Verstappen: ‘De coureur en de mens? Ik zie het als één’

Teleurstellingen verwerken, Max Verstappen moet er bedreven in zijn na de dramarace in Spa. De knop moet om, want Monza wacht. “Nee, ik voel me niet gevangen.”

Max Verstappen zwaait naar het publiek op het circuit van Monza. Foto Frits van Eldik/ANP

Als een zesde uitvalbeurt in twaalf races, op je thuiscircuit ook nog, reden tot rouw is voor een coureur, dan slaat Max Verstappen drie van de traditionele fases van verwerking over. Zondag nog woede, en een dag later maakte hij al grapjes over de situatie – laten we dat dan ‘aanvaarding’ noemen.

Nu had hij ook geen tijd gehad om lang te blijven hangen in wat er op het circuit van Spa-Francorchamps gebeurde, voor het oog van tienduizenden fans in het oranje. Weg was het vermogen van de Renaultmotor in de achtste ronde, en schudde een oranje helm heen en weer op een vluchtstrook aan het einde van Eau Rouge. De sfeer in het Red Bull-vertrek was een paar uur later gespannen: Verstappen zei dat hij het “zo” niet lang meer vol zou houden, vader Jos gaf hem groot gelijk en één voor één verdwenen mensen die direct of indirect schuld droegen achter de schuifdeuren om excuses aan te bieden – excuses waar een type-Verstappen niets aan heeft. Put your money where your mouth is. Nee, dit weekend wacht in Monza alweer de volgende race, dus de knop moest – en ging ook – nog sneller om dan normaal.

Complotten

Met een groepje Nederlandse journalisten gaat het donderdagmiddag over hoe moeilijk het is weer om te schakelen (“Je probeert positief te blijven, maar dat eh, wordt steeds lastiger.”) en over wat hem nog een goed gevoel kan geven nu (“Als we het snelste team van de grid zijn.”). Over zijn boude opmerkingen van zondag en of ze het bij Red Bull daar nog over met hem hebben gehad (“Wat willen ze zeggen dan? Dat ik het niet mag zeggen? Ik denk dat het meer dan logisch is.”) en over de complottheorieën die online voorbijkomen en in de mailboxen van verslaggevers terechtkomen na weer een artikel over een uitvalbeurt (“Een team moet allebei de rijders tevreden houden, er gaat veel geld in deze sport om, dat lijkt me niet erg logisch) en de drang naar het vinden van een verklaring (“Die is er niet, want als-ie er was, dan was het al opgelost.”).

Als het droog blijft, zal er ook in Italië geen resultaat komen waar Verstappen blij van wordt: het circuit, het snelste op de kalender, ligt Red Bull niet en hij start vanwege een straf voor het wisselen van motoronderdelen ook nog eens ergens achter in het veld. “Er zal in ieder geval wat meer actie zijn zo, dus dat is wel oké.”

‘Je kunt er toch niets aan veranderen’

Aan hetzelfde tafeltje zitten we een half uur later welgeteld zes minuten alleen, om toch nog even door te praten over het omgaan met teleurstelling als coureur. Hij moet er inmiddels bedreven in zijn geworden.

Is er iets wat je als coureur kan voorbereiden op zo’n aaneenschakeling van teleurstellingen?

“Nou ja, je weet dat dit kan gebeuren, maar zó vaak? Het is een beetje veel.”

Zijn er mensen of dingen die je helpen om dit snel te verwerken?

“Nee, ik doe gewoon lekker mijn eigen ding en kan er toch niets meer aan veranderen.”

Helpt praten met je vader?

“Helpt…helpt… Nee. Maar hij kan dan ook niets meer zeggen. Weet je wat het is? Het is dan al allemaal gebeurd.”

Je kunt boos worden, je kunt gefrustreerd zijn. Maar kun je ook verdrietig worden van zo’n situatie?

“Nee, dat niet echt. Ik ben gewoon niet blij en gefrustreerd. En als we wisten waar het aan ligt, dan deden we er wat aan.”

Wat helpt jou het beste na een teleurstelling?

“Je probeert er altijd het positieve uit te halen.”

Er is nu weinig positiefs uit te halen, toch?

“Ja precies, het is niet veel. Zeker dit weekend niet.”

Je kunt vrij weinig zelf aan de situatie veranderen, je bent heel afhankelijk. Voel je je op dit moment gevangen?

“Nee, zo voel ik me niet. Maar ik wil volgend jaar wel veranderingen zien en een competitieve auto.”

Je teambaas Christian Horner blijft erop hameren dat deze reeks je uiteindelijk beter zal maken, als coureur, als mens.

“Nee, daar ben ik het niet mee eens. Als ik races win, dáár word ik een beter mens van.”

Daar word je toch een betere coureur van? Er is toch het mens Verstappen en de coureur Verstappen?

“Ik zie het als één.”