Hoe word je de hoogste baas?

Naar de top

Een goed stel hersens is niet genoeg. Wil je topbestuurder worden, dan moet je heel wat in je mars hebben – en een beetje geluk.

Illustratie iStock

Wie per se de hoogste baas van een bedrijf wil worden, kan natuurlijk een bedrijf oprichten en zichzelf tot chief executive officer benoemen. Maar wat als je de hoogste positie van een bestaande onderneming ambieert? Welke kwaliteiten moet je dan hebben? Waar letten headhunters en commissarissen op in hun zoektocht naar potentiële topbestuurders? Hoe zorg je dat je als topman of -vrouw in spe opvalt? En hoe werk je je op tot je de hoogste baas bent?

Een goed stel hersens is noodzakelijk, maar absoluut niet voldoende om de baas van een onderneming te worden, zegt Ralf Knegtmans. In zijn boek Hoe word je ceo? benoemt de headhunter van het Amsterdamse kantoor De Vroedt & Thierry verschillende ingrediënten die „niet de garantie geven dat je de top bereikt, maar de kans daarop wel aanzienlijk vergroten”.

Een bestuursvoorzitter die geen sterk managementteam kan opbouwen? „Vrij ernstig.” Het vermogen om mensen te mobiliseren? „Cru-ci-aal!” Toch moeten headhunters en commissarissen niet alleen kijken naar competenties, betoogt Knegtmans, maar vooral naar persoonlijkheidskenmerken en drijfveren. Die geven niet alleen een completer beeld van de kandidaat, „het is ook wetenschappelijk bewezen dat die beter voorspellen hoe iemand zich in toekomstige situaties zal gedragen”.

Enkele persoonlijkheidskenmerken waar topbestuurders volgens Knegtmans over moeten beschikken, zijn: sterk geloof in eigen denkbeelden, charisma, nieuwsgierigheid (zonder de angst alles te hoeven weten), weerbaarheid, doorzettingsvermogen, zelfvertrouwen, lef om uit hun comfortzone te stappen, mentale hardheid en leer- en aanpassingsvermogen. „Je hoeft het echt niet allemaal te hebben, maar het geeft wel een indicatie waar je aan moet voldoen.”

Dataverzameling: Marie-Louise Schonewille. Graphics: Erik van Gameren, Roland Blokhuizen, Yordi Dam.

Zorg dat je je baan nét aankan

Volgens Knegtmans moet je als potentiële topbestuurder al zo vroeg mogelijk aan je persoonlijkheid werken. „Als je jezelf niet goed kent, wordt het heel lastig om anderen te managen.” Hij raadt een coach aan. Liefst een van buiten het bedrijf, want een interne coach kan – zonder dat je het in de gaten hebt – het bedrijfsbelang voorop stellen. Verder adviseert Knegtmans je te laten omringen door de „allerbeste mensen”, en veelvuldig om feedback te vragen. „Zorg dat je je baan nét aankan, daar word je knettergoed van.”

Wat drijfveren betreft, is het fijn als een topbestuurder behoorlijk prestatiegedreven is, in redelijke mate macht of invloed nastreeft en niet ál te zeer aan relaties hecht. „Als je bij de eerste de beste reorganisatie zegt: ik heb zo’n fijne band met mevrouw Jansen, die stuur ik echt niet naar huis… Dat gáát gewoon niet.”

Overigens weet bijna niemand over zichzelf te zeggen wat zijn drijfveren zijn, zegt Knegtmans. „Mensen verwarren drijfveren vaak met normen en waarden. Als je écht wil weten wat jou intrinsiek drijft, zul je je daarop moeten laten testen.”

In zijn gesprekken met kandidaten zal Knegtmans altijd „peuteren” aan iemand, zo legt de headhunter uit. „Als iemand 25 jaar getrouwd is en mij niet kan vertellen wat zijn vrouw het meest bijzondere aan hem vindt, dan vraag ik: praten jullie wel met elkaar? En: luister jij wel? Een topman die niet naar zijn mensen luistert, is notoir ongeschikt.” Ook vraagt Knegtmans zijn secretaresse hoe de kandidaat zich tegenover haar gedroeg. „Je wilt niet dat iemand horkerig doet tegenover mensen lager in de hiërarchie dan hij.”

Annet Aris, commissaris bij onder meer ASML, ASR en Thomas Cook, beaamt dat persoonlijkheid tegenwoordig zwaarder telt dan vroeger. „Toen werd vooral gekeken naar ervaring in de branche. Nu kijken commissarissen beter wat voor sóórt persoon ze zoeken in een specifieke situatie. Heeft het bedrijf net een ander bedrijf overgenomen, dan is het fijn als de bestuursvoorzitter de verbinding zoekt. In andere situaties kan het fijn zijn als iemand de boel juist flink opschudt.”

Of je het schopt tot bestuursvoorzitter, hangt dus niet alleen van je eigen kwaliteiten af, maar vooral van de vraag of die aansluiten bij wat een bedrijf in een bepaalde fase zoekt.

Gebruik niet te veel je ellebogen. Dat werkt tegen je

Anonieme commissaris

Trek de aandacht

Hoe zorg je nou dat je opvalt? En op wie moet je indruk maken? De 71-jarige Joost van Heyningen Nanninga is inmiddels met pensioen, maar de oprichter van de Nederlandse tak van headhuntersbureau Egon Zehnder geldt nog altijd als de beroemdste headhunter van Nederland. Trek de aandacht van je huidige baas, of van de HR-afdeling, adviseert hij. „Sommigen vallen op omdat ze heel goed presentaties kunnen geven, anderen omdat ze ongelooflijk goed met mensen zijn. Wat je talent ook is: zorg dat je in een management-development-klasje komt. Zit je daar eenmaal in, dan ga je van de ene naar de andere baan, steeds weer een stapje hoger, tot je je absolute maximum bereikt. De een is dan ceo, de ander blijft op het niveau daaronder hangen.”

Met dat laatste is niets mis, beklemtoont Nanninga. „Je ambitie moet zijn: het beste uit jezelf halen.”

Dataverzameling: Marie-Louise Schonewille. Graphics: Erik van Gameren, Roland Blokhuizen, Yordi Dam.

Ook een anonieme ‘supercommissaris’, die niet met zijn naam in de krant wil, adviseert mensen die topbestuurder willen worden, zich intern op te werken. Ga eerst eens een belangrijke divisie leiden, zegt hij. „Als jij de eindverantwoordelijkheid hebt voor de winst- en verliesrekening van een divisie met een omzet van 500 miljoen of 1 miljard euro, dan kan een onderneming zien: hoe ontwikkelt iemand zich? Kan ie het team voldoende motiveren? Gaat de divisie erop vooruit? Het is de ultieme test, want zo’n baan is zwaar, en je maakt behoorlijk veel uren.”

Eén ding, zegt deze commissaris: „Gebruik niet te veel je ellebogen. Dat werkt tegen je.” Ook Annet Aris is daarvan overtuigd. „Je moet jezelf niet verstoppen, maar jezelf te veel naar voren duwen, werkt averechts. Zeker in Nederland. Hier geldt toch het adagium: goede wijn behoeft geen krans.”

Lees ook de column van gedragsonderzoeker Ben Tiggelaar:
Hoe ziet een effectieve topbestuurder eruit?

Keihard werken

Volgens Joost Nanninga is het ook een kwestie van geluk of je de top haalt. De „factor tijd” speelt een niet te onderschatten rol, zegt hij. „Natuurlijk moet je heel goed zijn, maar je moet vooral de mazzel hebben dat zich een moment voordoet waarop je kunt excelleren, waardoor jouw talenten zichtbaar worden. Je moet op het juiste moment op het juiste perron staan.”

Er is vrijwel niemand die bestuursvoorzitter wordt zonder die ambitie te hebben gehad. Natuurlijk kun je er per ongeluk inrollen, maar dat gebeurt maar heel weinig. Je moet van tevoren wel goed nadenken of het bij je past, zeggen de headhunters. De titel doet het misschien goed tijdens familiefeestjes, zegt Knegtmans, maar bovenal is het keihard werken. „Je maakt lange dagen, en houdt vaak weinig tijd over voor een sociaal leven en voor je familie. Bij sommige bedrijven ben je alleen maar aan het reizen. Weet waar je aan begint. Overleg met je partner – maar vooral met jezelf: wil ik dit wel? Want het is niet alleen maar leuk.”

Topbestuurder is tegenwoordig een „onmogelijke” baan, zegt Nanninga. „Je wordt overal op afgerekend. Je moet én een heel goede strateeg zijn én een strakke manager. Je moet altijd werken, altijd scherp zijn, altijd aan de bal zijn. En ondertussen moet je beslissingen nemen in een permanent veranderende wereld. Waarom zou je dat per se willen?”