Merkel houdt de boot af bij Macrons plannen voor de euro

Toekomst eurozone

Verdere integratie van de eurozone: Duitsland en Frankrijk willen het allebei. Maar ze bedoelen er andere dingen mee.

De Franse president Emmanuel Macron (links) en zijn Duitse collega Angela Merkel hebben ogenschijnlijk op elkaar lijkende plannen voor een Eurozone 2.0. Foto Ludovic Marin/AFP

Meer integratie van de eurozone. Als de leiders van de twee grootste Europese landen daar op dezelfde dag over praten, lijkt het wel alsof de integratietrein al is vertrokken. Zowel de Duitse bondskanselier Angela Merkel als de Franse president Emmanuel Macron sprak zich deze week uit voor sterkere gemeenschappelijke instituties van de negentien landen in de muntunie.

Tijdens haar jaarlijkse zomerpersconferentie in Berlijn sprak Merkel over een begroting voor de eurozone, over een Europese minister van Financiën en over een Europees Monetair Fonds. In Parijs pleitte Macron voor een gezelschap van ambassadeurs voor een Europa van meerdere snelheden. Hij suggereerde dat de eurolanden verder moeten integreren, ook als de overige EU-landen niet mee willen.

Het klinkt allemaal als een nieuwe sprong voorwaarts in de verbouwing van de muntunie, die na de eurocrisis al onder meer een noodfonds voor eurolanden kreeg (het ESM), strengere begrotingsregels en Europees bankentoezicht. Maar is dat het ook? Voorlopig blijft veel onduidelijk. En achter de eenheid die de Frans-Duitse as wil uitstralen, gaat als vanouds ook veel onenigheid schuil.

Het debat over de toekomst van de eurozone is opgelaaid met de verkiezing van de pro-Europese Macron in mei. Twee van de punten uit zijn programma: „het creëren van een begroting voor de eurozone” en het creëren van een „positie van minister van Economische Zaken en Financiën”.

Twee van Macrons woorden, ‘begroting’ en ‘minister’, noemde Merkel dinsdag ook. Maar daarmee hebben de twee elkaar nog niet gevonden. Bovenal omdat ook Duitsland nog naar de stembus moet, op 24 september. Daarnaast hebben woorden als ‘begroting’ en ‘minister’ weinig betekenis als ze niet worden ingevuld. Vooralsnog worden er in Berlijn en Parijs verschillende dingen mee bedoeld.

Lees ook deze column van Caroline de Gruyter: Desintegratie van EU? Dat is voorbij

Eigen pot met geld

In Macrons verkiezingsprogramma staat dat de nieuwe begroting van de eurozone drie functies zou moeten hebben: investeren in de toekomst, reageren op economische crises en financiële noodhulp aan lidstaten. Momenteel komen investeringen (denk aan infrastructuur of onderzoek) uit nationale begrotingen en in mindere mate uit de EU-begroting en van de Europese Investeringsbank. De eurozone, waarbinnen lidstaten sterker op elkaar zijn aangewezen, heeft geen eigen pot geld. Daarom kan de eurozone ook niet gezamenlijk en snel reageren op recessies door de uitgaven op te voeren en zo de groei aan te jagen. Dat is iets wat Frankrijk wenselijk acht, net als de Europese Commissie en veel economen overigens.

Bij een muntunie zonder schokdempers hakt elke crisis er keihard in. Dat kan en moet anders, schreef de Europese Commissie in juni in een discussiestuk. Lees ook: De toekomst van de euro: beter bestand tegen schokken

Voor noodhulp aan lidstaten is er het fonds ESM, waaruit Griekenland bijvoorbeeld meer dan 300 miljard euro heeft geleend. Onduidelijk is wat Macron daaraan in een eurobegroting wil toevoegen. In een interview met het tijdschrift Le Point, woensdag, gaf Macron meer details over de omvang en de financiering van de eurobegroting. Deze moet „meerdere procentpunten” van het bruto binnenlands product (bbp) van de eurozone beslaan. Het geld ervoor moet „geleidelijk” worden opgebouwd uit „bijdragen” uit nationale begrotingen. De schatkist van de eurozone moet geld kunnen lenen op de financiële markten. Dat is een verregaande, federale oplossing.

En Merkel? Haar precieze uitlatingen over de eurobegroting zijn zuinigjes. Jaren geleden had ze zelf al voor zoiets gepleit, zei ze. „Geen honderden miljarden euro’s”, moet erin zitten, maar „kleine bedragen”. Daarmee moeten landen die hervormingen doorvoeren, maar die vanwege de EU-begrotingsregels financieel in de knel zitten, geholpen kunnen worden, bijvoorbeeld bij het op peil houden van uitgaven voor onderzoek.

Het is een typisch Duits standpunt. De hand blijft op de knip. En: voor wat hoort wat. Alleen landen die hervormen én die voldoende bezuinigen, krijgen (een beetje) steun. Over investeringen of correcties bij crises spreekt Merkel niet. Bij de eurobegroting à la française blijft ze dus ver weg.

Daar zit de angst in besloten dat een forse begroting voor de eurozone, of ‘fiscale capaciteit’, zoals de Europese Commissie het recent noemde, uitloopt op permanente Duitse betalingen aan Zuid-Europa. In Nederland leeft die angst zeker ook.

Macron wil zijn eurominister van Financiën de verantwoordelijkheid geven over de eurobegroting. De minister moet worden gecontroleerd door een „parlement” bestaande uit Europarlementariërs uit alleen de eurolanden. Over dit voorstel was Merkel nog terughoudender. „Tegen het begrip ‘Europese minister van Financiën’ heb ik op zich niets”, zei ze. Alleen: „Je moet dan wel duidelijk maken (…) wat deze minister van Financiën dan zou moeten doen”.

Europees Monetair Fonds

Merkel ziet wél heil in het uitbouwen van het ESM tot een Europees Monetair Fonds (EMF), naar analogie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Ze zei een voorstel hiertoe van haar minister van Financiën Wolfgang Schäuble „een zeer goed idee” te vinden. Maar ook hier is de vraag: wat moet zo’n fonds doen?

Schäuble wil een EMF niet alleen de taken van het IMF in schuldenlanden als Griekenland laten overnemen, maar ook toezicht laten houden op de financiën van álle eurolanden. Al langer is Duitsland ontevreden over het vermeende slappe huidige begrotingstoezicht door de Europese Commissie. De Commissie heeft het voorstel al afgewezen, want zij dreigt macht te verliezen. Maar ze voelt dan wél weer voor een EMF als ultieme noodpot voor bankenreddingen.

Zo ziet iedereen zijn eigen eurozone 2.0 voor zich, ook landen en instellingen die hetzelfde zeggen, maar verschillende dingen bedoelen.