Column

Finale

Ellen

Maandagmiddag zette ik met mijn neefjes en zus de seizoensfinale van Game of Thrones op. Na anderhalf uur epische televisie zegen we bevredigd achterover. „Wat een show”, zei mijn oudste neefje (11,5)

„Ik wil ook een draak”, zei de jongste (9).

„Ik heb trek”, zei mijn zus, en een kwartier later stonden we in de supermarkt, waar het inmiddels spitsuur was. Bij het groenteschap konden mijn neefjes niet ophouden met roepen hoe geweldig deze laatste aflevering was, wie het met wie had gedaan, wie er dood was en hoe fantastisch de cliffhanger waarmee de kijker werd achtergelaten („Draak!” “Ondoden!” „Draak!” „Incest!”). Ze gingen er zo in op dat ze niet doorhadden dat er een medewerker op hen afkwam.

„Horen die kinderen bij u,” vroeg de medewerker aan mijn zus. „Soms wel”, zei ze.

„Ik heb net van een aantal mensen de vraag gekregen of uw kinderen misschien – „Jongens!” onderbrak mijn zus de medewerker meteen, „Stil! Sorry meneer, ze waren gewoon een beetje enthousiast.” „Nee, nee, het gaat niet om lawaai,” zei de medewerker, „Maar of ze het misschien over iets anders willen hebben, sommige klanten moeten deze aflevering van Game of Thrones nog zien.” (Voor wie dit niet gelooft: dit gebeurde maandagavond in de AH in de Sarphatistraat te Amsterdam). Mijn zus werd vuurrood. Mijn jongste neefje verzekerde alle omstanders meteen dat er niemand doodging.

Die avond, nadat iedereen weer gekalmeerd was, zuchtte mijn zus. „Ik ben zo’n slechte moeder”, zei ze.

„Echt niet”, zei de jongste, „Kijk hoe geweldig wij zijn!”

„Ik heb geprobeerd om jullie zo op te voeden dat niemand veel last van jullie zou hebben. Met twee woorden praten, netjes eten, oude mensen voorrang geven, dat soort shit. Ik dacht altijd dat ik daarin was geslaagd: jullie zijn zo netjes dat jullie ergens ook supersaai zijn.”

„Nee jij bent een feest”, mompelde mijn oudste neefje.

„Maar nu”, vervolgde mijn zus,” blijkt er opeens een etiquette te bestaan met betrekking tot series. Heb ik toch een steek laten vallen.”

Daar waren we allemaal een beetje stil van. Nieuwe media zorgen voor nieuwe gedragsregels. Net zoals er zich langzamerhand, haast uit het niets, richtlijnen ontwikkelden voor hoe je je in Whatsapp- Twitter- en Instagram-verkeer moet gedragen.

„Weet je wat het gekste is”, zei mijn oudste neefje, na een lange tijd te hebben gezwegen, „we praatten echt superhard in de supermarkt. Maar daar kregen we niet voor op onze kop.” „Nee”, zei ik, „Het ging om de inhoud.”

„Dus blijkbaar kunnen mensen dat nog wel, naar elkaar luisteren”, zei hij. Er brak een glimlach door op het gezicht van mijn zus, die we er de rest van de avond niet meer afkregen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.