Het kleine pensioenfonds is aan het verdwijnen

Pensioenen

Strengere eisen voor bestuurders dwingen kleine pensioenfondsen tot stoppen. Ook bij het financieel gezonde fonds van Arcadis.

Het pensioenfonds van ingenieursbureau Arcadis heft zichzelf op. Foto Jerry Lampen / ANP Xtra

Al sinds 1924 heeft ingenieursbureau Arcadis een eigen pensioenfonds. „De honderdste verjaardag gaan we niet halen”, zegt de directeur van dat fonds, Astrid Roelofs. Financieel zijn we nog gezond, haast ze zich te zeggen, maar de regels worden complexer en pensioenbestuurders – deels werknemers en gepensioneerden van Arcadis – moeten aan steeds strengere eisen voldoen.

Het aantal pensioenfondsen daalt snel, met ongeveer veertig per jaar. Alleen al afgelopen jaar moesten bijna 180.000 Nederlanders om die reden naar een ander pensioenfonds verhuizen. Eind 2007 waren er ruim 700 pensioenfondsen, nu zo’n 270, meldde De Nederlandsche Bank deze week. Nog eens 45 pensioenfondsen stoppen binnenkort.

De daling komt vooral doordat fondsen zoals dat van Arcadis ermee stoppen: pensioenfondsen die aan één bedrijf zijn verbonden. Twintig jaar geleden waren er nog 970 van deze ondernemingspensioenfondsen, tien jaar geleden 600, nu nog 190.

Veel kennis nodig

Zo’n eigen fonds lijkt misschien ideaal: werkgever en werknemers kunnen hun eigen pensioenbeleid bepalen, bijvoorbeeld hoe het geld belegd wordt. Maar het wordt steeds lastiger om werknemers en gepensioneerden te vinden voor een bestuursfunctie. Het is net als met de ondernemingsraad, zegt hoogleraar pensioenmarkten Fieke van der Lecq. „Mensen moeten er maar net toe bereid zijn. Bij pensioenfondsen moet je ook nog eens veel kennis opdoen en een geschiktheidstest doen.”

Wie bijvoorbeeld lid wil worden van de beleggingscommissie, die bepaalt hoe het pensioengeld belegd wordt, moet eerst op kennis, vaardigheden en werkervaring getoetst worden door De Nederlandsche Bank.

In de jaren negentig was het makkelijker om als pensioenbestuurder mooie rendementen te maken op de beurs, ook al was je geen expert. Nu staan pensioenbestuurders voor complexe vraagstukken, zegt hoogleraar sociale zekerheid Kees Goudswaard. „Moet je je bijvoorbeeld indekken tegen het risico dat de rente nog verder zakt? Of redeneer je: hij zal wel weer gaan stijgen en daar willen we van profiteren. Voor zulke vragen heb je veel deskundigheid nodig.”

Professionalisering

Ook de relatief hoge uitvoeringskosten breken de kleine fondsen op. „Wij moeten ons eigen administratief systeem draaiende houden”, zegt Roelofs. Er werken maar tien mensen op het uitvoeringsbureau van haar pensioenfonds. Ook dat is een risico, als er bijvoorbeeld in één jaar drie ervaren collega’s weggaan. „Veel kennis zit bij een paar mensen.”

De werknemers en gepensioneerden van Arcadis verhuizen volgend jaar naar een ‘algemeen pensioenfonds’, een variant die pas sinds vorig jaar bestaat. Zo’n fonds is niet gebonden aan een bedrijfstak. De werknemers van Arcadis krijgen daar hun eigen, afgesloten, pensioenpot, zodat ze hun eigen beleid kunnen blijven bepalen. „Maar we behalen ook schaalvoordeel”, zegt Roelofs.

Nu zoveel kleine fondsen verdwijnen, blijven er minder maar wel professionelere pensioenfondsen over. Dat noemt Goudswaard een goede zaak, want de fondsen beheren veel geld: zo’n 1.400 miljard euro pensioenvermogen.

Hoogleraar Van der Lecq is genuanceerder: „Ook in grote pensioenfondsen kunnen mensen domme dingen doen.” En er moeten ook niet te weinig pensioenfondsen overblijven, zegt zij. „Dan houd je een paar fondsen over met heel veel marktmacht.”