Recensie

Mijn water is schoner dan wat er uit de kraan komt

Ecovention Europe De tentoonstelling Ecovention Europe in De Domijnen in Sittard laat praktische en kunstzinnige oplossingen voor ecologische problemen zien. „Het probleem is dat musea vaak niet zitten te wachten op levende organismen.”

Mobiele groentetuin van de Belgische kunstenaar Jean-François Paquay Foto Bert Janssen

Van een afstandje lijkt het een fraai staaltje urban gardening. Op een pleintje in de historische binnenstad van Sittard staan houten kisten opgestapeld op oude pallets. Iedere bak is een klein vijvertje, gevuld met verschillende soorten waterplanten. Vanuit de bovenste kist loopt een leiding omhoog naar de dakgoot van het naastgelegen gebouw. Op deze zonnige dag stroomt er nog weinig, maar bij een regenbui zullen de bakken een idyllische waterval vormen.

Maar het bouwwerk is méér dan dat. Deze groene oase, aangelegd door de Belgische kunstenaar Vera Thaens, kan met gemak een paar huishoudens van schoon drinkwater voorzien. De waterplanten van haar Roof Runoff Purifying System zijn met zorg gekozen. Bovenin groeit de zegge, een plant die nitraten en nitrieten uit het regenwater haalt. Daarna doen de kattenstaart, de gele lis en de grote waternavel hun zuiverende werk. „Vooral de gele lis is interessant”, zegt Thaens. „Die kan hormonen uit het afvalwater halen. Daar hebben chemische waterzuiveringsinstallaties grote moeite mee. Mijn water is schoner dan wat er uit de kraan komt.”

Thaens is een van de 45 kunstenaars die door de Amerikaanse curator Sue Spaid zijn uitgenodigd voor Ecovention Europe, een tentoonstelling die praktische en kunstzinnige oplossingen voor ecologische problemen in kaart brengt. In 2002 organiseerde Spaid al een vergelijkbare expositie in de Verenigde Staten, nu is ze door Museum De Domijnen uitgenodigd om een Europese versie te maken. Vol vertrouwen dompelt ze haar flesje in het onderste bassin van Thaens’ kunstwerk en neemt een slok. „Het smaakt in ieder geval naar water”, lacht ze.

Het idee om met planten ons drinkwater te zuiveren, is al zestig jaar oud, vertelt Thaens. De Duitse wetenschapper Käthe Seidel, verbonden aan het Max Planck Instituut, ontwikkelde het systeem al in de jaren vijftig. „Maar het is nooit op grote schaal toegepast. Dat is zo jammer, want het kost bijna niets en is zeer onderhoudsvriendelijk. Je hoeft alleen af en toe wat te maaien. Nu zijn we voor ons drinkwater compleet afhankelijk van de overheid. Als er niets meer uit de kraan zou komen, zouden we binnen twee of drie weken sterven.”

Thaens wijst naar het gloednieuwe cultuurcentrum Ligne, waarin behalve museum De Domijnen ook een bibliotheek, een filmhuis en een hogeschool gevestigd zijn. „Dat gebouw is een ecologische woestijn, er is niets natuurlijks te vinden. Het enorme platte dak zou een ideale opvang van regenwater kunnen zijn. Met een investering van 25.000 euro hadden ze een zuiveringsinstallatie kunnen maken die de halve stad van drinkwater had kunnen voorzien.”

Het is waanzin, vindt ze, dat al het hemelwater nu zo het naastliggende riviertje in loopt. „En intussen moet Limburg zijn drinkwater deels uit België en Duitsland importeren.”

Joseph Beuys

Met haar milieubewuste werken sluit Thaens aan bij een lange traditie van ecologische kunst. Al sinds de jaren vijftig vestigden tal van kunstenaars de aandacht op het feit dat de natuurlijke bronnen van de aarde niet onuitputtelijk zijn. De Duitse kunstenaar Joseph Beuys was misschien wel de bekendste voorvechter van de natuur, met zijn boomplantacties en zijn pogingen de zwaar vervuilde rivier de Elbe te zuiveren. Beuys, die zich ooit kandidaat stelde als partijlid voor Die Grünen, was een activist die onder meer protesteerde tegen het kappen van bossen en de inpoldering van het IJsselmeer. Moerassen, schreef Beuys in de jaren zeventig, zijn de levendigste elementen in het Europese landschap. „Ze zijn essentieel voor het hele ecosysteem van waterregulering, luchtvochtigheid, grondwater en het klimaat in het algemeen.”

In het kielzog van Beuys hebben kunstenaars de afgelopen decennia moerassen hersteld, maar ook graanvelden aangelegd, eetbare parken geïnitieerd, groentetuinen geopend, vervuilde grond gesaneerd, zonne-energie opgewekt en nieuwe kippenrassen gefokt. De projecten staan allemaal uitvoerig beschreven in de catalogus van Ecovention Europe, die een encyclopedisch overzicht biedt van zestig jaar ecologische kunst.

Dat Sue Spaid is opgeleid als wetenschapper (ze studeerde chemie en promoveerde in de filosofie) blijkt uit haar grondige, analytische aanpak. Zo toont een plattegrond waarin de data van haar studie naar ecokunst zijn verwerkt. De dikste stippen zijn de plekken waar de meeste eco-activiteiten plaatsvonden. Venetië, Berlijn, Warschau, Parijs en Amsterdam waren belangrijke hotspots voor milieuvriendelijke kunstenaarsingrepen, zo blijkt uit de grafiek.

Inmiddels is ecokunst niet meer weg te denken van grote internationale tentoonstellingen. Op de laatste Documenta werd deze zomer bijvoorbeeld veel aandacht besteed aan Agnes Denes, een Hongaars-Amerikaanse kunstenaar die grote land-artprojecten heeft gerealiseerd, maar tot nu toe altijd een beetje over het hoofd werd gezien. In een stadspark in Kassel beplantte Denes een piramidevormige heuvel tot een weelderige bloemenberg. Ook in Sittard zal haar werk uitvoerig te zien zijn.

„Er is zeker een heropleving van ecokunst gaande”, beaamt Spaid. „Het probleem is alleen dat musea vaak niet zitten te wachten op levende organismen. Daardoor zie je maar weinig ecokunst in de grote instellingen. In 2013 organiseerde ik de tentoonstelling Green Acres in Cincinnati, waarvoor ik een gigantische indoor farm had laten aanleggen. De museumbeheerders waren als de dood dat er insecten in de airconditioning terecht zouden komen.”

In het boek Ecovention Europe staan ook kunstenaars die maar één of twee belangrijke ecologische projecten hebben gedaan, maar de expositie draait om kunstenaars die hun hele carrière al met de natuur bezig zijn.

Spaid: „Ik wil vooral tonen dat er kunstenaars zijn die bestaande systemen kunnen veranderen. Iedereen op deze expositie heeft een verschil kunnen maken, iets concreets kunnen doen. Niemand maakt puur conceptuele kunst.”

De enige goede oplossing is om al die objecten te laten printen in 3D, zegt ze. „Dan kan het materiaal worden omgesmolten en hergebruikt voor de volgende tentoonstelling.”

Als voorbeeld noemt ze de Poolse kunstenaar Cecylia Malik, die dit jaar protesteerde tegen een nieuwe Poolse wet die het mogelijk maakte om zonder vergunning bomen in je eigen tuin te kappen. „Het gevolg was dat in Warschau de ene na de andere boom werd gerooid.” Malik had voor een eerder project uit 2010 een serie van 365 foto’s gemaakt van zichzelf, terwijl ze iedere dag in een andere boom klom. Na de nieuwe kapwet bleek dat ruim de helft van die bomen verdwenen was. „Daarop besloot ze een nieuwe serie te maken, met foto’s van jonge moeders die op de stronken hun baby’s borstvoeding geven. Die beelden gingen viral op Facebook, met als gevolg dat in heel Polen acties werden opgezet voor het behoud van de bomen.

Uiteindelijk bracht Malik via crowdfunding geld bij elkaar om vijf van de jonge moeders met hun baby’s naar Rome te laten reizen voor een ontmoeting met de paus. Ze gaven hem een kopie van de Poolse natuurwetgeving in de hoop dat hij iets voor de bomen zou kunnen betekenen.”

Vervuilende kunstwereld

Goede bedoelingen zijn er in de kunstwereld volop, zo blijkt uit de bijdragen aan Ecovention Europe. Maar Spaid heeft ook oog voor de minder fijne kanten van de geglobaliseerde kunstwereld. In de catalogus beschrijft ze hoe in de afgelopen zestig jaar de productie van kunstwerken is verveelvoudigd. De vele vlieguren van kunstenaars, curatoren, verzamelaars en kunstwerken, de vraag om steeds megalomanere sculpturen – qua ecologische voetafdruk is dat allemaal niet best.

Alleen al in China zijn er tussen 2006 en 2016 duizend nieuwe musea gebouwd, schrijft Spaid. „Maar hoe worden die musea met objecten gevuld? Dat gaat om miljoenen kunstwerken die vanuit de hele wereld moeten worden getransporteerd.”

De enige goede oplossing is om al die objecten te laten printen in 3D, zegt ze. „Dan kan het materiaal worden omgesmolten en hergebruikt voor de volgende tentoonstelling.”

Intussen heeft Spaid zelf alweer plannen voor een Ecovention South, waarin ze de ecologische kunstprojecten op het zuidelijk halfrond wil documenteren. „Joseph Beuys heeft ook in de Seychellen iets geplant. Daar zou ik dolgraag naartoe reizen, om te kijken of er nog iets van terug te vinden is. Maar ja, dat betekent ook weer veel vlieguren. Dus daar moet ik nog maar eens goed over nadenken.”

Ecovention Europe: Art to Transform Ecologies, 1957-2017. 3 sept t/m 7 jan in Museum Hedendaagse Kunst De Domijnen, Sittard. Inl: dedomijnen.nl/tentoonstellingen