Recensie

Mike Nicol laat je fantasie op hol slaan

De lezers krijgen nét genoeg, een suggestie hier en daar, bij de Zuid-Afrikaanse thrillerschrijver.

Eerstejaars-geneeskundestudenten in Leiden krijgen soms gastcollege van een bekende forensisch patholoog. De spreker toont dan foto’s die hij na moorden heeft gemaakt. ‘Alles wat je aan narigheid kunt bedenken gebeurt’, doceert de lijkschouwer, ‘en alles wat je niet kunt bedenken gebeurt ook.’

Wie regelmatig thrillers leest, krijgt de indruk dat op papier vooral het ondenkbare gebeurt. Krankjorum wrede seriemoordenaars, snuff movies, menseneters, op papier zijn ze helemaal niet zeldzaam. Ook lijkt het wel alsof steeds meer auteurs de perverse gruwelen in extenso beschrijven. Kampioen van dat genre is Karin Slaughter, die ermee uitgroeide tot de populairste thrillerschrijfster van de Lage Landen.

Dat je wreedheden niet als een proces-verbaal hoeft uit te schrijven om de lezer kippenvel te bezorgen, bewijst Mike Nicol (Kaapstad, 1951). De Zuid-Afrikaanse journalist en schrijver waagde zich na diverse romans, dichtbundels en non-fictie (waaronder een biografie van Mandela) aan het schrijven van spannende boeken. Met zijn eerste drie thrillers, de Kaapstadtriologie, oogstte hij de afgelopen jaren internationaal lof.

Zijn onlangs vertaalde vierde thriller, Machtsvertoon, gaat verder waar de triologie eindigde. Krista Bishop heeft het beveiligingsbedrijf van haar vader Mike overgenomen, die nu op een zonnig eiland van zijn oude dag geniet. Normaal neemt Krista Bishop alleen vrouwen aan als klant, maar gechanteerd door de geheime dienst beveiligt ze twee Chinese zakenlieden. De Chinezen proberen de macht over te nemen in de lucratieve handel van een zeldzame lokale zeevrucht, de abalone. Hun komst is het begin van een bloedige strijd tussen de bendes van Kaapstad.

Nicol schrijft filmisch: hij geeft de lezer net genoeg, een suggestie hier en daar, om de fantasie op hol te doen slaan. Neem de volgende scène, waarin de gekidnapte zoon van een bendeleider uit wraak in stukken wordt gezaagd door een concurrende bende.

De jongen bevond zich in een opslagruimte: met plastic tiewraps rond zijn polsen en zijn enkels vastgebonden aan een plastic stoel.

‘Hoe gaat-ie, bro?’ zei Quint.

De jongen, een puber van veertien, hooguit vijftien, hief zijn hoofd op. Knap joch met zwart haar, een lok over zijn voorhoofd. Wierp een blik op Quint, begon te beven, te huilen, te smeken.

Quint zei: ‘Tja, het leven is kut, bro.’

In de fabriek deed Luc een schort voor, bond die vast achter zijn rug. Schakelde een Kolbe K430-lintzaag in. Zacht zoemend geluid, hoog en breed genoeg. Mooi vlakke snijtafel. Splinternieuwe zaag.

Waar veel collega’s het bloed pagina’s lang tegen de muren zouden laten spetteren, heeft Nicol aan honderd woorden genoeg.