Rancuneuze ouders keren zich tegen jeugdhulp

Klachten bij vechtscheidingen

Jeugdbeschermers zijn partijdig, klagen veel ouders die met ruzie uit elkaar gaan. Maar de meeste klachten zijn ongegrond, terwijl ze ten koste gaan van het kind en de hulp vertragen.

Haar hand deed er pijn van, zo hard sloeg ze op tafel. Jeugdbeschermer Marlies Boekestein zat een paar jaar geleden om de tafel met ouders die in vechtscheiding lagen. Ze kwamen samen met andere familieleden – een tante, een grootouder – om afspraken te maken over de kinderen, die door de ouderlijke strijd ernstig in de knel waren geraakt.

Maar daar aan die tafel ruzieden de ouders en familie gewoon verder. Boekestein noemde de spelregels nog maar eens op. Elkaar laten uitpraten, niet de stem verheffen. Maar niemand luisterde. Er werd geroepen en geschreeuwd. Een ordinaire straatruzie, maar dan op het kantoor van de Haagse jeugdbescherming. Toen de tante het ook nog eens op een schelden zette, hard en lelijk, koos Boekestein voor die onalledaagse oplossing. Ze hief haar linkerhand en sloeg hard op het tafelblad. Het werd stil, en iedereen keek haar aan. „Dit gaat zo écht niet”, zei Boekestein. „We nemen een pauze en daarna gaan we normaal met elkaar praten. Het gaat hier potjandrie om jullie kind, niet om jullie strijd.”

Elk jaar gaan volgens de Kinderombudsman zo’n 70.000 stellen met minderjarige kinderen uit elkaar, de meeste in redelijke harmonie. Zo’n 3.500 kinderen krijgen jaarlijks te maken met een vechtscheiding – ‘complexe scheiding’ in vaktaal.

Als de strijd zo hoog oploopt dat de ontwikkeling van het kind in gevaar is, begint het werk van jeugdbeschermers (voorheen ‘gezinsvoogden’), zoals Boekestein. Maar sommige ouders zijn zo strijdvaardig dat zij hun pijlen ook op de jeugdbeschermer richten.

Dat is terug te zien in het aantal klachten over jeugdbeschermers die in aanraking komen met vechtscheidingen. Bij Boekesteins werkgever, Jeugdbescherming west (regio Haaglanden), heeft de klachtencommissie vorig jaar 68 zaken op een zitting behandeld. Bijna tweederde van die zittingen ging over klachten van scheidende ouders. Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ), waar cliënten tuchtklachten kunnen indienen over jeugdzorgwerkers, maakt vanwege het grote aantal klachten van ouders-in-vechtscheiding sinds vorig jaar zelfs een onderverdeling in soorten klachten. Wat blijkt: in 2016 gingen van alle 214 klachten bij SKJ liefst 62 over partijdigheid en 59 over de omgangsregeling.

Zonder rancune

Zodra jeugdbeschermers zich wegens een vechtscheiding bij een gezin melden, heeft een kinderrechter het kind onder toezicht geplaatst, na onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Jeugdbeschermers proberen het leven van het kind weer in goede banen te leiden, bijvoorbeeld door ouders zonder rancune afspraken te laten maken over het halen en brengen van het kind. Jeugdbeschermers bepalen ook, liefst in samenspraak met ouders, welke hulp ouders en kind nodig hebben.

Nog een belangrijke taak: de ouders eraan herinneren dat hun kind de dupe is van hun strijd. Dat vergeten de ouders regelmatig. De strijd is immers vergevorderd en de loopgraven zijn diep. Heel diep soms, vertellen jeugdbeschermers en rechters. Een vader die zijn kind niet in zijn huis laat als het de kleren draagt van zijn ex, zodat het kind zich moet omkleden op de oprit. Een moeder die op bed gaat liggen zodra haar kind op het punt staat naar vader te gaan, demonstratief een pil slikt en zegt dat ze een eind aan haar leven maakt als het kind vertrekt. Ook waargebeurd: een moeder die zo woest is op vader die met het kind wil wegrijden, dat ze zich op de motorkap werpt.

Een moeder die zo woest is op vader die met het kind wil wegrijden, dat ze zich op de motorkap werpt

In zo’n sfeer is niet alleen het kind kwetsbaar, maar ook de jeugdbeschermer die voor het kind opkomt. De liefde die de ouders ooit samenbracht is weg, ze staan elkaar naar het leven, hun kind lijdt eronder, en dan komt er op last van de rechter ook nog eens een jeugdbeschermer die hen gaat vertellen hoe ze met elkaar en het kind moeten omgaan.

De jeugdbeschermer kiest bovendien geen positie in het neutrale midden tussen de strijdende partijen, nee, de jeugdbeschermer kiest partij voor het kind. En die positie ligt altijd nét links, of nét rechts van het midden, zodat er meer overlap is met de visie van de ene ouder dan met die van de ander. Verwijten van partijdigheid zijn daarom snel gemaakt.

Tijdrovend

Het afhandelen van klachten is tijdrovend, zeggen jeugdbeschermers. De eerste stap is een gesprek met de klager, al dan niet met de leidinggevende van de jeugdbeschermer erbij – waarna de ouder meestal volhardt en de klacht indient. Dan volgt het schrijven van een verweerschrift, het voorbereiden van de zitting door de onafhankelijke klachtencommissie, het komen tot een oordeel. Van begin tot eind duurt dit proces vier à zes maanden. Een lange periode die sommige ouders aangrijpen om de naleving van afspraken over de kinderen op te schorten. Dit komt het kind niet ten goede, benadrukken jeugdbeschermers.

Boekestein probeert elke schijn van partijdigheid richting één van de ouders te voorkomen. Gesprekken met de ouders voert ze op kantoor, op neutraal terrein dus. Als een ouder haar mailt, is de afspraak dat die de ex in ‘cc’ zet. Doet de ouder dat niet, dan voegt Boekestein in haar reply de genegeerde ex alsnog aan de cc toe. Ze geeft de ouders gelegenheid hun verhaal te doen, zelfs om enig gal over de ex te spuien. En ze benadrukt keer op keer: ik kies niet voor een van jullie, ik kies voor het kind.

‘Onprofessioneel gedrag’

Maar ook Boekestein kreeg ooit een klacht. Een moeder, bij wie de kinderen uit huis werden geplaatst wegens haar schadelijke gedrag, verweet Boekestein partijdigheid, onprofessioneel gedrag en ‘onheuse bejegening’.

Het kostte Boekestein drie dagen, inclusief avonden, om een verweerschrift te schrijven. „Ik wilde het echt goed doen.” De klachtencommissie van Jeugdbescherming west riep haar op voor de zitting – „je wordt echt voor het bankje geroepen” – en daar zat ze, een paar meter verwijderd van de moeder, om te worden ondervraagd over haar handelen. Intussen dacht Boekestein de hele tijd: ‘Hier moet het toch niet over gaan. Dit is het ruziepatroon dat we allang hebben geconstateerd, en daar gaan we nu als organisatie in mee!’ De commissie vond de klacht ongegrond. Net als de meeste klachten van scheidende ouders ongegrond worden verklaard.

Intussen belasten ze de organisatie wel. Zozeer zelfs, dat Jeugdbescherming denkt dat de huidige klachtenprocedure schadelijk voor het kind kan zijn, zegt bestuurssecretaris Mariëlle Vavier. Zeker, het is ontzettend belangrijk dat ouders het recht houden om een klacht in te dienen over de jeugdbescherming, zegt ze. „Maar in het geval van vechtscheidingen zien we dat de klachtenprocedure vaak wordt gebruikt om de strijd voort te zetten. Daardoor gaat het steeds over de ouders, en nooit over het kind.”

Jeugdbescherming west wil de klachtenprocedure anders inrichten. Gedacht wordt aan het maken van afspraken met ouders om het eerste half jaar na de ondertoezichtstelling geen klacht in te dienen. Ook overweegt de organisatie het voeren van een gesprek met het kind, zodra een van zijn ouders een klacht heeft ingediend. De organisatie wil bovendien de taal van de klachtenprocedure de-juridiseren: de term ‘verweerschrift’ wordt ‘reactie’, een ‘zitting’ wordt een ‘gesprek’. „We willen de strijd uit de klachtenprocedure halen”, aldus Vavier.

Vertrouwenspersonen

Ook buiten de Haagse regio is het probleem van de klagende ouders bekend. Bij de Jeugdbescherming Regio Amsterdam bijvoorbeeld – die het een „belangrijk onderwerp van gesprek” noemt. En zelfs de vertrouwenspersonen van het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ), die ouders ondersteunen bij het formuleren van hun klacht en dus hun steunpilaar zijn, herkennen het gevaar te worden meegezogen in de strijd van scheidende ouders.

AKJ-directeur Jenine Timmers benadrukt dat klachten over het doen en laten van de jeugdbeschermer terecht kunnen zijn. Maar, zegt ze: „Ook wij merken weleens: deze ouder wil over alles vechten. Dan zeggen wij ook: deze strijd is niet in het belang van uw kind.”

Als de ouder tóch de klacht wil indienen, blijft het AKJ de begeleiding doen – dat is immers zijn wettelijke taak. De strategie is dan: volop de-escaleren. Bijvoorbeeld door het samenvatten van veertig pagina’s aan ziedende kopij over de jeugdbeschermer in een klacht van twee A4’tjes. Tot tevredenheid van de ouder.

Althans, meestal. Het komt ook voor dat de ouder, uit onvrede over de klachtondersteuning, weer een klacht indient.