Een Eritreeër moet je alles uitleggen, weet vrijwilliger Betty

Er ís geen groep asielzoekers die verder afstaat van de Nederlandse samenleving dan de Eritreeërs. Vrijwel álles in hun land is anders. NRC ging op pad met de vrijwilligers die hen bijstaan.

David Isakhani belt de Belastingdienst om de Eritrese man die voor hem zit te helpen. Op de achtergrond Filmon Kflay (rechts), die vertaalt uit het Tigrinya. Foto David van Dam

De Eritrese jonge vrouw in felroze trainingsjas schudt haar tas met enveloppen leeg. Er zit ook een briefje van de woningcorporatie bij. De vrijwilliger gaat bellen. De medewerker van de corporatie wil de jonge vrouw zelf spreken. Maar die spreekt geen Nederlands, alleen Tigrinya. Ze schudt haar hoofd. Goed, dan mag de vrijwilliger het woord voeren. De jonge vrouw moet dan wel toestemming geven. Die kijkt hulpeloos naar de telefoon. „Ja! Ja!”, roept ze. Dan barst ze in snikken uit.

Er ís geen recente groep asielzoekers die verder afstaat van de Nederlandse samenleving dan de Eritreeërs. Vrijwel álles in hun land is anders. Dus als je hen op weg wil helpen in de Nederlandse samenleving, moet je bij het begin beginnen. Begin bij de basis, is dan ook het belangrijkste advies in het rapport Handreiking integratie Eritreeërs, van het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) dat donderdag verschijnt.

Het KIS werd regelmatig gevraagd om adviezen over de integratie van Eritreeërs. „We hadden geen informatiepakket op de plank liggen”, zegt onderzoeker Merel Kahmann. „Maar we wilden graag voldoen aan de behoefte.”

Nomadische trekken

Bij het kerkelijk centrum Open Hof in Rotterdam Ommoord heeft de trouwe groep vrijwilligers al ruim twintig jaar ervaring met hulp aan vluchtelingen en kijken ze nergens meer van op. De jonge vrouw in het roze trainingsjackje is een van vele Eritreeërs die binnendruppelen op het woensdagochtendspreekuur met de meest uiteenlopende vragen. Paul Bergmans, betrokken vanaf het eerste uur, heeft veel aan zijn ervaringen met Somaliërs. „Alleen hadden de Somaliërs ook nomadische trekken, soms was een hele familie van de ene op de andere dag verdwenen.”

Vrjjwilliger David Isakhani belt met de belastingdienst voor een jonge Eritreeër die hoopvol tegenover hem zit. De vorige bewoner krijgt nog steeds de huurtoeslag die eigenlijk naar de Eritreeër toe moet. Het scheelt hem en zijn vrouw ruim 200 euro per maand. Ze leven van een uitkering. Isakhani houdt moedig stand in het Rotterdamse bureaucratisch moeras en belt met de ene na de andere ambtenaar. Zonder hem zou de jongeman allang verzopen zijn.

Zonder goede begeleiding dreigen veel Eritreeërs aansluiting met het leven in Nederland te missen. Rot voor hen, maar ook vervelend voor Nederland want het gaat om een grote groep veelal jonge mensen: in 2014, 2015 en 2016 vroegen ruim 12.500 Eritreeërs asiel aan in Nederland, driekwart is onder de dertig jaar, de meesten zijn man en alleenstaand. Totaal wonen er zo’n 20.000 mensen met Eritrese wortels in Nederland.

Maar de begeleider moet wel goed weten hoe hij een Eritreeër goed begeleidt. Het is weer heel anders dan de hulp aan een Syriër of Irakees. Je kan een Eritreeër, net in Nederland, stap voor stap gaan uitleggen hoe je internetbankiert. Maar dat schiet niet op. Vaak vertrouwen ze de bank niet eens. Als hun uitkering of salaris wordt gestort, halen ze het geld meteen van hun rekening. Thuis in een la ligt het veiliger, denken ze. Het is beter als je eerst uitlegt dat hun geld veilig is op een Europese bank. En dat het geld op hun rekening moet blijven om de huur, gas, licht en de boodschappen te kunnen betalen.
Juist omdat het een groep is die een specifieke aanpak vereist, interviewden Merel Kahmann en haar collega’s mensen die al langer ervaring hebben met de inburgering van Eritreeërs. Het leverde een baaierd aan adviezen op waar anderen hun voordeel mee kunnen doen. Het werkt goed, zo blijkt, als Eritreeërs die hier al langer wonen pas gearriveerde landgenoten helpen. Zij kennen de gebruiken, gewoonten en delicate kwesties. Én ze spreken Tigrinya. Erg handig, want de meeste Eritreeërs spreken geen Engels.

Kees Schoolenberg helpt een man en vrouw. Foto: David van Dam

„Toch moet je ook oppassen om zomaar een Eritreeër op een net gearriveerde landgenoot af te sturen”, zegt onderzoeker Kahmann. De eerdere golf Eritrese asielzoekers die tussen 1980 en 1998 in Nederland arriveerden, hebben vaak een heel andere kijk op Eritrea en het regime dan de huidige vluchtelingen. Dat kan botsen. Kahmann: „Het is beter om de statushouders zélf te vragen wie hem het beste kan helpen. Het klinkt logisch maar gebeurt lang niet altijd.”

Bij kerkelijk centrum het Open Hof weten ze dat ook. Daar zijn Bet-El Teklemariam (Betty) en Filmon Kflay onmisbaar. Allebei hebben ze een Eritese achtergrond. Beiden rennen van de een naar de ander om te vertalen. Student Filmon Kflay, heeft de baby op zijn heup van een van de bezoekers. Betty geeft iedereen haar mobiele nummer en wordt elke dag van ’s morgens tot ’s avonds gebeld. „Ze hebben gewoon iemand nodig die alles uitlegt.”

Koud, nat en vochtig

In het rapport wordt gewezen op het principe show, don’t tell, dat goed werkt, zo blijkt uit talrijke best practices. Zo besloot woningcoörporatie Eemland Wonen uit Baarn een aantal misverstanden met Eritrese bewoners, tot een andere aanpak. Bij Eritreeërs doen ze de intake niet op kantoor maar in de nieuwe woning. Kahmann: „Dan kan je laten zien hoe alles werkt.” Centrale verwarming, het achterommetje naar de schuur, het bovenraampje dat je ’s nachts moet openzetten. Kahmann: „Een Nederlander vindt het wellicht zo normaal om het huis te ventileren, dat hij er niet aan denkt om dat uit te leggen. Een Eritreeër die het weer hier koud, nat en vochtig vindt, houdt misschien ramen en deuren gesloten waardoor het in de woning gaat schimmelen.”

Datzelfde principe zit achter een project in Amersfoort dat poogt Eritreeërs te informeren over verschillende opleidingen en soorten werk. In één klaslokaal zijn de verschillende soorten werk te zien waarvoor opleidingen beschikbaar zijn: laswerk, muurtje metselen, stuken. Kahmann: „De verschillende mogelijkheden zijn zo veel duidelijker dan als iemand achter een bureau er wat over vertelt.”

Pharos, een centrum gespecialiseerd in de gezondheidszorg voor asielzoekers en vluchtelingen, had goede adviezen op het gebied van ziekte en gezondheid. Kahmann: „Praten over gezondheidsproblemen doen Nederlanders meestal individueel, met een arts of verpleegkundige. Eritreeërs vinden het prettiger om als groep aangesproken te worden.”

Een ander voorbeeld: veel jonge Eritreeërs kampen met trauma’s, opgedaan in hun dictatoriale land met oneindige dienstplicht, of tijdens een lange horrortocht met mensensmokkelaars via de woestijnen van Soedan en Libië, en met een bootje de Middellandse Zee over naar Europa. Kahmann: „Maar praten over je psychische problemen vinden ze vaak heel lastig. Dat doe je niet. Pharos vertelde ons dat het dan makkelijker is om de gevolgen van het trauma te benoemen. Dus het is beter om te vragen of iemand goed kan slapen, en of hij zich kan concentreren tijdens de inburgeringsles. Dan kun je daarmee verder.”

Foto: David van Dam. Bet-El Teklemariam (Betty, roze shirt) helpt een vrouw.

In één huis

Gemeenten plaatsten Eritreeërs vaak samen in één huis. Dat lijkt veel voordelen te hebben, omdat ze elkaar verstaan en dan niet alleen zijn. Maar het staat contact met Nederlanders in de weg en het wordt ook niet altijd prettig gevonden. Kahmann: „Woonvormen waarbij statushouders samenleven met anderen, studenten of ouderen, hebben de voorkeur”, zegt Kahmann. „Sociale contacten zijn gunstig voor de taal, maar het leidt ook tot vrijwilligerswerk of sport. Vragen over het huiswerk, de opvoeding van kinderen worden sneller beantwoord.”

Er hoeft niet samen gewóónd te worden om die voordelen te hebben. Initiatieven gericht op elkaar ontmoeten werken ook goed. Kahmann noemt als voorbeeld de Bussumse fietsclub waarbij Eritreeërs samen met Nederlanders fietsen. Maar er zijn ook voorbeelden van voetbalwedstrijden en picknicks en dagjes uit.
Bij het Open Hof komt er voor elke Eritreeër die vertrekt met ingevulde formulieren weer een nieuwe met brieven die hij niet kan lezen. Paul Bergman: „Nederland is een land vol papieren die gelezen, begrepen en getekend moeten worden. Dat kennen de Eritreeërs niet.” Maar hij ziet er ook een voordeel in: „Als je zo samen aan het invullen bent, dan is dat heel goed voor het wederzijds vertrouwen.”