Ook lokale SP’ers hebben kritiek op de eigen partij

Ron Meyer In Rotterdam, Zoetermeer en Capelle aan den IJssel klinkt de onvrede. „Veel schreeuwen, maar niets bereiken voor de kiezer.”

Sharon Gesthuizen Foto Bart Maat/ANP

Het had rust in de partij moeten brengen, de verkiezing van Ron Meyer tot voorzitter op een SP-congres in november 2015. Sharon Gesthuizen had met 41 procent van de stemmen van Meyer verloren. De net gekozen voorzitter en opvolger van Jan Marijnissen sprak in zijn maidenspeech de hoop uit dat de partij nu één front zou vormen: „Vandaag zeggen we elkaar de waarheid, morgen gaan we de wijken in en overmorgen veranderen we de wereld.”

Maar de werkelijkheid ziet er een half jaar na de Tweede Kamerverkiezingen voor de SP anders uit. De partij zakte in maart van 15 naar 14 zetels in de Tweede Kamer, ziet het ledenbestand steeds verder slinken en de onrust in eigen gelederen is nog steeds niet bezworen.

Zoals in Capelle aan den IJssel, waar de huidige fractievoorzitter, Jurgen van der Sloot, afgelopen juli liet weten volgend jaar maart niet meer beschikbaar te zijn voor die functie. Uit onvrede over het beleid zoals het nu is, zo schreef hij in zijn nieuwsbrief: „Het is net alsof de partij gisteren is opgericht. [...] Het is een nieuwe stijl van straatvechten. Veel schreeuwen en op anderen afgeven, maar niets bereiken voor de kiezer.”

Kritiek is er ook van Leo de Kleijn, SP-fractievoorzitter in de Rotterdamse gemeenteraad. Hij ambieerde een hoge plek op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer, voor de verkiezingen van begin dit jaar, maar kreeg die niet. In de partij geldt De Kleijn als lastig.

Hij zegt: „De SP heeft een straatvechtersmentaliteit nodig. Maar dan wel een waar een visie achter zit.” Wat de democratisering betreft geeft hij Meyer nog „een kans”. „De partij moet de 21ste eeuw nog instappen.”

„De SP grossiert intern in democratische procedures”, vindt het Zoetermeerse SP-gemeenteraadslid, Lennart Feijen. „Maar er bestaat binnen de partij geen democratische cultuur. Mensen krijgen te weinig ruimte. En in de partijraad is het ook nog steeds eenrichtingsverkeer vanuit de top.”

De omgangsvormen in de SP zijn keihard, blijkt uit een boek van oud-Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen. Jan Marijnissen staat er bovenaan in de pikorde.

Kwaad bloed

„Meyer heeft de strijd om het voorzitterschap gewonnen van Sharon Gesthuizen”, zegt oud-Tweede Kamerlid Farshad Bashir. „Maar ze wist wel 41 procent van de SP-leden achter zich te krijgen. Die groep stemmers had hij daarna aan zich moeten binden.”

Ook de manier waarop de partijtop op voorhand regeringsdeelname met de VVD uitsloot, heeft kwaad bloed gezet volgens Bashir. „Een groot deel van de fractie wilde een zo breed mogelijke strategie, ook als dat regeringsdeelname zou betekenen. Want als je daardoor iets voor je achterban in de wacht kunt slepen, moet je dat overwegen. In de grote steden is de SP er wél in geslaagd om mee te besturen. Mét de VVD. Maar de partijtop saboteerde dat landelijk op voorhand. Zonder daarover met de fractie of het partijcongres te spreken. We moesten het uit de krant vernemen.

Het nieuws over de VVD-uitsluiting kwam in het weekend dat de SP voor een congres bij elkaar kwam. Grote tegenstand in de partij was er toen niet.

Activistische partij

„We zijn de enige oppositiepartij die verloren heeft”, zegt Feijen. „Maar de evaluatie daarover was veel te mager. Dat ligt niet alleen aan het partijbestuur, ook de afdelingen hebben er te weinig aan getrokken. De SP wil een activistische partij zijn, maar ook een partij die lokaal en, indien mogelijk, ook landelijk wil meebesturen. Dat is een spagaat, dat gaat een keer botsen.”

Jan Marijnissen had eerder moeten opstappen, vindt Leo de Kleijn uit Rotterdam. „De partij heeft veel te lang geteerd op de successen van tien jaar geleden, toen de SP opklom van een kleine partij naar 25 zetels.” Daarna is de partij volgens Kleijn te veel met zichzelf bezig geweest en te weinig met de buitenwereld. „We zitten in een periode waarin de golfbeweging flink naar rechts slaat en daar heeft links geen antwoord op. Ik ben in ieder geval vóór linkse samenwerking. Dat is voor mij prioriteit in Rotterdam. Dat zou landelijk ook moeten gebeuren.”