Opinie

Meeroudergezinnen vechtscheiden niet

Juist in het belang van het kind overheerst het verstand in meeroudergezinnen, schrijft Eke Krijnen. „Deden alle gezinnen dat maar.”

Kritiek op het voorstel voor meerouderschap en -gezag wordt volgens emeritus hoogleraar Ido Weijers (Doe kritiek op meerouderschap niet af als conservatief, 25/8) onterecht als conservatief afgedaan. Want die kritiek is gerechtvaardigd, betoogt hij: meerouderschap is niet in het belang van het kind. Toch lijkt zijn argumentatie voort te komen uit een conservatieve visie op wat ouderschap is en hoe het ontstaat.

Volgens Weijers is het grootste bezwaar tegen meerouderschap de mogelijke conflicten tussen de partijen. Twee ouders kunnen al erg veel ruziën ten koste van het kind en al dat gesteggel zal zich vermenigvuldigen met iedere ouder die erbij komt, redeneert Weijers. Hij gaat hier ten onrechte uit van het traditionele gezin, waarbij de ouders meestal een romantische liefdesrelatie hebben, met een vechtscheiding als rampzalig eindscenario. Het krijgen van een kind is soms wel, maar ook vaak geen bewuste keuze. Ook zijn gesprekken vooraf over wat de één van de ander verwacht als traditionele ouder niet vanzelfsprekend.

In meervoudige gezinnen is de situatie anders: een lesbisch koppel krijgt met een vriend een kind, een vrouw met een homostel, twee stellen hebben een co-ouderschapsconstructie, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Kinderen in deze gezinnen worden vrijwel altijd geboren na lang beraad. In het belang van het kind zijn er vaak vooraf allerlei afspraken op papier gezet, ook voor het geval er iets misgaat in de relaties tussen de ouders. Wat gebeurt er als het stel in de constructie onverhoopt uit elkaar gaat? Wat gebeurt er als de ouder die nu single is een partner krijgt? Ouders in meervoudige gezinnen worden gedwongen over dit soort vragen na te denken voordat zij aan kinderen beginnen. Deden alle gezinnen dat maar.

Het ‘ziekenhuisvoorbeeld’ van een vader of moeder die volgens de huidige regeling juridisch geen ouder is en zodoende niet bevoegd is om beslissingen te nemen wanneer een kind ernstig ziek is, doet Weijers af als een „armoedig voorbeeld” en irrelevant: een arts zal in zo’n geval altijd handelen vanuit goed hulpverlenerschap.

Hoewel ik deze rooskleurige visie op de werkelijkheid graag zou delen, is dit beeld te naïef. Enige blootstelling aan (homofobe) discriminatie leert dat de wereld anders in elkaar steekt. Zelfs in Nederland, waar men al enigszins gewend is aan roze ouderschap, heb ik ervaring uit eerste hand met medisch personeel dat niet weet om te gaan met onze niet-traditionele gezinssituatie. Stel je voor: de vader van mijn kind (nu geen wettelijk ouder) neemt mijn kind mee op vakantie naar Polen. Ze krijgen daar een ongeluk en ons kind ligt in kritieke toestand op de intensive care. De vader kan niet aantonen dat hij wettelijk ouder is: hij mag geen beslissingen nemen die acuut nodig zijn. Dit angstscenario een armoedig voorbeeld kunnen noemen, getuigt van een bevoorrecht bestaan.

Het grootste probleem in de argumentatie van Weijers is dat die voorbijgaat aan de werkelijkheid. Weijers wil geen uitbreiding van de ouderschapswet, vanwege mogelijke problemen die kunnen optreden in de meervoudige gezinssituatie. De realiteit is dat meeroudergezinnen bestaan en kinderen geboren blijven worden. Voor deze kinderen zijn zaken als erfrecht en voogdijschap niet automatisch passend juridisch gewaarborgd. Om nog maar te zwijgen over het zelfbeeld van een kind wanneer zijn thuissituatie door de overheid niet erkend wordt. We kunnen nu kiezen tussen wetgeving die de juridische positie van deze kinderen goed regelt en wetgeving die dat niet doet. Laten we het dan goed regelen.