeft aangenomen, en over de mogelijkheid om die te veranderen. Een scheiding kan pijnlijk en tegelijk bevrijdend zijn.”

Alternatieve feiten

Die scheiding-in-het-boek is ook weer geen stom toeval. Want zoals Krauss dinsdagavond tijdens haar Amsterdamse optreden zei: alles wat haar bezighoudt tijdens het schrijven, komt terug in de roman, bewust of onbewust, zo intuïtief schrijft ze. „Er is een diepe verbinding”, zegt Krauss de volgende ochtend. „Maar dit is geen autobiografie, als schrijver had ik heel andere zorgen. Als we het over het verhaal van Nicole-in-het-boek hebben: zij wordt zich steeds sterker bewust van de vorm die ze voor haar leven heeft gekozen, namelijk de vorm van het huwelijk. Wie trouwt, zegt iets over de tijd, namelijk: ik laat buiten beschouwing dat ik zó radicaal kan veranderen dat dit huwelijk niet langer bij mij past, de tijd zal mij niet grootscheeps veranderen. Het huwelijk is in feite de keuze voor iets zekers, tegen het grote onbekende in. Bij Nicole zit er niet alleen te weinig leven meer in haar relatie, maar is het ook zo dat ze zich niet meer waarachtig en eerlijk voelt als ze kiest voor de zekerheid.”

Krauss schreef met Donker woud een roman die zich laat lezen als een pleidooi voor het onbekende, voor het loslaten van „die rationele constructie van de realiteit”, zoals ze schampert. „Dat loslaten is beangstigend, maar het kan meer ruimte creëren. Ik denk dat mijn werk de lezer aanmoedigt om meerdere opties te overwegen. Literatuur biedt een reflectie op ons leven die echter is dan onze alledaagse ervaringen. Wie van literatuur houdt, zegt bij het dichtslaan van een roman niet: ach, het was maar een verhaal. Integendeel, we hebben een diepere blik op het leven gekregen.”

Van Kafka, bijvoorbeeld. „Ik voel een intieme verbintenis met hem. De reden dat heel veel Joodse schrijvers en zo veel lezers naar hem terugkeren, is dat zijn zinnen de hoek om kunnen slaan en je ineens voor een afgrond staat en de oneindigheid inkijkt.” Dat de alternatieve feiten over zijn dood zo’n bepalend ingrediënt van Donker woud werden, overkwam Krauss, als een revelatie. „Maakt het bij dit verhaal over Kafka uit waar de werkelijkheid eindigt en het verzinsel begint? Of het nou waar is of niet, ik heb het gevoel dat deze versie van de gebeurtenissen iets waarachtigs vertelt over wie hij was.”