Commentaar

Macrons meesterplan: laat, maar gunstig voor Frankrijk en eurozone

De zon draait dus niet om Frankrijk, het is andersom. Dat zal de Franse president Macron donderdag hebben bedoeld met de „copernicaanse revolutie” die hij aankondigde voor de economie. De vergaande hervormingsplannen die de president ontvouwde, concentreren zich op de arbeidsmarkt. Ontslag moet bijvoorbeeld soepeler, het keurslijf voor middelgrote ondernemingen minder strak en loonvorming minder dwingend. Zodoende volgt Frankrijk, zeer laat, Duitsland. Daar werd, vanaf begin deze eeuw tot en met 2004, een reeks grootscheepse hervormingen doorgevoerd onder bondskanselier Schröder, die bekend zijn geworden door de naamgever, het directielid van Volkswagen Peter Hartz.

De Duitse hervormingen hebben een forse rol gespeeld in het herstel van de concurrentiekracht van dat land. Frankrijk is daar pas nu, onder Macron, aan toe. Er is een groot verschil tussen de comfortabele, ingekapselde positie van vaste werknemers en flexwerkers die moeten zien te overleven in de wildernis van de arbeidsmarkt. Een scala aan strikte regels maakt concurrentie met het buitenland lastig, en bemoeilijkt ook binnenslands kleinere bedrijven het op te nemen tegen grote, gevestigde ondernemingen.

Het siert Macron dat hij dit schip los wil trekken. Dat is niet alleen van belang voor de Fransen zelf, die nog steeds kampen met een werkloosheid van meer dan 9 procent. Het is ook van grote betekenis voor de eurozone.

Sinds de invoering van de euro loopt de productiviteit in de verschillende deelnemende landen verder uiteen. Dat is een proces dat centrifugaal kan werken. Het lijkt er op dit moment op dat Frankrijk en Duitsland elkaar naderen bij het herinrichten van de eurozone. Hoewel onder die gezamenlijkheid nog steeds grote verschillen van inzicht schuilgaan, kan Macron zijn goede wil en overtuiging tonen door het grote onderliggende probleem in de eurozone aan te pakken en het Frans-Duitse verschil in concurrentiekracht verminderen.

Toch is enige voorzichtigheid geboden. Macron bedient met zijn plannen vooral zijn hoogopgeleide, kosmopolitische en relatief welvarende achterban. Maar zijn huidige, lage populariteit onder de Fransen – nog maar 40 procent toont zich instemmend tegen bijna tweederde vlak na de verkiezingen – weerspiegelt dat de grote meerderheid waarmee hij werd gekozen vooral een stem was tegen zijn rivaal Marine Le Pen.

Draagvlak is dus belangrijk voor de grootscheepse hervormingen die de Franse president heeft ontvouwd. Dat de vakbonden in de plannen zijn gekend, hoeft niet te betekenen dat die zich daar uiteindelijk ook achter scharen. Frankrijk blijft bovendien in de eurozone het land waar de staat de allergrootste rol speelt. Macrons recente ingreep begin augustus, om automakers Renault en PSA te bewegen onderdelen af te nemen van de wankelende auto-onderdelenmaker GM&S kan zonder veel fantasie worden uitgelegd als een oude Franse reflex.

Het gaat dan ook te ver om te constateren dat het Frankrijk van Macron de globalisering plots omarmt. Het kan snel gaan, niet in de laatste plaats omdat Macron het parlement goeddeels omzeilt. Maar naast de Franse staat is er ook de Franse ‘straat’. Het publiek, de oppositie en de vakbonden die alsnog nattigheid voelen, weten dat toneel doorgaans goed en effectief te bespelen. Want dat Frankrijk gewoon rond de zon draait, mag dan Macrons overtuiging zijn, het wordt de vraag hoe breed dat revolutionaire inzicht gedeeld wordt.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.