Recensie

John Grisham gooit het over een andere boeg

Vijf kostbare manuscripten van F. Scott Fitzgerald worden gestolen uit de bibliotheek van Princeton

Hoe word je een van de best verkopende schrijvers ter wereld? In Het eiland, zijn dertigste thriller, geeft John Grisham een kijkje in zijn keuken. Na tientallen rechtbankdrama’s, waarvan meer dan 300 miljoen exemplaren zijn verkocht, vond de 62-jarige Amerikaan het kennelijk tijd voor iets anders.

Het eiland is een advocaat-vrij boek met schrijvers en een boekhandelaar in de hoofdrollen en met vele dialogen over de verschillen tussen literaire fictie en populaire fictie – op een handvol uitzonderingen na twee gescheiden werelden, aldus een van de auteurs in het boek.

Het eiland begint met de diefstal van vijf kostbare manuscripten van F. Scott Fitzgerald, uit de bibliotheek van de Universiteit van Princeton. Een half jaar na de spectaculaire roof benadert de verzekeringsmaatschappij van de universiteit romanschrijfster Mercer Mann. Of zij naar Camino Island in Florida wil gaan, het eiland van haar jeugd, om daar aan te pappen met de charismatische eigenaar van de plaatselijke boekwinkel. Deze man handelt ook in zeldzame boeken en manuscripten en wordt ervan verdacht de manuscripten van Fitzgerald te hebben geheeld.

Mercer, die drie jaar daarvoor een lovend ontvangen maar matig verkochte roman heeft gepubliceerd, worstelt met haar volgende boek. Op met drank overgoten dinertjes bespreekt ze haar literaire plannen met de andere schrijvers op het eiland. Eclatante verkoopcijfers, dát is wat de schrijvers drijft. Van romans over de Holocaust kan je niet rondkomen, houdt een bestseller-schrijver Mercer voor. Zelf heeft ze overwogen om onder pseudoniem detectives te gaan schrijven over een onderwerp dat verkoopt.

Ook de boekhandelaar heeft na het lezen van meer dan vierduizend boeken zijn regels voor het schrijven van fictie opgesteld. Een proloog die niks met hoofdstuk 1 te maken heeft noemt hij een beginnersfout, net als twintig personages introduceren in het eerste hoofdstuk.

De aanwijzingen van de boekhandelaren en de andere opvattingen over schrijven die in Het eiland worden verkondigd, komen letterlijk overeen met de Do’s and Don’ts for Writing Popular Fiction die Grisham eind mei in The New York Times publiceerde. ‘Er is niks oorspronkelijks aan deze lijst’, stelde Grisham in de krant. ‘Alles is al veel vaker te berde gebracht door schrijvers die veel slimmer zijn dan ik.’

Het manuscript van Het eiland zal niet in een universiteitsbibliotheek als een nationale schat worden gekoesterd. Maar een onderhoudend, met vaart geschreven vakantieboek schrijven met een verrassende plot, dat kan Grisham als weinig anderen. Ook zonder dat er juristen aan te pas komen.