A’dam: radicaliseringsambtenaar weg

Ontslag Een ambtenaar gunde opdrachten aan mensen met wie ze privé een relatie had. Het beleid leed er niet onder, zegt de burgemeester.

De raadzaal in het stadhuis van Amsterdam. Koen van Weel / ANP

De gemeente Amsterdam heeft een ambtenaar ontslagen die werkzaam was bij de aanpak van radicalisering en polarisatie. De ontslagen medewerker heeft zich schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling, schrijft burgemeester Eberhard van der Laan aan de gemeenteraad.

Volgens de burgemeester is er geen reden om aan te nemen dat de overtredingen van de ambtenaar directe gevolgen hebben gehad voor het radicaliseringsbeleid van de gemeente. „Uit het integriteitsonderzoek blijkt dat het incident zich beperkt tot het handelen van een ambtenaar met betrekking tot de bedrijfsvoering. Er zijn vooralsnog geen indicaties dat het incident ook effect heeft op de inhoud van het werk.”

Hij geeft hiermee impliciet antwoord op eerdere publicaties in De Telegraaf en de Volkskrant, die een verband legden tussen de vriendjeskliek bij deze afdeling en het mogelijk missen van signalen van radicalisering en ook traag reageren op het potentiële uitreizen van geradicaliseerde moslims. „De belangenverstrengeling lijkt los te staan van de aanpak van radicalisering”, aldus Van der Laan. Hij noemt de aanpak van radicalisering „een fundamenteel onderdeel van de brede aanpak van terrorisme [...]”.

Gesloten structuur

De medewerker was programmamanager radicalisering en polarisatie tot zij in juli dit jaar werd geschorst. Ze heeft volgens de burgemeester „opdrachten gegund aan een persoon voor uiteenlopende rollen en via verschillende bedrijven, waar zij privé een relatie mee heeft (gehad)”. Bovendien heeft zij de offerte die schijnbaar van een van deze bedrijven afkomstig was, zelf geschreven dan wel aangepast – daarmee tekende ze dus een overeenkomst die ze zelf had opgesteld. Tegen de ambtenaar loopt ook een strafrechtelijk onderzoek.

De gemeente heeft de samenwerking opgeschort met een aantal bedrijven en personen die door de ambtenaar waren binnengehaald. Welke bedrijven dat zijn en welke rol ze speelden in de radicaliseringsaanpak van de gemeente zegt Van der Laan in oktober toe te lichten.

Volgens de burgemeester zijn in het najaar van 2016 meldingen binnengekomen van mogelijke integriteitsschendingen. Maar hij schrijft ook dat al in 2015 is ingegrepen bij radicalisering en polarisatie omdat er „al langer onvrede [bestond] over de aansturing van het team”. Hij spreekt van een „gesloten structuur” die moest „worden opgebroken”. Daartoe zijn vanaf februari dit jaar zes gesprekken gevoerd met deze ambtenaar. Op de vraag hoe ze heeft gefunctioneerd vanaf het moment dat er meldingen over haar zijn binnengekomen, wil de woordvoerder van de burgemeester niet ingaan.

Vertrouwen geschaad

Van der Laan erkent in zijn brief dat de malversaties van de ambtenaar het vertrouwen van de burger in de gemeente heeft geschaad, en bovendien „bij sommigen” twijfel zaait over „de inspanningen van de gemeente en alle partners met betrekking tot de veiligheid van Amsterdammers”.

Heeft daar een op zichzelf gericht clubje kunnen doormodderen en zijn daardoor meldingen van radicalisering gemist?

Raadsleden houden veel vragen. D66 en GroenLinks willen weten welke bedrijven en personen betrokken zijn geweest bij de malversaties en wat dat betekent. Reinier van Dantzig, fractieleider van collegepartij D66, vraagt: „Heeft de gemeente Amsterdamse jongeren wel adequaat beschermd?” Hij onderstreept dat de eerste meldingen al eind 2015 binnenkwamen. „Heeft daar een op zichzelf gericht clubje kunnen doormodderen en zijn daardoor meldingen van radicalisering gemist?”

GroenLinks-fractievoorzitter Rutger Groot Wassink vindt het belangrijk „niet te snel conclusies te trekken ten aanzien van de radicaliseringsaanpak”. PvdA’er Sofyan Mbarki heeft nog te weinig informatie om te twijfelen aan de integriteit van het hele programma. Hij hoopt dat het debat de gelegenheid biedt om het Amsterdamse beleid te vernieuwen. „Er zijn nu geen uitreizigers meer, maar we moeten ons richten op terugkeerders en homegrown radicalen.”