Voor deze clubjes word je gevráágd

Clubjes voor de top

De bazen van zakelijk Nederland verenigen zich een paar keer per jaar in exclusieve genootschappen. De ballotage is streng: wie de top bereikt, wordt niet automatisch lid, jezelf aanmelden kan niet.

Kasteel de Wittenburg Foto Eddy WENTING

Zo bijzonder zijn ze niet, hun dinertjes. Gewoon, wat mensen die samen eten en wat bijpraten. Dat doet toch iedereen wel eens? Gevraagd naar hun informele eetclubjes benadrukt de elite van het Nederlandse bedrijfsleven dat het allemaal niet zo veel voorstelt. We moeten niet denken dat ze daar allerlei belangrijke beslissingen nemen of zo. Maar intussen zijn deze gezelschappen wel zó belangrijk – of misschien gewoon zo gezellig – dat ze al decennialang voortbestaan.

Nog altijd verenigt de zakelijke elite van Nederland zich een paar keer per jaar in een handvol genootschappen. Vaak doen ze dat in kasteel De Wittenburg, een landgoed bij Wassenaar uit 1899. Ontspanning staat voorop, zakendoen is niet het doel. Tegelijkertijd hebben ze natuurlijk wel énig nut, die reguliere ontmoetingen tussen de captains of industry van het land. Leden hebben automatisch toegang tot informatie, mensen en 06-nummers, die voor anderen buiten bereik zijn.

De clubs zijn niet geheim, maar openbare informatie is ook niet beschikbaar. Ze hebben geen website, geen statuten, geen openbare ledenlijst. De leden zelf zijn discreet. Al te uitgebreid spreken over hun onderlinge ontmoetingen, vinden zij niet kies. De vraag of NRC eens mocht aanschuiven bij een kasteeldiner, leidde meer dan eens tot een proestende lach. Wel wilden leden – soms anoniem – iets vertellen over de bijeenkomsten.

De meest exclusieve zakelijke gezelschappen op een rij.

De doelstelling van een avond bij de Pijp is niet om tot een actielijst te komen

Jeroen van der Veer, oud-topman Shell

Hoffelijke service

Het meest prominente genootschap draagt de naam de Pijp. Dat is de club van de hoogste bazen van de grootste Nederlandse bedrijven. Lid worden gaat niet zomaar. Wie bestuursvoorzitter wordt van een groot bedrijf, hoort er niet automatisch bij. Jezelf inschrijven is niet mogelijk. Voor de Pijp word je gevráágd.

Een paar keer per jaar komen de leden die door de ballotage heen zijn gekomen bijeen in Kasteel de Wittenburg, waar ze dineren. Het kasteel serveert gerechten uit de „klassieke keuken” en biedt „hoffelijke service”, vermeldt de website.

Voordat het gezelschap aan tafel gaat, houdt een van de leden of een gastspreker een spreekbeurt. Oud-lid Karel Vuursteen, voormalig topman van Heineken, sprak bijvoorbeeld eens over de familieverhoudingen in een beursgenoteerd bedrijf, vertelt hij. Dat vonden de leden „bloedinteressant”. Los van de voordracht is er geen agenda. „De doelstelling van een avond bij de Pijp is niet om tot een actielijst te komen”, zegt Jeroen van der Veer, president-commissaris van Philips en ING en oud-topman van Shell.

Tot een paar jaar geleden was het lidmaatschap geldig voor het leven. „Je bleef lid totdat je de pijp uitging”, zegt Vuursteen, die denkt dat de naam op dat principe geïnspireerd is. „Ik vond het leuk om met die oudere, wijze mensen te praten – ze kwamen ook altijd.”

Dat is nu veranderd. De Pijp vergrijsde te snel. Actieve ceo’s, voor wie het tenslotte bedoeld is, lieten het daardoor steeds vaker afweten. Daarom veranderde de club de spelregels. Wie niet meer actief is in de top van het bedrijfsleven, moet weg. De oudjes „bromden wel wat”, zegt een van de leden die de schifting doorstond, „maar ze begrepen het ook wel”. Voormalige bestuursvoorzitters die nog ergens commissaris zijn, mogen nog wel komen.

De geschiedenis van de Pijp gaat terug tot de jaren ’20 van de vorige eeuw. Eén van de eerste leden heeft er wat notities over nagelaten. Dat was Arnold Ingen Housz, die tot 1958 de baas was van de Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken in IJmuiden. Zijn zoon Jan heeft de aantekeningen overgedragen aan het Noord-Hollands Archief.

In zijn notities beschrijft Arnold Ingen Housz hoe een clubje „veelbelovende jonge industriëelen” een paar keer per jaar bij elkaar kwam voor een „voordracht, met discussie tot laat in den nacht”. Ook jonge telgen van industriefamilie Fentener van Vlissingen en textielfamilie Van Heek zouden destijds al hebben meegediscussieerd.

De betekenis van de naam de Pijp kent niemand. Daar heeft zijn vader thuis ook nooit iets over verteld, zegt de inmiddels 88-jarige Jan Ingen Housz aan de telefoon. Het zal wel iets te maken hebben met de invulling van de avonden, schat hij in. „Ga op je gemak ergens zitten, steek een pijp op.”

Altijd de klos

Een iets minder exclusief gezelschap is de Schoorsteen, een variant op de Pijp met een minder strenge ballotage. Deze club is ook voor bestuurders die niet de hoogste baas zijn en beperkt zich evenmin tot de top van de allergrootste bedrijven.

Zelfs een enkele niet-bestuurder is welkom. Kees van Dijkhuizen, nu bestuursvoorzitter van ABN Amro, werd als eerste en enige ambtenaar lid toen hij nog thesaurier-generaal was op het ministerie van Financiën, vertelt hij. „Ik was uitgenodigd door Hans Wijers”, oud-minister van Economische Zaken en destijds bestuursvoorzitter van AkzoNobel.

Verder werkt de Schoorsteen hetzelfde als de Pijp: het gezelschap dineert bij kasteel De Wittenburg en iemand houdt een lezing. Kees van Dijkhuizen, nog altijd lid, sprak bijvoorbeeld eens over het belastingstelsel. De Schoorsteen hanteert nog wel altijd het principe ‘eens lid, altijd lid’ – wie met pensioen is, blijft welkom.

De clubjeshiërarchie is helder. Wie lid is van de Pijp, is vaak óók lid (geweest) van de grotere Schoorsteen, legt een dubbellid uit – andersom niet. „Het is een soort trechter”, die dus uitmondt in De Pijp.

Nog wat hoger in de clubjestrechter zit De Klos, opgericht door de inmiddels overleden bestuursadviseur Co de Koning. Dat is „een club van jonge mensen die in de raden van bestuur zaten”, zei De Koning er zelf over in een interview met het Financieele Dagblad in 2010.

Ook daar kan niet elke willekeurige bestuurder zomaar lid worden. „Mensen kwamen binnen doordat ze elkaar voordroegen”, legde De Koning uit. Na zijn overlijden in 2011 hebben de leden De Klos voortgezet, zegt één van hen. De naam, zegt deze bron, is gekozen „omdat je altijd de klos bent, als bestuurder in bedrijfsleven”.

Het zijn uiteindelijk toch een beetje oudemannenclubs

Ad Scheepbouwer, oud-topman KPN

Lunchende commissarissen

Niet alle gezelschappen dineren samen, er wordt ook geluncht. De voorzitters van de raden van commissarissen van de AEX komen elk half jaar bijeen voor een middagmaal. De lunchende commissarissen voeren wél een serieuze agenda, met actuele onderwerpen. Hoe om te gaan met vijandige overnames bijvoorbeeld, naar aanleiding van de ongewenste biedingen op AkzoNobel en Unilever.

Daaruit vloeide laatst nog concrete actie voort, onder aanvoering van drie zwaargewichten: Jan Hommen (Ahold Delhaize), Jeroen van der Veer van (Philips, ING en Boskalis) en Peter Wakkie (Wolters Kluwer). Dit drietal voerde een succesvolle lobby om te zorgen dat bedrijven bij een ongewenst bod ten minste een jaar bedenktijd zouden krijgen.

Een beetje topbestuurder kent prima de weg in Den Haag. Voorheen was er zelfs een speciaal clubje dat gericht was op de relatie tussen bedrijfsleven en politiek, de Vogeltjesclub genaamd. Het ministerie van Economische Zaken organiseerde drie keer per jaar een diner voor verschillende groepen bestuurders: de bazen van beursgenoteerde bedrijven, van familiebdrijven en van bedrijven met een buitenlandse moeder. In 2013 heeft minister Henk Kamp (VVD) de Vogeltjesclub opgeheven, laat een woordvoerder van Economische Zaken weten. Kamp zag de bestuurders al vaak genoeg op andere plekken.

Ook de Vogeltjesdiners vonden – waar anders – plaats bij kasteel De Wittenburg. „Een ouderwets kasteel”, beschrijft Ad Scheepbouwer, die in zijn tijd als topman van KPN geregeld is aangeschoven. Gezellig was het wel. „Er was eten en genoeg wijn”, zegt Scheepbouwer, die sinds zijn aftreden in 2011 in internetbedrijven investeert. Van de andere zakelijke gezelschappen is hij nooit lid geworden, hoewel hij als topman van KPN formeel aan de toelatingseisen voldeed. Hij is nooit gevraagd, maar had er ook geen behoefte aan. Het zijn uiteindelijk toch, zegt Scheepbouwer, „een beetje oudemannenclubs”.