Column

Gesloten cultuur

Uit alles in de brief die burgemeester Eberhard Van der Laan de Amsterdamse gemeenteraad stuurde over het strafontslag van zijn adviseur radicalisering Saadia A.-T, blijkt dat hij al lang met haar in zijn maag zat. Sinds februari werden zes functioneringsgesprekken met haar gevoerd. Ze kreeg een coach toegewezen. Bovendien werd iemand speciaal aangesteld om het antiradicaliseringsprogramma van de gemeente te „professionaliseren”. Die zou de „gesloten cultuur” van het team van A.-T hebben moeten openbreken.

„Gesloten cultuur” – rapporttaal voor kliekvorming en vriendjespolitiek.

Er werd dus zowat een heel team opgericht om het team van A.-T nog een beetje te laten functioneren. Amsterdammers zijn wel wat gewend, maar zoveel ambtelijke pirouettes om iemand tegen zichzelf te beschermen, dat valt op. Saadia A.-T werd deze week de laan uitgestuurd, omdat zij opdrachten had gegund aan iemand waar ze een relatie mee had en voor wie ze ook nog eens eigenhandig een factuur opstelde.

Dat is corruptie. Maar mij interesseert toch vooral die „gesloten cultuur”. Hoe heeft die kunnen ontstaan? Waarom heeft men het zo lang laten gebeuren? Vanwaar die omzichtigheid met een ambtenaar die zo overduidelijk niet functioneerde – met zo’n ongelofelijk belangrijke portefeuille?

De verklaringen die je kunt bedenken, zijn zonder uitzondering pijnlijk: Saadia A.-T werd de hand boven het hoofd gehouden. Het was politieke correctheid, de angst om een Marokkaanse Nederlander in een kwaad daglicht te stellen en zo de haters in de kaart te spelen. Het Amsterdamse bestuur wilde zo lang mogelijk vermijden dat de buitenwereld erachter zou komen dat het tegengaan van radicalisering deels in handen was van iemand die, vriendelijk gezegd, een hopeloos lichtgewicht was.

Er is een verklaring die nog pijnlijker is. Het islamitisch radicalisme heeft sinds de aanslagen van 2001 ruimte geschapen voor een nieuw soort ambtenaar en adviseur, die de kloof moet overbruggen tussen onwetende bestuurders en ‘de gemeenschap’ waaruit ze zelf afkomstig zijn. Dat is de ‘moslimindustrie’, zoals een Saoedisch-Engelse jongen mij een keer cynisch uitlegde tijdens een conferentie over de „Islam en het Westen” in – of all places – Salzburg. Veel deelnemers aan die conferentie bleken elkaar verrassend goed te kennen – van de conferentie ervoor, en van die daarvoor. Die industrie was behoorlijk weggezakt, totdat het jihadisme een paar jaar geleden een nieuw virulent gezicht toonde, met de gruwelen van IS, uitreizende jongeren en aanslagen in de grote steden. Plotseling wemelde het van de antiradicaliseringsexperts, en van bedrijfjes die bereid waren bestuurders de helpende hand te bieden om door te dringen in de haarvaten van de samenleving. Daar zitten zeker capabele mensen bij, maar juist de onwetendheid, of erger, het gebrek aan wezenlijke interesse van bestuurders, biedt ambitieuze klimmers een buitenkansje. Weten die ambtenaren veel!

Vandaar dat er zo veel incidenten zijn in de antiradicaliseringsindustrie – zoals toen het instituut voor multiculturele vraagstukken Forum in 2013 zonder voorwaarden vooraf 150.000 uitkeerde aan een antiradicaliseringsinstelling, die zover ik heb kunnen achterhalen nooit van de grond is gekomen. Of de voor anti-radicaliseringsprojecten bedoelde subsidies van ministeries die, zoals deze krant in 2015 berichtte, voor privégebruik werden aangewend door een „Marokkaanse denktank”. Een jaar daarvoor kopte de Volkskrant: „Mogelijke fraude bij zeker vijf anti-jihadprojecten.” Criminoloog Frank Bovenkerk verklaarde toen al dat er over het effect van deze industrie niets te melden is: „Je krijgt nergens antwoord op de vraag: maar helpt het ook? Er is een verregaande wildgroei van allerlei bureaus die veel kunnen adviseren maar er eigenlijk niks van weten.” Het onderzoek naar „de gesloten cultuur” van Saadia A.-T loopt nog, maar ook hier wordt openlijk gesproken over uitzinnige declaraties en snoepreisjes.

De gelegenheid maakt de dief. Kijk naar de onthulling van Follow the Money deze week over de jarenlange zelfverrijking van de drie bestuurders van supportersvereniging Oranje. Ook hier een bestuurlijke instantie die het uit gebrek aan eigen expertise aan handige buitenstaanders overliet, in dit geval de KNVB – die de boel vervolgens veel te lang op z’n beloop liet, terwijl men allang doorhad dat het flink mis was. Omdat men het Oranje-gevoel niet wilde besmeuren. Omdat men te dicht op elkaar zat. Omdat men door laks- en luiheid zelf medeplichtig geworden was.

Dat geldt ook voor de gemeente Amsterdam. De corruptie van Saadia A.-T is een symptoom – van een gemakzuchtig beleid van uitbesteding. En, ernstiger, van een fundamenteel gebrek aan betrokkenheid met de milieus waarin radicalisering plaatsvindt. Alleen daardoor kon Saadia A.-T omhoogvallen.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plek