Oranje bevestigt diepe crisis in Parijs

WK-kwalificatie

Het Nederlands elftal kwam er tegen Frankrijk niet aan te pas. Maar mede door verlies van Zweden is kwalificatie nog mogelijk.

Antoine Griezmann viert zijn openingstreffer met zijn ploeggenoten. Foto Franck Fife/AFP

Het Nederlandse elftal is op alle fronten weggevaagd in de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Frankrijk: 4-0. Er is nog een kans op WK-kwalificatie nadat Zweden (dertien punten) verloor van Bulgarije in de strijd om plek twee in poule A, maar het doelsaldo ziet er na donderdagavond niet meer florissant uit.

De ploeg van Dick Advocaat werd in Stade de France blootgelegd in al zijn kwetsbare middelmaat. Vanaf de aftrap is Oranje geen enkel moment in staat geweest tot iets dat lijkt op een aanval. De 1-0 kwam na een kwartier, simpel en soepel. Griezmann kreeg wat toevallig de bal in zijn voeten, Hoedt stapte uit, hield halt en na een korte combinatie met Giroud zo stond Griezmann voor het Nederlandse doel met de hoek voor het uitkiezen. Tussen de benen van Cillessen.

De opening van De Vrij in een niemandsland vertelde kort voor rust het verhaal van een bloedeloze helft. Geen ideeën, geen durf, geen power. Geen contact, geen gevoel met elkaar. Te zien was een onthutsend slecht Oranje, Frankrijk deed wat het wilde met al dat moois tegen dat matigs.

Afleggen op het middenveld

Nederland heeft een middenveld dat het in deze samenstelling – Strootman, Wijnaldum, Sneijder – genadeloos aflegt tegen de wereldtop. Voetballend en fysiek van een andere klasse. De vervaging van recordinternational Sneijder – gewisseld voor Tonny Vilhena – werd het schrijnend aangetoond.

Robben werd teruggedrongen en gedwongen tot balletjes terug. Geconcludeerd mag langzamerhand worden dat hij, als eenzame vertegenwoordiger van Nederland in de absolute top, al een hele tijd Oranje niet meer bij de hand nam. Niet eenmaal in volle sprint aangespeeld, wel amechtig ploeterend diep op eigen helft.

De ouderen zijn niet meer zo goed als toen ze jonger waren, de jongeren zijn niet zo goed als de ouderen waren. Een nieuwe toplichting is ver te zoeken. Oorzaken? Van alles. Vastgeroeste spelpatronen. Een armlastige eredivisie. Vroeg weggekochte spelers die stagneren door gebrek aan speeltijd elders. In het voetbal dat er toe doet, doet het product Hollandse voetballer nog amper mee. Ontbreken op het WK zal het merk Nederlandse voetballer een nieuwe knauw toebrengen.

Jaloersmakende variëteit

Steeds weer doken Les Bleus op rond het strafschopgebied, met een jaloersmakende variëteit. ‘Alles of niets’ klonk het vanuit het vak met Oranje-supporters, maar de hoop was nergens op gebaseerd. Strootman kreeg twee keer geel in vijf minuten, en moest na een uur het strijdperk verlaten. De toeschouwers in een uitverkocht Stade de France hadden er lol van, waar mededogen gepast was.

Net toen viel Van Persie in, de enige troef van Advocaat. Te weinig, te laat. De topscorer van Oranje was terug na bijna twee jaar en moest constateren dat er niet zoveel veranderd was sinds die laatste dramatische EK-kwalificatieduels waaraan hij deelnam. De oprisping, die ene echte kans, kwam nog wel toen Robben de bal op het hoofd schampte. Vijf minuten later kreeg Frankrijk het alsnog loon naar voetballen: Lemar schoot een afvallende bal beeldig in de bovenhoek.

Pijnlijk en vernederend

Hulpeloos ten onder, zo was het. Frankrijk – Nederland was al met al een bevestiging van een kwaliteitsarm tijdperk. Door het puntenverlies van Oranje onder afgelopen jaar en de stunt van Zweden in juni, 2-1 overwinning op Frankrijk, moest Nederland eigenlijk een resultaat weghalen uit Parijs in de enige wedstrijd die Oranje simpelweg nooit kon winnen.

Het was pijnlijk en vernederend. De Fransen, met een man meer, hadden het bij de 3-0 van Lemar met drie man vrij uitkiezen. Robbens spectaculaire schot op de lat was een laatste stuiptrekking vlak voor het 4-0 werd.