Als je ‘s nachts de natuur ingaat zie je zo veel meer

Waar ervaar je in Nederland nog het echte donker? Ga mee met een nachttocht in de natuur.

Foto Chris Keulen

In de beverlagune is het donker. Tegen middernacht glijden zes kano’s langs de dichtbegroeide oever en over het open water van de Asseltse Plassen bij Roermond. Een oranjekleurige maan staat boven de bomen. We moeten opletten of we de klap van de staart van de bever op het water kunnen horen, zegt de gids.

De nacht sluit om ons heen. Eerst proberen we met ingespannen turen de oever te ontwaren, alsof we toch houvast zoeken, maar geleidelijk geven de kanovaarders zich over aan het donker. ‘Waterwandelen’ noemt nachtgids Harry Cuypers deze avondspiegeltocht, die bij licht begint en in het donker eindigt. Eerst worden de bomen steeds donkerder en zwarter. Aan de hemel kleurt de zonsondergang. Het water spiegelt. Daarna neemt het donker bezit van ons uitzicht. We varen een andere wereld binnen. Als je ogen eenmaal gewend zijn aan het donker, is het donker zo donker nog niet.

Voor nachtelijke wandel- en vaartochten is ongekende belangstelling. Natuur-, wandel- en sterrenverenigingen prijzen de nacht als het mooiste dat de dag te bieden heeft – en terecht. Cuypers van Natuurlijk Asselt krijgt uit heel Nederland deelnemers voor de nachtelijke kanotochten. De plassen en de verwilderde oevers eromheen vallen onder verantwoordelijkheid van Staatsbosbeheer. Toen Cuypers met het voorstel voor de tochten kwam, was boswachterij Midden-Limburg meteen enthousiast. „In het donker is alles anders”, zegt hij, „je verliest de oriëntatie van overdag en een zintuig als het gehoor speelt een belangrijke rol.” De nacht is heilzaam, „balsem voor de ziel”, zoals ik een van de deelnemers hoor zeggen.

Behoud van duisternis

Eerder dwaalde ik op een zomernacht met twee gidsen van Staatsbosbeheer en een groep deelnemers door Nationaal Park Aekingerzand, een woestijnachtige zandverstuiving in het Drents-Friese Wold. In ons land zijn natuurgebieden tussen zonsondergang en zonsopkomst gesloten. Het wild heeft rust nodig. Om mensen toch „nachtbeleving” te geven, zoals natuurgids Henk Aal van Aekingerzand het noemt, stellen instanties als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Provinciale Landschappen hun gebieden na zonsondergang open. Begeleiders zijn daarbij noodzakelijk. Ze geven uitleg over de nachtelijke natuur. „Er zijn meer nacht- dan dagdieren”, aldus Aal. „Zo’n 65 procent van de diersoorten heeft een voorkeur voor de schemer en de nacht, zoals reeën, vleermuizen, uilen en nachtzwaluwen. Dat is een enorme rijkdom.”

Foto Chris Keulen

Het verlies van donkerte in de westerse landen leidt tot een groeiende groep ‘duisterminnenden’ die herwaardering en bescherming van de nacht bepleiten. In 2007 verklaarde Unesco het „nachtelijk firmament” tot werelderfgoed. „Een niet door licht vervuilde nachthemel is een onvervreemdbaar recht van de mens om tot geluk en contemplatie te komen, even belangrijk als alle andere sociale en culturele rechten van de mens”, aldus de VN-organiatie

Lichtvervuiling en lichthinder zijn een bedreiging voor de gezondheid, stelt de Gezondheidsraad in het rapport Hinder van nachtelijk kunstlicht voor mens en natuur (2000). Zij onderschrijft het pleidooi van natuurbeschermingsorganisaties voor „het behoud van duisternis als een ‘oerkwaliteit’ vanwege de behoefte van mensen om tot rust te komen in een omgeving die contrasteert met die van de huidige hectische 24-uurs maatschappij”.

Het met kunstlicht verlengen van de dag, wat we sinds de Industriële Revolutie onophoudelijk doen, verstoort ons leefritme meer dan we willen toegeven. Een nachtwandeling is tegelijk een wandeling in stilte, ook zo’n ‘oerkwaliteit’ die we nauwelijks nog kennen.

‘To know dark, go dark’

De nacht is door de eeuwen heen gevaarlijk bevonden, tot op heden klinkt dit oordeel door. Het domein van struikrovers en misdaad. Alles doet de westerse maatschappij eraan de nacht te verjagen. Het is begrijpelijk dat er een tegenbeweging gaande is. Elektrische verlichting schittert de hele nacht door, langs wegen en op bedrijventerreinen, vanuit kassen die sterk lichtvervuilend zijn, evenzeer in de stad als op het platteland.

Recentelijk heeft Rijkswaterstaat zelfs reusachtige, fel schijnende reclameborden langs de snelwegen vanaf de Ring Amsterdam, de A1 tot aan de A79 in Limburg geplaatst die een verblindend licht verspreiden, gevaarlijk voor mens en dier. Lichtverspilling is ook verspilling van energie. Onderzoeksbureau Sotto le Stelle uit Utrecht inventariseert lichthinder in Nederland in samenwerking met Alterra Wageningen. Zij stellen dat kunstmatige verlichting ’s nachts eerder hinder is dan verworvenheid. In 2003 publiceerde Alterra het rapport Lichtbelasting. Een van de conclusies: 27 procent van de Nederlanders vindt lichtreclame hinderlijk; 80 procent acht duisternis belangrijk voor de natuur en 83 procent vindt het donker onmisbaar om de schoonheid van de sterren te aanschouwen.

Een groot aantal Nederlanders heeft nooit de Melkweg gezien.

Ja, waar is de nacht? Waar het donker? In het baanbrekende boek The End of Night (2014) schrijft de Amerikaanse nachtminnaar Paul Bogard een loflied op de waarden van de nacht. „We hebben duisternis nodig”, is zijn overtuiging. Misschien wel de mooiste zin uit het boek is: „To know dark, go dark.”

Er is niets mooiers dan op te gaan in het duister. Op sommige plekken in Nederland, zoals op de Veluwe, de Peel, het Groene Woud in Brabant of op de Waddeneilanden, kunnen we de stikdonkere nacht ondergaan. Een van de deelnemers aan de kanotocht heeft de nacht ervoor een vollemaanwandeling gelopen waarbij de gids uitlegde dat ze de ‘graanmaan’ hebben gezien. Dat is de rode volle maan die dit jaar op 7 augustus onze nacht verlichtte.

De maan licht bij

Tijdens deze tochten is kunstlicht af te raden, al krijgen de kanovaarders voor de zekerheid een lampje mee. Wandelaars mogen een zaklamp alleen in uiterste gevallen aanknippen. Volgens de gidsen is het juist een ‘ontdekking’ te proberen ons te oriënteren op de maan of de sterren.

Foto Chris Keulen

In het bijzijn van gidsen, zoals op de Asseltse Plassen of het Aekingerzand, kunnen we ons dankzij het besef van veiligheid verbazen en verwonderen over de schoonheid van de duisternis. Aanvankelijk klinken de stemmen luid, vooral als het nog licht is, maar naarmate het donkerder wordt gaat men meer op fluistertoon praten, totdat het helemaal stil wordt. Dan hoor je alleen nog de voetstappen op het zand of de peddels in het water.

Een van de deelnemers ervaart voor het eerst dat het „’s nachts minder aardedonker is dan ze had verwacht”. Ze heeft gelijk en ze verwoordt wat de anderen ook ondergaan: het is de gangbare opvatting, en misschien ook vrees, in het nachtelijk duister geen hand voor ogen te kunnen zien. Maar dat is niet zo. We houden de kano’s stil en drijven op het roerloze water: de maan licht ons bij. Een bever trekt zijn spoor door het water. De silhouetten van de kano’s met de peddelaars erin zijn goed zichtbaar. Aan de hemel is het verstrooide licht van de nabijgelegen bewoonde wereld te zien, maar naarmate de nacht vordert neemt de nacht ook dat licht weg. En het wordt donker.

Op de tocht door het Aekingerzand vragen we ons af hoeveel mooier de wereld zou zijn als er meer duisternis zou heersen. Het donker is een onderschatte levensvoorwaarde, omdat we er bang voor zijn gemaakt. Nachtwandelingen maken ons vertrouwd met het duister. De nacht is evengoed natuurschoon, net als bos, heideveld, zandverstuiving of waterplas.