Column

Ragù olandese, want groente-gehaktprutje klinkt niet zo sexy

Janneke kookt Een lekker gerecht voor net na de vakantie.

Illustratie Martien ter Veen

Nergens en nooit is het heerlijker dagdromen dan in het voertuig dat je terug naar huis brengt na een lange, fijne zomervakantie. Je hoofd geleund tegen het raampje van vliegtuig, auto of trein laat je de afgelopen weken nog eens aan je voorbij trekken. De warmte van de zon op je huid. De soezerige middagslaapjes. Het tinkelende geluid van ijsblokjes in een glas. De rust. De vrijheid.

Zo zou het altijd moeten zijn. Ja, verdorie, zo móét het altijd zijn. Voor je het weet raak je er al mijmerend van overtuigd dat het heus mogelijk is. Dat je als je straks thuis bent gewoon je vakantiezelf kunt blijven; die uitgeruste, vrolijke, aperelaxte persoon die in de verte wel een beetje op je lijkt maar dan in een veel beter gelukte versie.

En dan kom je thuis. En dan, nou ja, vult u zelf maar in.

Gareel is een prachtig woord en een even onuitstaanbaar als onontkoombaar begrip. Of we nu willen of niet, we moeten er allemaal weer in. Huppetee, koffer uitpakken, wasjes draaien, post doornemen, boodschappen doen. Van dat laatste kan ik dan trouwens wel weer genieten, zo direct na een vakantie: mijn maagdelijk lege koelkast volstouwen met een verse voorraad gezond maaltijdmateriaal. Veel groenten vooral. Vlees van de eigen vertrouwde slager. Een stuk Hollandse kaas.

En dan voor het eerst in weken weer een potje koken in je eigen keuken, op je eigen fornuis, in je eigen pannen. De keukendeur open, want de vakantie mag dan voorbij zijn, de zomer is dat nog niet. De fles wijn die in een handdoek gerold meekwam in de koffer ontkurkt. Het potje pruttelt, de buren wippen langs. Goed gehad? Ja fantastisch. Mooi hoor. Proost, zo slecht is het normale leven toch ook weer niet.

Welkom thuis, lieve lezer. Laat ik vandaag een van mijn favoriete postvakantiegerechten met u delen. Ik heb het ooit ragù olandese gedoopt, omdat dat toch een tikkie sexyer klinkt dan groente-gehaktprutje, en omdat het daadwerkelijk wel iets weg heeft van een ragù bolognese – al zou ik dat natuurlijk van je lang zal ze leven niet in het bijzijn van een Italiaan herhalen. Het geheime ingrediënt is ketchup, die je op het laatst toevoegt en die de saus op onnavolgbare wijze voller doet smaken.

Ragù Olandese

(4 – 5 personen)

olijfolie; 1 ui, gesnipperd; 300 g rundergehakt; 2 teentjes knoflook, gesnipperd; 2 tl gedroogde oregano; 1 rode paprika, in stukjes; 1 aubergine, in dobbelstenen; 1 courgette, in dobbelstenen; 4 tomaten, grof gesneden; 400- 500 g pasta (een korte soort als penne, fusilli, rigatoni, grote macaroni); 1-2 el tomatenketchup; 100 g versgeraspte belegen Hollandse kaas

Verwarm een flinke scheut olijfolie in een hapjespan en voeg de ui toe. Strooi er een snuf zout over en laat een minuut of 5 zachtjes fruiten. Doe het gehakt in de pan, voeg nog een snufje zout toe, zet het vuur iets hoger en bak het vlees bruin. Voeg de knoflook en oregano toe en bak deze eventjes mee. Doe nu de paprika in de pan en laat een paar minuten meebakken.

Voeg vervolgens de aubergine toe en laat weer even meebakken, hetzelfde met de courgette en tomaten.

Leg een deksel op de pan, draai het vuur laag en laat alles 3 kwartier zachtjes pruttelen. Haal dan het deksel van de pan en laat zo nodig wat vocht verdampen door de boel op hoog vuur nog even verder te laten koken.

Kook intussen de pasta beetgaar volgens de instructies op de verpakking. Proef de ragù en maak hem op smaak met ketchup, zout en versgemalen peper.

Serveer met pasta en geef er een schaaltje geraspte kaas bij.