Opinie

Ik ben geen dierenbeul

Ondanks alle bagger die boerin Alice van Drie over zich heen krijgt, alle wetten en regels waar ze aan moet voldoen en alle controles die ze moet doorstaan, vindt ze het nog altijd leuk om boerin te zijn. Juist uit liefde voor het dier.

Foto: Bram Petraeus

Hoe leuk is het nog om boerin in Nederland te zijn? Dat is een moeilijke vraag. Wij boeren worden met gifpijlen beschoten door organisaties als Wakker Dier en Partij voor de Dieren en door personen als Kamerlid Marianne Thieme en hoogleraar Roos Vonk, die het liefst alle veehouderij uit Nederland weg willen hebben. Dat zijn wij zat.

Iedere dag stort een kleine groep mensen, met geen enkel verstand van het boerenleven maar wel veel verstand van het manipuleren van onwetende burgers en politiek, via de media ladingen bagger over ons uit. Wij zijn dierenbeulen en milieuvervuilers. Daar moeten we het mee doen.

Die ladingen bagger blijven niet zonder gevolgen: op basis daarvan verandert de Nederlandse politiek constant de spelregels, tijdens de wedstrijd. Zo legt ze ons voedselproducenten aan banden, zogenaamd omwille van het ‘milieu’. Hypocriet, want de ruimte die vrij komt voor ontwikkeling, wordt direct ingezet voor de uitbreiding van Schiphol, vliegveld Lelystad of Eindhoven Airport. De ruimte voor het milieu moet tenslotte ergens vandaan komen – hoe makkelijk is het dan om de rekening bij de veehouderij neer te leggen, want die doet het immers toch niet goed. Minder veehouderij, meer luchtvaart: overheid dik tevreden.

De overheid verandert regels ook zogenaamd omwille van meer dierenwelzijn. Tegelijk staat dezelfde overheid de import van voedsel uit landen waar het erbarmelijk gesteld is met het dierenwelzijn en waar men volop antibiotica gebruikt, gewoon toe.

Als het ons alleen maar om het geld zou gaan, hadden we al lang een ander beroep gekozen

Een aantal mensen denkt ook dat wij „alles voor het geld” doen. Dat wij Nederland ongebreideld volbouwen met megastallen, om nog meer geld te verdienen en dieren hier in overvolle stallen proppen omdat het ons toch niks doet, want geld … De waarheid is dat als wij geld wilden verdienen, we al lang een ander beroep hadden gekozen.

Waarom zijn we dan nog boer of boerin? Daar is maar één antwoord op: omdat we passie voor dieren hebben. Wie niet van dieren houdt, kan geen dieren houden. Ik ben het liefst gewoon aan het werk tussen onze dieren. Wij hebben een boerderij op de Veluwe met zestig melkkoeien, ruim 20.000 scharrelvleeskippen en circa 2.300 varkens. De stadsmens vindt dat misschien veel en denkt op basis van die getallen dat wij dieren alleen als product zien.

Aantallen zeggen echter niets. Zorgen ouders beter voor één kind dan voor acht kinderen? Natuurlijk niet. En zo is het ook bij ons. Elk dier verzorgen wij goed. Zij hebben geen stress, angst of pijn en hebben 24 uur per dag vers voer en water. Menig burger wenst dat hij de verzorging krijgt die de gemiddelde koe, kip, varken, schaap of geit in Nederland ontvangt.

Foto: Bram Petraeus
Foto: Bram Petraeus

Ik zie onze kuikens scharrelen in het strooisel, onze biggen sabbelen aan de speen van de zeug, onze koeien – ook zonder hun kalf! – liggen te herkauwen in de stal of wei en onze kalveren – ook zonder de koe! – spelen in het strohok. Dit is voor ons, boer of boerin, het signaal dat ze zich goed voelen. Een dier dat zich niet goed voelt, drinkt niet, eet niet en ligt er niet rustig bij. Een dier dat zich niet goed voelt, groeit niet, geeft geen melk, geen eieren. Van een dier dat zich niet goed voelt, wordt niemand blij. De boer niet én de burger niet.

Hoewel de hoeveelheid regels enorm is en vaak dubbel, onduidelijk of onzinnig, hebben wij geen moeite met de regels. Controles? Ook al zoveel en vaak onverwacht. Helemaal als je – zoals op onze boerderij – meerdere diersoorten hebt. Een greep uit de controles die wij krijgen: de gemeente of provincie komt langs om te controleren of wij wel voldoen aan de omgevingsvergunning, de natuurbeschermingswet en ddae controle van de brandverzekering. Niet goed? Dan zijn we niet verzekerd. Dan hebben we de voedselkwaliteit- en veiligheidscontroles: Qlip (melkcontrole), QS (Duits kwaliteitssysteem), IKB (Nederlands kwaliteitssysteem), Initiative Tierwohl (Duits welzijnskeurmerk), Beter Leven (Nederlands welzijnskeurmerk), KDV (duurzaamheid), Waterschap, NVWA, NCAE (of onze kippen wel buiten lopen en het er niet te veel zijn) en ga zo maar door.

Daarnaast zijn we verplicht om alle wijzigingen in de aan- en afvoer van dieren door te geven aan de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Bij RVO staat precies geregistreerd hoeveel dieren je mag houden en de controle daarop is streng. Dus, volgepropte megastallen? Dat kan en mag helemaal niet in Nederland.

Maar de boer kan niet én aan de wens van de burger voldoen én tegelijk de prijs van onze producten laag houden

Dan zijn er nog de verplichte monitoring op dierziektes en controles op antibioticagebruik. Nergens in de wereld zijn dieren gezonder en wordt zo weinig antibiotica gebruikt als in Nederland. Maar nee, dan roept de dierenlobby ineens dat wij onze dieren volpompen met antibiotica. En dat haalt weer de krant. We worden er soms moedeloos van.

Nederland loopt met dierenwelzijn, milieuwetgeving en antibioticareductie voorop in de wereld. „Mooi toch?”, zullen mensen zeggen. En dat is ook mooi, maar de prijs die wij moeten betalen om een dier groot te brengen is daardoor inmiddels veel hoger dan die voor onze buitenlandse collega’s – maar de consument betaalt niet meer voor het vlees. En toch zegt de burger: jullie moeten nog meer doen, nog beter doen, met nog meer oog voor dierenwelzijn en nog minder antibiotica. Maar staat diezelfde burger in de winkel waar hij consument wordt, dan kiest ‘ie het liefst goedkoop. De boer betaalt toch alles. Maar de boer kan niet én aan de wens van de burger voldoen én tegelijk de prijs van onze producten laag houden. Een goed Engels gezegde is dan ook: „Put your money where your mouth is.” En zo is het.

Foto: Bram Petraeus
Foto: Bram Petraeus
Foto: Bram Petraeus

Wij boeren willen best investeren in nog meer innovatie en verbetering. Maar legt de burger zonnepanelen op zijn dak als hij geen geld heeft? Nee, want als je rood staat, kun je niet groen zijn.

Vind ik het ondanks alles nog leuk om boerin te zijn? Het antwoord op deze vraag is volmondig ja. Want wat is er mooier om de dag te starten met een koppel koeien die je staat op te wachten om gemolken te worden. Hoe mooi is het om tussen piepende kuikentjes te lopen en te zien hoe slim en snel ze het water en voer weten te vinden? Hoe prachtig is het als de biggetjes, moe van het drinken, met een tepel in de bek in slaap vallen. Wat ruikt er nu lekkerder dan versgemaaid gras?

En hoe mooi is het dat ik u elke dag van veilig en betaalbaar voedsel mag voorzien, zodat u tijd overhoudt om te letten op wat ik doe?

Alice van Drie is boerin in Nijkerk.