Franse arbeidsmarkt krijgt lucht

De Franse president Macron presenteerde donderdag ‘een van de meest flexibele arbeidswetten van West-Europa’.

Premier Edouard Philippe en Muriel Pénicaud, de minister van Arbeid, in het Hôtel Matignon in Parijs. Foto AFP

Het was de grote vraag na de verkiezing van Emmanuel Macron tot president: zou het hem dan wél lukken de Franse economie ingrijpend te hervormen? Zou hij koers houden waar zijn voorgangers, meestal na stakingen en straatprotest, afhaakten? Frankrijk „moet naar de 21ste eeuw gebracht” worden, zei hij in de campagnes. Hij beloofde „een nieuwe methode”, via dialoog en onderhandelingen met sociale partners, om daar te komen.

De donderdagmiddag in Parijs gepresenteerde liberalisering van de Franse arbeidswetgeving is daarom voor Macron even cruciaal als politiek symbolisch. Franse media spraken eerder al van de „moeder aller hervormingen”.

De bestaande meer dan 3.000 pagina’s tellende ‘Code du Travail’, met precieze regels voor de arbeidsverhoudingen, moet „na drie decennia massawerkloosheid” worden aangepast aan de globalisering en aan nieuwe (flexibelere) manieren van werken, vindt de president. De bestaande regels zijn misschien „niet de eerste oorzaak van de werkloosheid”, erkende premier Édouard Philippe bij de presentatie, maar voor kleine ondernemers en voor buitenlandse investeerders, zei hij, is de huidige wetgeving „een rem” op investeringen en het aannemen van mensen door het „gebrek aan voorspelbaarheid” bij economische tegenwind.

De hoofdgedachte is: als bedrijven banen willen creëren, dan moeten ze weten wat het kost om uiteindelijk weer van personeel af te komen. Zo komt er een maximale uitkering bij onterecht ontslag dat een werknemer aanhangig maakt bij de rechter: maximaal 20 maanden salaris na 30 dienstjaren. Nu nog kennen rechters soms vergoedingen toe die tot direct faillissement van (vooral kleinere) bedrijven leiden. Om de vakbonden tegemoet te komen komt er ook een ondergrens en gaat de minimale wettelijke vergoeding bij ontslag als onderdeel van een sociaal plan 25 procent omhoog. Met die maatregelen wordt de Franse arbeidswetgeving volgens economen een van de meest flexibele van West-Europa.

Lees ook het Commentaar over Macrons meesterplan: Macrons meesterplan: laat, maar gunstig voor Frankrijk en eurozone

Meer lucht voor kleine bedrijven

Veel van de nieuwe maatregelen moeten vooral kleinere bedrijven (onder de 50 werknemers) meer lucht geven. Daar werkt 55 procent van de Fransen, benadrukte minister van Arbeid Muriel Pénicaud. Om minder afhankelijk te zijn van CAO’s op brancheniveau kunnen werknemers (ook zonder de vakbond) voortaan binnen bedrijven onderhandelen over werktijden, salarissen en andere vergoedingen. Dat leidt tot een „renovatie van ons sociale model”, zei Pénicaud. In grotere bedrijven worden de huidige drie verschillende organen voor werknemersvertegenwoordiging samengevoegd om sneller knopen te kunnen doorhakken. Voor werknemers komen er onder andere meer mogelijkheden om te ‘telewerken’ – in Frankrijk vanwege rigide regelgeving nu nog nauwelijks mogelijk.

Maar los van de inhoud van de 36 aangekondigde maatregelen is de eerste grote economische wet van Macrons presidentschap ook een test voor zijn slagkracht. Anders dan zijn directe voorganger, François Hollande, voerde Macron expliciet campagne op een hervormingsagenda. „We hebben het recht gewonnen om risico’s te nemen”, zou Macron volgens regeringswoordvoerder Christophe Castaner na de twee verkiezingsrondes in mei hebben gezegd.

Een van die risico’s was de werkwijze. Zo is de donderdag gepresenteerde hervorming de facto al door het parlement goedgekeurd. De Assemblée Nationale en de Senaat hebben in juli ingestemd met de grote lijnen van de wet en de regering de vrijheid gegeven met een precieze invulling te komen na overleg met sociale partners. Als op 22 september de wet in de ministerraad is besproken, kan die in theorie zonder al te veel oponthoud in werking treden en, volgens overheidsbronnen, over anderhalf jaar al vruchten afwerpen.

In de afgelopen maanden hebben bijna honderd vergaderingen met vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversverenigingen plaatsgehad: een unicum in de zwaar gepolariseerde Franse arbeidscontext. „Het was echt overleg”, zei voorzitter Jean-Claude Mailly van de radicale bond Force Ouvrière daarover. Veel van de onderhandelaars kenden elkaar al vele jaren. Zo is een van de naaste adviseurs van minister Pénicaud een voormalig bestuurslid van Force Ouvrière. Pénicaud zelf was ooit personeelsdirecteur bij multinational Danone en geniet groot respect bij de meeste vakbonden vanwege het sociale beleid dat ze daar gevoerd heeft. Tegen de Parijse gewoonte in, lekte haast geen informatie naar buiten.

Maar dat betekent niet dat alle vakbonden tevreden zijn met het resultaat. De uiterst linkse CGT kondigde al bij voorbaat aan om op 12 september de straat op te gaan. Die bond leidde in 2016 ook het verzet tegen arbeidsmarkthervormingen van François Hollande. „Al onze angsten worden bevestigd”, zei voorzitter Philippe Martinez donderdag. Ook de hardlinkse oppositiepartij La France Insoumise van Jean-Luc Mélenchon gaat in september de straat op.

Lees ook over de afnemende populariteit van de Franse president: Macron: van Messias tot kop van Jut

Maar anders dan vorig jaar blijft Force Ouvrière na de onderhandelingen thuis. De meest hervormingsgezinde vakbond van Frankrijk, de CFDT, zegt „teleurgesteld” te zijn over de plannen. Vooral de mogelijkheid voor multinationals om in Franse filialen mensen om economische redenen te ontslaan terwijl wereldwijd winst wordt gemaakt, valt slecht. Maar ook die bond, tegenwoordig de grootste van Frankrijk, neemt niet de moeite de demonstreren. Daarmee lijkt Macron zijn eerste slag te hebben gewonnen.